Een voertuig besturen met een visuele handicap

Als je slechtziend bent, aan welke voorwaarden moet je dan voldoen om te mogen fietsen of autorijden? Het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid (BIVV) hanteert hiervoor wettelijke regels. Ook je oogarts draagt een belangrijke verantwoordelijkheid.

Wat de fiets betreft, zegt het verkeersreglement dat je in staat moet zijn om te sturen: je moet de nodige lichaamsgeschiktheid, kennis en rijvaardigheid bezitten. Je moet ook in staat zijn om alle nodige rijbewegingen uit te voeren en voortdurend je voertuig goed in de hand hebben. Wil je als slechtziende fietsen, dan vraag je eerst advies aan je oogarts. Verwittig ook je verzekeringsmaatschappij (burgerlijke aansprakelijkheid privéleven, ‘familiale polis’) dat je slechtziend bent en fietst.

Als je een motorvoertuig wilt besturen waarvoor je geen rijbewijs nodig hebt, dan moet je ook voldoen aan de hierboven vermelde voorwaarden en is er een burgerlijke aansprakelijkheidsverzekering nodig. Bij het afsluiten van de verzekering moet je de verzekeraar inlichten over je lichamelijke toestand of die van de gebruikelijke bestuurder.

Gaat het om een motorvoertuig waarvoor een rijbewijs vereist is, dan moet je een rijgeschiktheidsattest, afgeleverd door je oogarts, kunnen voorleggen. Volgens de minimumnormen inzake de lichamelijke en geestelijke geschiktheid voor het besturen van een motorvoertuig kom je als bestuurder in aanmerking als je, zo nodig met optische correctie, een binoculaire gezichtsscherpte van ten minste 5/10 hebt (of 6/10 voor personen met één oog) en je gezichtsveld minstens 120 graden bedraagt. Rijbewijsbezitters die niet meer aan deze voorwaarden voldoen, dienen hun rijbewijs in te leveren bij de bevoegde overheid. Deze bepalingen gelden voor het besturen van motorvoertuigen waarvoor een rijbewijs nodig is van groep 1. Hiervoor heb je altijd een rijgeschiktheidsattest van een oogarts nodig.

Elke kandidaat-chauffeur die slaagt voor het theorie-examen, moet een verklaring ondertekenen over zijn lichamelijke en geestelijke toestand. Zijn medische toestand dient in overeenstemming te zijn met de medische minimumnormen. De kandidaat ondertekent een verklaring over zijn visuele functies. Wie een visuele stoornis of oogaandoening heeft of denkt te hebben, mag die verklaring niet ondertekenen. Doe je het toch, dan leg je een valse verklaring af. In een dergelijke situatie moet je je wenden tot een oogarts, die dan een attest van rijgeschiktheid model X kan afleveren.

Een tweede verklaring gaat over de lichamelijke of geestelijke toestand. Als de kandidaat meent onderhevig te zijn aan één of meerdere aandoeningen, dient hij zich te wenden tot zijn huisarts of specialist. Afhankelijk van de problematiek kan het advies van andere artsen of specialisten vereist zijn. De arts die alle gegevens verzamelt, levert het eventuele rijgeschiktheidsattest af.

Vertoont de kandidaat een vermindering van de functionele vaardigheden ten gevolge van een aantasting van het musculoskeletaal systeem, een aandoening van het centrale of het perifere zenuwstelsel of stoornissen in zijn motorische controle, zijn waarnemingen, zijn gedrag of beoordelingsvermogen, dan moet hij naar het CARA verwezen worden.

Het CARA, Centrum voor Rijgeschiktheid en voertuigAanpassing, is een afdeling van het BIVV. Het heeft als opdracht de rijgeschiktheid te bepalen van de kandidaten met een verminderde functionele vaardigheid die een invloed kan hebben op het veilig besturen van een motorvoertuig. Het CARA levert geen rijbewijzen, wel rijgeschiktheidsattesten af.

De aanpassingsdeskundigen adviseren over de technische aanpassingen aan het motorvoertuig en beoordelen de rijgeschiktheid in de praktijk. Psychologen beoordelen de psychologische geschiktheid, terwijl artsen de medische geschiktheid beoordelen en het rijgeschiktheidsattest afleveren. Dit attest wordt afgeleverd als de medische conditie in overeenstemming is met de medische minimumnormen en de kandidaat over de praktische vaardigheden beschikt om veilig een al dan niet aangepast motorvoertuig te besturen.

