Piet Devos: Nieuws uit Polen – EVS 1 oktober 2002 tot 15 juni 2003

Inleiding

Piet is een goede blinde vriend van me die ongeveer één schooljaar in Polen heeft vertoefd (tot juni 2003) samen met Timmy De Waele(zie: EVS-verhaal Timmy).. Hij hield in Polen op regelmatige basis in middelbare scholen en universiteiten lezingen over de integratie van blinden en slechtzienden op allerlei gebieden. Ben jij ook benieuwd wat Piet tijdens zijn EVS (European Voluntary Service)-project heeft meegemaakt? Lees dan gauw het onderstaande verslag geschreven door Piet.

Opmerkingen
– Bron: Piet Devos, e-mails tussen 06/10/2002 en 16-06-2003.
– Dit document werd met de uitdrukkelijke goedkeuring van de auteur, Piet Devos, op mijn website geplaatst.
– Het is illegaal de inhoud van dit document, beschermd door een copyright, te reproduceren en/of te bewerken, zonder uitdrukkelijke toestemming van de copryright-houder. Wens je meer info of heb je vragen over dit document? Neem dan contact op met webmaster Kim, die het bericht eventueel ook zal doorsturen naar Piet, de auteur van dit document.

1. Zondag 6 oktober 2002

Hallo iedereen,

Jullie hebben wel even moeten wachten op nieuws van mij, maar hier komt dan mijn eerste ooggetuigenverslag. Het is overigens heel druk geweest deze week, en bijgevolg heb ik nu pas een beetje tijd gevonden om mijn eerste indrukken aan het papier toe te vertrouwen.

We zijn hier in het holst van de nacht aangekomen, en hebben dan ook enkel onze bagage naar de kamer gesleept, om vervolgens ons bed in te duiken. We verblijven wel degelijk in het internaat van de school, waar we werken. Gelukkig hadden ze het programma voor de volgende dag niet te zwaar gemaakt, want behalve onze kamer inrichten en een vergadering in de namiddag, omtrent onze toekomstige taken hier, hebben we niet bijster veel uitgevoerd. Vanaf het begin was het wel duidelijk dat ieders bedoelingen hier heel goed zijn, maar dat de organisatie vaak wat mank loopt. Ik besef dat ik de eerste weken hier alles wat op zijn beloop moet laten, want ik twijfel er niet aan dat alles zichzelf wel zal uitwijzen, alleen weet ik niet wanneer. Het communicatieprobleem draagt uiteraard ook bij tot deze vertraging, daar velen hier geen Engels of Duits spreken en ons Pools nog in zijn kinderschoenen staat.

We hebben al drie introductielessen Engels gegeven, en vanaf volgende week is het de bedoeling dat telkens één van ons, Timmy of ik, elke leerkracht Engels assisteert tijdens zijn lessen. Verder hebben we tien leerlingen die ook in hun vrije tijd conversatieoefeningen willen. Het leukste is dat veel jongeren hier proberen Engels te spreken, zonder er zich werkelijk bewust van te zijn. Zo speelt Timmy mee in de muziekgroep van de school, ga ik mee zwemmen en speel ik in hun schaakclub. Tijdens gelijkaardige activiteiten willen ze met jou communiceren, en doen ze bijgevolg hun uiterste best om Engels te praten. Ze appreciëren eveneens ontzettend dat wij Pools aan het leren zijn, en zijn steeds bereid ons erbij te helpen. Het is heel fijn om te merken dat ze je beschouwen als een vriend en niet als een leerkracht, want we hebben reeds een lange lijst van vaste bezoekers. De meeste studenten, met wie we tot nog toe in contact kwamen, zijn 15 tot 18.

We zullen nu ook Poolse les krijgen en iemand zal ons hier de weg tonen naar de plaatsen, waar we het vaakst heen moeten. Zo hebben we elke maandagavond een vergadering in Semper Avanti, onze gastorganisatie, waar we dan de andere vrijwilligers die hier in Wroclaw werken, kunnen ontmoeten. De donderdagavond ga ik bijvoorbeeld ook naar de ziendenschaakclub, en het is dan wel handig als je dat op je ééntje kunt vinden.

