De klank van de stad maakt de ziel amoureus

Het Gentse stadsmuseum STAM opent vandaag de deuren en pakt onder meer uit met de expo ‘Belichte Stad’. Voor de bijbehorende catalogus ging Erik Raspoet op stap met de nagenoeg blinde Jempie Vermeulen en leerde dat je leven en licht in de stad ook kunt ruiken, voelen en proeven.

De dag begint met een dubbele ristretto, rechtopstaand te savoureren aan een stalletje in de stationshal. Hoeveel forenzen zouden dit moment niet koesteren? Vier centiliter vloeibaar genot, vijf minuten pas op de plaats in de ratrace. Maar voor Jempie Vermeulen heeft dit ritueel een extra betekenis. “Zo’n oponthoud is ideaal om te acclimatiseren”, zegt hij. “Met die koffie koop ik tijd om de ruimte op me te laten inwerken. Op die manier kan ik me beter oriënteren.”

Niet dat het vandaag nodig is. Leer hem Gent Sint-Pieters kennen. De met faience betegelde tunnel onder de sporen, de neogotische lokettenzaal: ettelijke keren is hij er door gelopen. In zijn eentje, beurtelings rechts en links tikkend met de telescopische stok die hem als een verkenner voorafgaat. Te oordelen naar de verbaasde reacties van sommige forenzen blijft het een prestatie. Maar Jempie heeft geen last van hun starende blikken. Passanten? Hij doet er wel eens zijn voordeel mee. “Ik ben dol op reizigers met wieltjes”, zegt hij. “Rolkoffers, vouwfietsen of kinderbuggy’s, het maakt mij niet uit. Het geluid van die wieltjes, dat is voor mij wat het spoor is voor de tram. Ik hoef het maar op te pikken en te volgen, het is alsof ik naar de uitgang word gedragen. Om dezelfde reden ben ik een groot voorstander van goed geparfumeerde vrouwen.” Spoorwijzigingen en vertragingen galmen door de stationshal. Grote ruimtes verraden zichzelf, daar is geen kunst aan. Maar zijn radar pikt nog andere signalen op. “Luchtstromen”, zegt hij. “Uit tocht kun je veel leren. Ik voel dat er hier naast de grote entree nog twee laterale gangen zijn. Al bij al kan ik me deze ruimte behoorlijk goed voorstellen.”

Urban jungle

Strikt genomen is Jempie niet blind maar slechtziend. “Ik heb nog een impressie van licht”, zegt hij. “Ik merk het verschil tussen dag en nacht. Maar veel helpt dat niet, want ik kan die prikkels niet identificeren. Soms is het meer last dan baat. Fel licht brengt me in de war, dat probeer ik te vermijden. Het krieken van de dag en de avondschemering zijn mijn favoriete momenten, dan is er wel licht maar geen zon. Erg rustgevend vind ik dat.” We lopen het station uit. Het is tijd voor een sigaret, nog zo’n ritueel dat de rest van de dag zal ritmeren. Jempie tikt een paar keer op het arduin van het bordes en kijkt fronsend naar de onzichtbare luifel hoog boven zijn hoofd. “Kan het dat we onder een soort overkapping staan?”, vraagt hij. “Dat is dan nieuw voor mij. Ik heb het alleszins nooit eerder gevoeld. Glas zeker? Dacht ik het niet. Glas, dat geeft altijd een bijzondere echo.” De sigaret is een peuk geworden, we kunnen aan onze missie beginnen. Jempie is de gids, wij dienen hem tot klankbord. Was het niet van die witte stok, niemand zou een visuele handicap vermoeden. Hoe zijn blik trefzeker de juiste richting vindt wanneer hij uitwijdt over het prachtige monument op het stationsplein. “Van Paul Van Gijsegem”, zegt hij, waarmee zijn gidsbeurt een toeristische wending neemt. “Ik ken hem onrechtstreeks, ik heb al veel van zijn werken mogen betasten. Van Gijsegem is een uitstekende beeldhouwer.”