Aan het gebruik van het rijbewijs kunnen ook voorwaarden en beperkingen gesteld worden. Die worden bepaald op basis van je lichamelijke en geestelijke toestand, rekening houdend met de risico’s, omstandigheden en gevaren die eigen zijn aan het besturen van een bepaald motorvoertuig. Deze voorwaarden en beperkingen kunnen o.m. betrekking hebben op de rijbewijscategorie, het type voertuig, de gebruiksvoorwaarden, het ogenblik van gebruik, de actieradius, de geldigheidsduur en het gebruik van hulpmiddelen.

De onderzoeken op het CARA zijn gratis. Het CARA beschikt ook over aangepaste lesauto’s die gratis ter beschikking worden gesteld, via de rijschool.

Het CARA is erkend door de Commissie voor de Bescherming van de Private Levenssfeer. Geen enkele informatie wordt meegedeeld aan verzekeringen, gemeentelijke administratie of politie.

Je kunt bij het CARA ook terecht voor nadere inlichtingen over het rijbewijs, de autokeuring, advies bij het aanpassen of verbouwen van een motorvoertuig enz.

Adres: CARA, Haachtsesteenweg 1405, 1130 Brussel, tel. 02-244 15 52, cara@bivv.be

Bron: KNIPOOG, Tweemaandelijks tijdschrift van Blindenzorg Licht en Liefde vzw, VeBeS vzw en KMBS vzw, http://www.blindenzorglichtenliefde.be, Jaargang 9, nr. 5 – september/oktober 2012

Moet u een oogonderzoek ondergaan om een rijbewijs te krijgen?

Met de auto rijden wanneer uw zicht beperkt is, vormt een gevaar voor uzelf en voor anderen. 20% van de verkeersongevallen zou te wijten zijn aan een probleem van het gezichtsvermogen. Volgens het verkeersreglement moet u als bestuurder de vereiste lichaamsgeschiktheid hebben en over de nodige kennis en vaardigheid beschikken. Of u met de auto kunt rijden, moet individueel worden bekeken, naargelang het type oogprobleem, de evolutie ervan en uw behoeften.
•Bij het theoretisch examen voor een rijbewijs van Groep 1 (rijbewijscategorieën A en B) moet u een leestest afleggen die bedoeld is om een indicatie te geven over uw gezichtsvermogen. Voldoet u niet aan deze test, dan bent u verplicht om naar de oogarts te gaan.
•Bij het afleveren van een rijbewijs type 1 (categorie A of B) moet u een attest in verband met rijgeschiktheid ondertekenen.

Wat de visuele functies betreft, moet u op volgende vragen antwoorden:
•Is het u bekend dat u een aandoening van de ogen heeft (bv. glaucoom, cataract, verlies van een oog, dubbelzicht, lensinplant,…) of werd of wordt hiervoor behandeld?
•Ziet u slecht, onscherp of wazig? (u ziet slecht als u een nummerplaat van een auto die 10 meter van u verwijderd is niet kan lezen)
•Draagt u een bril of contactlenzen om ver te kunnen zien?
•Is uw gezichtsveld aangetast of zijn er gebieden in uw blikveld waar u niets ziet? (als u recht voor u kijkt moet u gelijktijdig en overal kunnen zien wat er gebeurt, zoniet is uw gezichtsveld aangetast).
•Ziet u weinig of niets bij schemerlicht of duisternis?

Indien uw verklaring niet strookt met de realiteit, kunt u vervolgd worden en kan de verzekering bij een ongeval weigeren om de schade te vergoeden.

Indien u denkt dat u een probleem heeft met het gezichtsvermogen, moet u zich laten onderzoeken door een oogarts. De oogarts kan bepalen of u rijgeschikt bent, eventueel onder bepaalde voorwaarden (bv. met een bril) of beperkingen (bv. niet in het donker).

Die voorwaarden/beperkingen worden op uw rijbewijs genoteerd.