We hebben de ganse week het aangename gezelschap gehad van Kiki, Daniele en Jean-Noël: de filmploeg die een documentaire van ons project maakt. Het was voor hen zeker niet gemakkelijk, vooral daar heel weinig vooraf bepaald was en anticipatie daarom weinig effect sorteerde. Over een aantal maanden komen ze opnieuw een weekje filmen.

Als je in Polen verblijft, kun je moeilijk stellen dat je een grote cultuurschok ondergaat, maar je voelt wel dat vooral subtiele kleinigheden je er telkens op wijzen dat je niet in een West-Europees land bent. Zo schijnt niemand het echt nauw te nemen met afgesproken tijdstippen voor een ontmoeting. De mensen zijn over het algemeen veel opener en gaan losser met elkaar om, hoewel respect en hiërarchie van wezenlijk belang blijven.

Het zal zonder meer een heel boeiende periode worden, want alleen al ons project is een ware uitdaging. Polen is zonder enige twijfel een land, waar je heel snel verliefd op kunt worden.

Do widzenia!
Piet, zondag 6 oktober 2002

2. Zondag 20 oktober 2002

Waarde landgenoten,

Het gigantische gebouw dat op het plein voor het station oprees, vormde de eerste herinnering aan het communistische tijdperk. Het afgrijselijke Paleis voor Cultuur van Warschau, want dat was het, heette ons namens zijn roemruchte verleden welkom. Al op het busstation ontmoetten we andere vrijwilligers die ook voor de training naar de hoofdstad waren gekomen. Het was maandagmorgen, en een ijzige wind leek de voorbode van de harde winter die voor ons ligt. Die ochtend moesten we om zes uur uit de veren om een uur later de trein te kunnen nemen samen met de andere zeven Semper Avanti-vrijwilligers.

Wanneer we in de jeugdherberg waren aangekomen, leerden we al gauw de overige leden van de groep kennen; in het totaal achttien, die vanuit alle uithoeken van het land naar deze ‘on arrvial meeting’ waren afgezakt. Wat de nationaliteiten betrof, was er heel wat variëteit: Fransen, Duitsers, Portugezen, een Spanjaard, een Griek, een Engelse en een Oostenrijkse. Het hotel was heel comfortabel, en na onze twee weken schoolvoedsel was het eten er een ware verademing. De hele bijeenkomst werd geleid door heel bekwame en aardige mensen van het Pools Nationaal Agentschap; ook ons eigen Magda van Semper Avanti was één van de instructrices.

Er is voorbije week veel aandacht besteed aan mekaar beter leren kennen en aan verhalen over de respectieve steden van de deelnemers. We kregen eveneens een boel informatie omtrent onze rechten en plichten hier, verzekeringen en visa. Je kunt moeilijk stellen dat deze laatste onderwerpen ongelooflijk boeiend waren, maar het was zonder meer een noodzakelijke kwaal, want het bleek nog maar eens hoe ingewikkeld het is om al je papieren in orde te krijgen.

Veel leerrijker op zich waren allerlei aspecten van de Poolse cultuur, waarover kleine groepjes een korte lezing voorbereidden. Samen met twee Franse meisjes, Amandine en Hanne-Laure, en de Griekse jongen, Alexandros, verdiepte ik mij in de huidige politieke situatie. We trokken gevieren naar het Departement voor Internationale Betrekkingen en interviewden daar tal van studenten en enkele professoren. We lieten ook een kleine enquête invullen door een veertigtal mensen. Zo verkregen we een vrij goed beeld van de republikeinse structuur van het land, en de actuele politieke en economische tendensen. Eén van onze conclusies was bijvoorbeeld dat, nu Polen in crisis verkeert, alle hoop wordt gesteld in de toetreding tot de Europese Unie. Tenminste, zo denken de meeste jongeren, maar onder de ouderen en op het platteland schijnt het euroscepticisme hoogtij te vieren. Voor mij persoonlijk vond ik het wel confronterend om te ervaren hoe moeilijk het vaak is om objectief vragen te stellen. Zeker waar het heikele kwesties aangaat, waarop je zelf een uitgesproken visie hebt. De verbijstering stond bijvoorbeeld naar verluidt op mijn gezicht te lezen, toen ik te horen kreeg dat vele studenten de Verenigde Staten steunen in hun strijd tegen Irak. Deze pro-Amerikaanse houding is hier wel niet algemeen – de meningen zijn scherp verdeeld -, en waar ze opduikt, stoelt ze meestal op de economische hulp van de US aan Polen.