De stoepstenen van de Plateaustraat liggen er schots en scheef bij, belopen door generaties van studenten. Behoedzaam laveert Jempie langs vuilnisbakken, parkeermeters en lukraak gestalde fietsen, zijn stok is nu de machete waarmee hij zich een weg door de urban jungle baant. Na de gestage klim houdt hij halt. Hij kijkt om zich heen, laat de omgeving op zich inwerken. Dat aan de overkant een steil aflopende zijstraat aftakt, dat heeft hij weer feilloos aangevoeld. “Dankzij de luchtstroom en het geluid van de auto’s”, zegt hij. “Je moet niet blind of slechtziend zijn om dat te voelen. Iedereen kan het, maar de meeste mensen vangen die prikkels niet op omdat ze zich volledig op hun gezichtsvermogen verlaten. Ze zijn ziende blind, zonder het zelf te beseffen.”

Rijk der zinnen

We bevinden ons ter hoogte van het Instituut voor Ingenieurswetenschappen, onder studenten algemeen bekend als ‘de Plateau’. Hebben grote gebouwen een aura? Jempie is hier nooit eerder geweest, maar niemand moet hem vertellen dat hij in de schaduw van een reusachtig complex staat. Gretig betast hij de zware gevelstenen, het pantser van de neoklassieke kolos. Studenten lopen af en aan, de poort staat uitnodigend open. Jempie wordt letterlijk naar binnen gezogen, zoals een ruimteschip door een zwart gat in een slechte sf-film. “Ik ben nogal nieuwsgierig”, geeft hij toe. “Geen gebouw is taboe als ik in de stad rondloop. Architectuur is trouwens een van mijn dada’s. Vrienden weten het: als ik bij hen over de vloer kom, begin ik meteen hun huis te verbouwen. Eerst probeer ik me de volumes voor te stellen. Of een ruimte vierkant, rechthoekig of eerder rond is, dat voel ik zelf wel. Zodra ik alles in me heb opgenomen, ga ik aan de slag. Zou die trap niet beter in de hoek komen? En die muur, kan die niet gesloopt worden? Het is maar spielerei, de uitvoerbaarheid van mijn suggesties heeft geen belang. Soms zou ik ook steden willen verbouwen. Een ruimte zoals het Zuidplein, dat moet toch beter kunnen. Maar het wil niet goed lukken met dat verbouwen. Een stad is veel complexer dan een huis, ik mis het overzicht om me als stedenbouwkundige uit te leven.”

Nieuwsgierigheid loont, binnen wacht hem het rijk der zinnen. Mooi om te zien: Jempie die zich aan de ruimte overgeeft. Hoe hij door de knieën gaat om de mozaïektegels te voelen. Hoe hij de akoestiek van de aula proeft. Niet alleen door subtiele tikjes met de stok uit te delen, maar ook door het produceren van klok- en keelgeluidjes. Echolocatie, ook vleermuizen maken er gebruik van. “Dit is genieten”, zegt hij. “Het is hier rustig en veilig, ik kan volledig opgaan in de waarneming. Buiten, in het stadsleven, lukt dat niet. Zelfs al ken ik de weg van haver tot gort, dan nog moet ik voortdurend alert zijn. Je moet op het verkeer letten, obstakels vermijden en oppassen dat je niet van de stoeprand glijdt en je voet omslaat. Erg vermoeiend allemaal, het vergt veel concentratie. Pas op, ik loop graag in mijn eentje door de stad. Gewoonlijk heb ik dan mijn mp3-lezer op zak, er staan wel dertig titels op. Boeken zijn mijn bondgenoten als ik de stad induik. Ze zijn ideaal om de vele wachttijden te doden waarmee je als slechtziende te maken krijgt, en ze vormen goed gezelschap wanneer ik in mijn eentje een terrasje doe. Maar soms vind ik het fijn om me te laten gidsen. Niets zaliger dan in goed gezelschap een museum bezoeken. Zelfstandigheid is een mooie deugd, maar we moeten realistisch blijven. In de stad is veel informatie die alleen zienden voor ons kunnen ontsluiten.”