Indien het dragen van een bril op uw rijbewijs genoteerd is, moet u uw bril altijd dragen tijdens het rijden. Indien u deze niet draagt, begaat u dus een overtreding. Indien het dragen van uw bril niet op uw rijbewijs genoteerd is, is er geen enkele verplichting om hem tijdens het rijden te dragen.
•Indien u na het behalen van uw rijbewijs niet meer voldoet aan de medische minimumnormen om auto te rijden, moet u uw rijbewijs inleveren. Wanneer uw arts vaststelt dat uw gezichtsvermogen te slecht is om nog met de auto te rijden, moet hij/zij u aansporen om uw rijbewijs in te leveren. U bent dan verplicht om dat binnen de vier dagen te doen. Indien de arts meent dat u een ongeval kunt veroorzaken met zware gevolgen voor hem of voor derden, kan hij de procureur des Konings op de hoogte brengen van zijn twijfels in verband met uw rijgeschiktheid.
•De oogarts kan u altijd verwijzen naar CARA. Bij combinatie van oogproblemen met andere medische stoornissen (bijvoorbeeld diabetes, hartproblemen) beslist de behandelende arts over rijgeschiktheid en geldigheidsduur in samenspraak met CARA.
•Beroepschauffeurs (rijbewijs groep 2 met rijbewijs C, D en/of E en chauffeurs met een rijbewijs A, B of B+E die personen vervoeren zoals een taxichauffeur of bezoldigd leerlingenvervoer) moeten een rijgeschiktheidsattest van een oogarts of een arbeidsgeneeskundige dienst hebben. Dat attest is 5 jaar geldig. Zij moeten zich tot hun vijftigste om de vijf jaar opnieuw laten controleren, nadien om de drie jaar.
•De chauffeur die een acute aandoening van de ogen heeft die de werking ervan zodanig stoort dat de verkeersveiligheid in het gedrang komt (bv. plotseling verlies van één oog, een oogverlamming die aanleiding geeft tot dubbelzien…), is niet rijgeschikt. Een oogarts bepaalt wanneer de chauffeur opnieuw rijgeschikt is en de geldigheidsduur.

Wettelijke minimumvereisten om een auto te besturen

Gezichtsscherpte

De centrale visuele scherpte of gezichtsscherpte (visus)

De gezichtssterkte wordt gemeten door middel van het lezen van cijfers of letters vanaf een bepaalde afstand. Bij deze test mag u uw bril dragen. De gezichtsscherpte wordt uitgedrukt in tienden (grootte van de gelezen symbolen). Een normale gezichtssterkte is 10 op 10.
•De gezichtsscherpte met beide ogen (met bril of lenzen) moet ten minste 5/10 bedragen. Ruwweg kan men stellen dat iemand met een dioptrie van min 1 nog een zicht heeft van zo’n 5 op 10.

Als u maar één oog hebt of met één oog minder dan 1op 10 haalt, dan moet u met uw gezonde oog een score halen van minstens 6 op 10.
•De correctie door brillenglazen mag het gezichtsveld in de horizontale aslijn niet in belangrijke mate beperken (zie verder).
•Wanneer uw oogarts meent dat u bij een gezichtssterkte van minder dan 5/10 (maar meer dan 3/10) toch met de auto kunt rijden, dan moet u een rijtest afleggen bij het het Centrum voor rijgeschiktheid en voertuigaanpassingen (CARA).
•Voor chauffeurs uit groep 2 gelden strengere normen: zij moeten een gezichtsscherpte van minstens 8/10 voor het beste oog en 5/10 voor het minder goede oog hebben. Indien de waarden 8/10 en 5/10 worden bereikt met een optische correctie (bril of lenzen), dan moet de minimale gezichtsscherpte zijn verkregen door brilglazen die niet sterker mogen zijn dan plus 8 dioptrieën. Contactlenzen zijn tot elke sterkte toegestaan, mits zij goed worden verdragen.

Gezichtsveld

Het gezichtsveld (het omgevings- of het perifere zien) is de ruimte die de twee ogen dekken om zijwaarts dingen te zien. Het perifeer gezichtsveld is zeer belangrijk om ons te waarschuwen wanneer er zich iets in onze nabijheid bevindt of nadert. Een uitval in het gezichtsveld is te beschouwen als een ‘dooie hoek’.

Ieder oog heeft zijn eigen gezichtsveld. Wanneer we met 2 ogen tegelijk kijken is ons totale gezichtsveld groter dan van ieder oog afzonderlijk (blikveld genoemd). De 2 gezichtsvelden van beide ogen vallen voor een groot deel samen. Zo kunnen afwijkingen in het gezichtsveld van het ene oog opgevangen worden door het gezichtsveld van het andere oog.

Een persoon met een normale zicht heeft een gezichtsveld van 180° voor beide ogen. Bij een gezichtsveld van 30° voor het beste oog begint men in het dagelijkse leven ernstige functionele problemen te ondervinden.

Verschillende aandoeningen kunnen het gezichtsveld beperken, bijvoorbeeld glaucoom, een neurologische afwijking (bv. na een herseninfarct), afwijkingen van de oogzenuw, netvliesloslating, maculadegeneratie, diabetische retinopathie…
•Voor groep 1 (rijbewijs A3, A, B, B+E of G)

Het horizontale binoculaire gezichtsveld (met beide ogen) moet minstens 120° bedragen. Vanuit het centrum van dit gezichtsveld moet de amplitude minimaal 50° naar links en naar rechts, en minimaal 20° naar boven en onder te bedragen. De centrale 20° moet vrij zijn van enig absoluut defect. Uitzonderlijk kunt u, op grond van een gunstig advies van de oogarts en een gespecialiseerd centrum, toch rijgeschikt verklaard worden als u niet voldoet aan de normen van het gezichtsveld.

Als u slechts één oog functioneel gebruikt, gelden dezelfde criteria als voor het binoculair functioneren, de persoon kan rijgeschikt verklaard worden door de oogarts.
•Voor groep 2 (rijbewijs C, C+E, D of D+E, of van de subcategorie C1, C1+E, D1 of D1+E)

Het horizontale binoculaire gezichtsveld moet minimum 160° bedragen. Vanuit het centrum van dit gezichtsveld moet de amplitude minimaal 70° naar links en naar rechts, en minimaal 30° naar boven en onder te bedragen. De centrale 30° moeten vrij te zijn van enig absoluut defect.

Indien u slechts één oog functioneel kunt gebruiken, bent u niet rijgeschikt.

Dieptezicht

Wanneer we met twee ogen kijken naar iets kijken zien we twee beelden die net een beetje van elkaar verschillen. Door dat kleine verschil in beelden leren onze hersens afstanden inschatten. Hoe kleiner het verschil tussen de beelden, hoe verder iets verwijderd is. Voor het dieptezien op een afstand groter dan 2 meter, maken we gebruik van andere waarnemingen om de afstand en de diepte te beoordelen, zoals perspectief, schaduwen, enz.

Wanneer iemand slechts met één oog ziet hij dus geen dieptezicht. Er zijn ook mensen die met beide ogen afwisselend zien, maar nooit samen met beide ogen. Dit probleem komt dikwijls voor bij mensen die vroeger behandeld werden voor een lui oog (amblyopie) of scheelzien.

Diepteziecht is erg belangrijk in het verkeer, onder meer om afstanden correct te kunnen inschatten.

1 oog

De chauffeur die het gezichtsvermogen van één oog volledig verloren heeft of die slechts één oog gebruikt, moet, zo nodig met een optische correctie, een gezichtsscherpte van ten minste 6/10 hebben. Beroepschauffeurs met één oog (of met een oog met een gezichtsscherpte van minder dan 1 op 10) zijn niet rijgeschikt.

Met één oog heeft u weliswaar niet hetzelfde dieptezicht als iemand met twee ogen, maar u heeft andere middelen om dat te compenseren.

Indien u plots één oog verliest door een ziekte, een operatie of door een oogverband, dan mag u tijdelijk niet met de auto rijden omdat uw gezonde oog het verlies nog niet kan compenseren. Meestal passen uw hersenen na ca 3 maanden het zicht weer redelijk aan, en leert u ook andere compensatiemiddelen.

Dubbelzien (diplopie)

Dubbelzien is gevaarlijk in het verkeer, onder meer omdat men afstanden verkeerd inschat.

Een dubbelbeeld dat in één oog zit en dus blijft bestaan na het afdekken van het andere oog, wordt veroorzaakt door een oogafwijking van dat oog zelf, bv. staar (cataract) of een hoornvliesafwijking.