Hij proeft de echo in de gang naar de auditoria. Ooit schrijft hij er een boek over. Jempie en het materialisme, de titel staat al vast. Boomse baksteen, kiezelsteen, borduursteen, arduin, marmer, riooldeksels met en zonder ribbels, stalen en betonnen verlichtingspalen. Elk materiaal, al die verschillende vezels die samen het stadsweefsel vormen, heeft zijn eigen identiteit. “Een van mijn favoriete plekken is de Sint-Hubertusgalerij in Brussel”, zegt hij. “Hoe het marmer daar glad is geworden van de voetstappen, dat is mooi om te voelen. En dan het geluid van de stemmen die tegen de gevels en het glazen dak weerklinken, prachtig gewoon. Het Centraal Station in Antwerpen vind ik dan weer een draak van een gebouw. Te veel beton en te groot, ik loop er altijd verloren.”

De stok wordt tijdelijk opgeborgen. Begeleid wandelen, dat schiet beter op en vergt minder inspanning. Hij legt een hand op mijn schouder, dan hoef ik niet voortdurend te waarschuwen voor obstakels en is er gelegenheid om echt te praten. Hoe hij de stad ervaart? “Als een puzzel”, antwoordt hij na lang nadenken. “Het zijn altijd stukjes van de stad die ik verken. Die staan los van elkaar, maar soms ontdek je bij toeval dat twee stukken in elkaar passen. Je gaat ook bewust op zoek naar verbindingen, een tram- of buslijn kan volstaan om stadsdelen aan elkaar te linken. In feite bouw je in je hoofd een virtuele stad. Er zijn natuurlijk barrières waar je niet overheen raakt, moeilijke kruispunten of drukke invalswegen. De puzzel raakt dus nooit af, maar dat hindert niet. Ik koester niet de ambitie om een stad van a tot z te leren kennen. Dat zal me toch nooit lukken, want ik kan me geen voorstelling maken van de stad in haar totaliteit. Ach ja, dat is een beperking waar ik mee moet leven. Dat belet niet dat ikzelf af en toe voor gids speel in een stuk van de stad dat ik goed ken. Hier moeten we linksaf, zeg ik dan, want daar is een leuk café. En daar, op de pleintje wat verderop, is een fijne bank om uit te rusten. Mijn gezelschap is daar altijd van onder de indruk. Ik geef toe dat ik dan binnenpret voel.”

Hij neemt het woord vaak in de mond. Geluidsbeeld, het moet een cruciaal begrip zijn in zijn beleving van de polis. Iedere stad, ja zelfs iedere wijk en iedere straat, heeft een eigen geluidsbeeld. “Het is een gelaagd begrip”, legt hij uit. “Het gaat natuurlijk in de eerste plaats om geluid. De manier waarop water bruist, stroomt of klatert, de weerkaatsing van stemmen tegen gevels, dat is overal verschillend. Maar ik versta onder geluidsbeeld ook de sfeer die op een plek hangt. Voel ik er me veilig? Is het een vriendelijke plek of ervaar ik agressie? Dat is een erg wisselvallig gegeven. Dezelfde plek ‘s middags of ‘s avonds, dat kan een wereld van verschil uitmaken. Drukke plekken met veel volk probeer ik te vermijden, dat komt bedreigend over. Tenminste als ik alleen ben, want in gezelschap stort ik me graag in de drukte. Veel hangt ook af van het seizoen. De winter maakt alles groter omdat het geluid dan verder draagt. De zomer, met zijn bomen in het groen die het geluid als een tapijt dempen, roept meer intimiteit op.”