Dubbelbeelden die alleen aanwezig zijn als met twee ogen gekeken wordt, ontstaan doordat de samenwerking van de oogspieren tussen beide ogen niet goed is. Dit kan bijvoorbeeld veroorzaakt worden door langdurig scheelzien of door een verlamming van een van de hersenzenuwen die de oogspieren aansturen, bv. door een herseninfarct, suikerziekte, een ongeval enz. Er kunnen ook afwijkingen aanwezig zijn in de oogspieren zelf. Een voorbeeld is de oogziekte van Graves.

Scheelzien (strabisme)

Iemand die scheel ziet, gebruikt meestal maar één oog. Als het andere oog, dat wel de juiste richting uitkijkt, voldoet aan de wettelijke voorwaarden, dan mag u met de auto rijden.

Indien u echter dubbel ziet (wat vaak gebeurt als u pas op latere leeftijd begint scheel te zien) of een oogspierverlamming hebt, dan mag u niet met een auto rijden.

Kleurenblindheid (daltonisme)

Kleurenblindheid is een niet te genezen aangeboren afwijking waardoor geen kleuren kunnen worden onderscheiden. Ongeveer 8 % van de mannen en zowat 0,5 % van de vrouwen hebben met deze afwijking te maken.
Kleurenblindheid heeft geen invloed op de gezichtsscherpte, wel op het vermogen om bepaalde kleuren waar te nemen. Het gaat meestal om een verminderd vermogen om groentinten waar te nemen. In het dagelijks leven levert deze aandoening meestal geen problemen op. Ook voor het autorijden – zelfs bij beroepschauffeurs – is het geen probleem.

Totale kleurenblindheid, waarbij men alleen nog maar in zwart, wit en grijs kan waarnemen, komt uiterst zelden voor. Meestal gaat deze vorm van kleurenblindheid ook gepaard met een duidelijk verminderd zicht, vooral bij daglicht en zeker in de zon, en voldoen die chauffeurs niet meer aan de wettelijke normen om een wagen te mogen besturen.

Gestoord schemerzicht – nachtblindheid

Nachtblindheid is een aandoening waarbij het oog bij weinig licht slecht kan zien. Iemand met nachtblindheid heeft bij de overgang van licht naar donker altijd enige tijd nodig om te kunnen kijken. Het kan tot een uur duren voor zien in het donker optimaal is. Nachtblindheid is doorgaans een aangeboren afwijking, maar het verschijnsel kan ook het gevolg zijn van een tekort aan vitamine A.

Om rijgeschikt te zijn moet men na vijf minuten aanpassing aan de duisternis een gezichtsscherpte met beide ogen vertonen van 2/10, eventueel met een optische correctie.

Een lichte vorm van nachtblindheid komt vaak voor bij personen die lichtjes bijziend zijn of waarvan de bril niet meer aangepast is aan de ogen. Wie met dit probleem te kampen heeft, kan zijn brilglazen laten ontspiegelen. Daardoor hebt u geen last meer van storende reflecties en ziet u veel scherper. Dergelijke brilglazen zijn trouwens voor iedereen die vaak bij donker weer de weg op moet, aan te bevelen.

Wanneer u met een ernstige vorm van nachtblindheid (hemeralopie) te kampen hebt, is rijden uitgesloten. Die extreme vorm van nachtblindheid komt echter niet veel voor.

Verstrooiing van licht – last van verblinding

Bij verblinding zien we slechter bij tegenlicht, bijvoorbeeld bij een laagstaande zon. Iedereen heeft hier last van, maar bij bepaalde aandoeningen is het slecht zien bij tegenlicht veel erger doordat het licht wordt ‘verstrooid’ en uitwaaiert. Strooilicht komt voor bij bijv. staar of na een ooglaserbehandeling. Strooilicht neemt ook toe met de leeftijd. Het strooilicht is tot tweemaal hoger bij ouderen (boven de 65 jaar) dan bij jongeren.

Contrastgevoeligheid

De contrastgevoeligheid bepaalt de mate waarin men objecten met verschillende niveaus van lichtintensiteit van elkaar kan onderscheiden. De contrastgevoeligheid is daardoor mede verantwoordelijk voor het kunnen waarnemen van details. Een verminderde contrastgevoeligheid geeft bijvoorbeeld een verminderde gezichtsscherpte bij nachtelijk rijden.