Hij steekt een sigaret op. “Slechte gewoonte”, geeft hij zelf toe. “Mijn reukzin raakt erdoor afgestompt. Goed geparfumeerde vrouwen in het station ruik ik nog wel, net zoals mannen overigens. Maar er zijn subtiele toetsen die me ontgaan. Geuren zijn nochtans belangrijk als ik op verkenning ga in de stad. Plekken zoals de Visserij en de Oude Beestenmarkt in Gent, die herkende ik vroeger aan de geur en de geluiden van de mensen. Ook op Linkeroever in Antwerpen hangt een heel eigen sfeer. Het zoemt er van de activiteit, je kunt de petrochemie letterlijk ruiken. Ik heb heel wat afgereisd. Van sommige steden heb ik een zeer helder geluidsbeeld. Praag met zijn bruggen over de Moldau, zijn grote gebouwen, zijn binnenkoeren en zijn overdekte gaanderijen. Venetië, waar je overal het water kunt horen en ruiken, waar je straatstenen en gevels kunt aftasten, zonder gehinderd te worden door auto’s of brommers. Ook Parijs is uniek. De boten op de Seine, de ambiance in de bistro’s, dat is nergens mee te vergelijken. Natuurlijk is er ook de factor ‘taal’. Taal is erg bepalend voor het geluidsbeeld van de stad. De gesprekken die je in Brussel opvangt, klinken heel anders dan in Gent of Antwerpen. Je voelt meteen dat je in een kosmopolitische stad bent.”

Zo ziet dus zijn stad eruit: een puzzel met gaten, waarvan de verschillende stukken associaties met geluiden, geuren en sfeer oproepen. “Niet helemaal”, corrigeert hij. “Naarmate je een plek beter kent, wordt het beeld concreter. Een leuk terrasje, een bruine kroeg, een bank aan het water, dat geeft kleur aan mijn stad. Veel hangt ook van het gezelschap. Bij sommige plekken wordt het beeld vooral bepaald door de mensen met wie ik ze heb bezocht.”

levenslange verslaving

Op het binnenplein van de prachtige Sint-Pietersabdij slaat hij ons nogmaals met stomheid. Dat hij de ruimte accuraat als ‘vierkant’ duidt, mag ons niet meer verbazen. Maar frappant is de manier waarop hij het plein diagonaal oversteekt. Het is de kortste weg naar de achterpoort die uitgeeft op een van de minst bekende parkjes van Gent. “Ik kan met mijn stok precies voelen hoe ik moet lopen”, zegt hij. “Er is hier veel passage, dat merk ik aan de begroeiing. Overal schiet het gras op tussen de kasseien, alleen het traject tussen de twee poorten ligt er kaal bij.” Hij neemt onze complimenten met een grijns in ontvangst. “Om eerlijk te zijn”, voegt hij eraan toe, “de tocht en de stemmen van tegenliggers hebben me ook geholpen.”

Jempie is geen tree hugger. Hij omhelst de bomen niet, maar laat zijn hand wellustig over hun stam, takken en bladeren glijden. Vormen verkennen, het is een levenslange verslaving. Over natuur in de stad heeft hij nochtans gemengde gevoelens. “Ik hou erg van groen”, zegt hij. “Maar stadsparken zijn aan mij niet besteed. Mijn blinden-gps werkt er niet, er zijn geen herkenningspunten, de grond waarop je loopt, vertoont geen structuren zoals stoepranden waarmee je je kunt oriënteren. Alleen als ik in gezelschap ben, waag ik me in een park.” Genieten vanaf de zijlijn kan wel. Het grasland voor onze voeten loopt steil af naar de oever van de Lieve. Het is een prachtige dag. De zon breekt door de wolken, in de verte houdt een klokkentoren ons bij de tijd. Jempie blijft minutenlang staan, de ogen gesloten. “Ik voel de openheid van het landschap voor me”, zegt hij. “Het is alsof ik de leegte kan absorberen. Dit is een heel intense ervaring.”

Op een bank aan de Lievekaai zetten we een punt achter onze expeditie. De zon schittert, maar het deert Jempie niet. “Licht”, mijmert hij. “Voor mij is dat in de eerste plaats warmte. Ik kan me daar in koesteren, zeker als ik aan de rand van het water zit. Het brengt me bijna in een roes.”

Erik RASPOET

Bron: De Morgen, 9 oktober 2010

Delen
Share on Facebook0Tweet about this on Twitter0Share on Google+0Share on LinkedIn0Email this to someonePrint this page

  1. Brailleschrift te ouderwets26-08-2018 07:08:16
  2. Blinden kunnen ‘zien’ met geluid08-11-2017 09:11:06
  3. Hoe kunnen blinde mensen toch ‘zien’ met klikgeluiden?20-10-2017 09:10:16
  4. Hoe blinde mensen net als vleermuizen kunnen ‘zien’ door middel van klikgeluiden06-09-2017 02:09:07
  5. Menselijke echolocatie in kaart gebracht01-09-2017 12:09:19
  6. Tongklikken in plaats van kijken31-08-2017 11:08:40
  7. Blinden leren kijken met hun tong31-07-2017 08:07:15
  8. Blinden leren zien met hun oren30-07-2017 08:07:29
  9. Video: Blinde jongeren maken in Leuven kennis met echolocatie28-07-2017 03:07:58
  10. Video: Zo kunnen blinden zien via hun oren28-07-2017 02:07:12
  11. ‘Zien’ met alleen maar geluid27-06-2017 08:06:15
  12. Hoe ik sonar gebruik om me een weg te banen door de wereld15-06-2017 07:06:00
  13. Fietsen met echolokalisatie14-06-2017 09:06:12
  14. Blinde ‘vleermuisjongen’ kan zien door echotechniek14-06-2017 09:06:50
  15. Blinde kan ‘zien’ als een vleermuis14-06-2017 05:06:44
  16. Blind fietsen14-06-2017 03:06:51
  17. Blinde kan ‘zien’ als een vleermuis22-02-2017 02:02:57
  18. Antwerps sonartoestel laat blinde jongen ‘zien’03-03-2016 07:03:09
  19. Blinde jongen vindt zijn weg door met zijn tong te klikken03-03-2016 07:03:20
  20. De blinde die Batman werd25-09-2015 08:09:03
  21. Blinde wetenschapper deelt hoe blinden de wereld zien25-09-2015 08:09:03
  22. De wereld zien in echo’s”25-09-2015 08:09:03
  23. Blinde meisjes zien zoals een vleermuis25-09-2015 08:09:03
  24. De klank van de stad maakt de ziel amoureus25-09-2015 08:09:03
  25. Blinden benutten vermoedelijk visuele hersenen voor echolokalisatie25-09-2015 08:09:03
  26. Deel van de hersenen voor ‘vleermuiszicht’ gevonden25-09-2015 08:09:03
  27. Blindelings de weg kunnen vinden25-09-2015 08:09:03
  28. Blind vertrouwen25-09-2015 08:09:03
  29. Blinde kinderen leren ‘kijken’ als vleermuizen25-09-2015 08:09:03
  30. Echolokalisatie helpt slechtzienden25-09-2015 08:09:03
  31. Blinden vinden hun weg dankzij navigatietechniek vleermuizen25-09-2015 08:09:03
  32. Blind brein kan weer ‘zien’ door echolocatie25-09-2015 08:09:03
  33. Echolocatie toegepast bij blinden25-09-2015 08:09:51
  34. Blind en toch kunnen zien: Echolokalisatie16-08-2015 07:08:30
  35. Deze blinde jongen is de echte Batman23-07-2015 03:07:20
  36. Blinde jongen ‘ziet’ dankzij vleermuistechnieken08-05-2015 09:05:53
  37. Echolocatie: Blinden leren zien met hun oren13-01-2015 09:01:12
  38. Sluitstuk – Blinden verkennen ruimtes met hun oren06-02-2014 06:02:05
  39. Kunnen we zien met onze oren?27-01-2012 04:01:17
  40. Blinden kunnen beelden horen06-06-2011 06:06:56
  41. “Ik ben niet blind, ik kan alleen niet zien”05-06-2011 01:06:20
  42. Blinde Anthony hoort de bomen komen05-06-2011 10:06:22
  43. Blinden kunnen beelden horen28-05-2011 03:05:32

Laatst bijgewerkt op 25 september 2015 – 20:17