Kunstlens

Mensen waarvan de ooglens vervangen is door een kunstlens (pseudofakie) mogen een bijkomende optische correctie (bril of contactlenzen) dragen om aan de minimumnormen te voldoen. Intraoculaire lenzen worden niet als corrigerende lenzen beschouwd en leiden dus niet tot rijongeschiktheid, tenzij zich problemen zoals ‘dubbelbeelden’ voordoen.

Meer info

Cara (het Centrum voor Aanpassing van het Rijden door gehandicapte Automobilisten), cara@bivv.be

Bron: http://www.gezondheid.be

Delen
Share on Facebook0Tweet about this on Twitter0Share on Google+0Share on LinkedIn0Email this to someonePrint this page

  1. “Ik wil een rijbewijs halen, want het openbaar vervoer hier is geen lachertje”19-01-2020 06:01:54
  2. 30% zicht, 100% veilig de weg op18-01-2020 07:01:37
  3. Rijbewijs: autorijden en slechtziendheid17-11-2018 08:11:33
  4. Ford’s pedestrian detection remt automatisch voor voetgangers in het donker18-06-2017 01:06:12
  5. Cruisecontrol is uitgevonden door een blinde man15-06-2017 08:06:18
  6. Last van laagstaande zon in het verkeer03-04-2017 08:04:14
  7. Bijna helft automobilisten ziet slecht in donker25-09-2015 07:09:29
  8. Één op de acht chauffeurs ziet te slecht25-09-2015 07:09:29
  9. Minister kijkt andere kant op25-09-2015 07:09:29
  10. DVN verheugd over snelle invoering oogkeuringsmaatregel25-09-2015 07:09:29
  11. “één bestuurder op acht ziet onvoldoende? overdreven”25-09-2015 07:09:29
  12. Eerst medische test voor vernieuwing rijbewijs25-09-2015 07:09:02
  13. Wathelet overweegt oogtest voor chauffeurs25-09-2015 07:09:02
  14. Specialist verkeersveiligheid vindt voorstel Wathelet onvoldoende25-09-2015 07:09:02
  15. “Slechte ogen? Niet langer een rijbewijs!”25-09-2015 07:09:02
  16. Tienjaarlijkse oogtest voor rijbewijs25-09-2015 07:09:02
  17. Oogtest nodig voor verlengen rijbewijs25-09-2015 07:09:02
  18. Een voertuig besturen met een visuele handicap25-09-2015 07:09:02
  19. Schultz: keuring voor rijbewijs makkelijker10-02-2015 06:02:04
  20. Strafblad bij ‘hufterovertreding’ (boete wanneer geen voorrang aan blinden gegeven wordt)01-01-2015 10:01:13
  21. Blinde niet voor laten gaan zwaar beboet15-12-2014 02:12:45
  22. Fiscale maatregelen voor personen met een visuele handicap in België29-10-2014 06:10:59
  23. Kan ik als slechtziende een autoverzekering krijgen?04-09-2014 09:09:06
  24. Slecht zien en autorijden19-08-2014 04:08:08
  25. Website Visio AutO-Mobiliteit in een nieuw jasje30-04-2013 07:04:35
  26. Video: Blind, maar toch achter het stuur21-03-2012 05:03:32
  27. Video: Autorijden nu ook voor slechtzienden mogelijk21-03-2012 05:03:08
  28. Video: Slechtziende haalt rijbewijs21-03-2012 04:03:07
  29. Video: Te veel slechtzienden mogen onterecht geen rijexamen doen21-03-2012 04:03:45
  30. Ford helpt slechtzienden27-01-2012 05:01:46
  31. Telescoop maakt dat slechtziende kan autorijden05-06-2011 07:06:59
  32. Nieuwe eisen aan rijgeschiktheid slechtzienden05-06-2011 07:06:59
  33. Autorijden nu ook voor slechtzienden mogelijk05-06-2011 06:06:56
  34. Slecht zien en toch autorijden29-05-2011 12:05:45
  35. Auto’s hinderen blinde wandelaar28-05-2011 11:05:25
  36. Autorijden voor blinden27-05-2011 01:05:31

Laatst bijgewerkt op 25 september 2015 – 19:52