Timmy had als muzikant natuurlijk in een oogwenk zijn werkgroep gevonden. Zijn onderzoekingen concretiseerden zich in een prachtige CD van Frederic Chopin, die nu weerklinkt, wanneer ik dit neerschrijf.

De groepssfeer onder de vrijwilligers was heel goed, en dit leidde dan ook tot menig gezamenlijk cafébezoek en één bioscoopavondje. Uiteraard spraken we af om elkaar in de komende maanden te bezoeken en mee te helpen in projecten van de ander. Zo gaan wij hier op het instituut workshops organiseren; respectievelijk kan Morgane dan dansles geven en Nuno, een Portugese jongen, kan aan de slag met bodypainting.

De laatste avond diende er vanzelfsprekend gefeest te worden. In een gezellig restaurant luisterde een traditionele dansgroep – studenten van de landbouwuniversiteit – de maaltijd op. Hun mooie muziek en klederdracht waren eigenlijk die van de bergbewoners of in het Pools ‘Górale’. Toen ze ons bij verscheidene dansen betrokken, heerste er algehele hilariteit. Haast niemand slaagde erin het snelle ritme van de muziek te volgen, maar we hebben ons kostelijk geamuseerd. Op dit partijtje liep ik nog een landgenoot tegen het lijf! Een jongen uit Gent die gans Polen heeft afgereisd om lezingen over de EU te geven.

Er hangt overigens nog een documentaire in de lucht….. In Warschau zijn we namelijk aangesproken door een jonge regisseur, die een film wil draaien over ons project en bovenal daarin ons geïntegreerd leven wil accentueren. Binnenkort komt hij naar Wroclaw.

Goed, de gebruikelijke arbeidsweek ligt weer voor ons, en behalve het lesgeven zijn daar nog organisatorische beslommeringen bijgekomen. Daar de tijd me nu ontbreekt, zal ik dit relaas tot een volgende aflevering moeten uitstellen.

Uw correspondent
Piet, zondag 20 oktober 2003

3. Donderdag 31 oktober 2002

Beste vrienden,

Hier ben ik weer met wat nieuwtjes uit het Oosten. Dagelijks proberen we via Internet naar het Radio1-journaal te luisteren, om toch ook een beetje op de hoogte te blijven van het reilen en zeilen in ons dierbaar vaderland. Maar ieder die zich geroepen voelt, mag me meer gedetailleerde informatie toesturen. Zeker omtrent ons Koningshuis is elke krantensnipper, elke nieuwskruimel van harte welkom; ik heb het immers altijd een al te gek stel gevonden. En nu mijn favoriet Laurent schijnbaar van de straat is geraakt, zit ik nog meer op hete kolen.

Goed, genoeg royaal geleuter, terug naar de feiten van alle dag. Er is inderdaad een boel te vertellen. Het lesgeven wordt intensiever en mijn uurrooster begint aardig vol te raken, zeker daar ik nu naast Engels, ook Frans en Spaans moet geven. Elke keer dat ik hier een uur voor de klas sta, neemt mijn respect voor het beroep van leerkracht evenredig toe. De eerste weken dienden we namelijk slechts de leraars te assisteren, maar nu moeten we soms een volledige les zelfstandig geven. Het is een bijzonder leerrijke ervaring, des te meer omdat je met kinderen werkt, van wie je de moedertaal niet spreekt. Het bewijst eveneens dat onze aanpak om tijdens de Engelse les louter Engels te praten en niet te vertalen, wel degelijk mogelijk is. De leerkrachten gaan er te snel vanuit dat dit te moeilijk is, en dat de leerlingen hen niet zullen begrijpen; bijgevolg wordt er meer Pools gesproken in de taalles dan iets anders. Van het schrijnende resultaat van deze strategie kunnen we hier dagelijks met volle teugen genieten: de overgrote meerderheid vertikt het ronduit enige inspanning te leveren om een nieuwe taal te leren. Waarom zouden ze? Ze krijgen alles in de schoot geworpen.

Deze apathie heeft uiteraard ook praktische oorzaken, waaraan ik in mijn vorig verslag op het einde refereerde. Er heerst immers een groot tekort aan brailleboeken, of tenminste aan moderne handboeken. Als je dan bedenkt hoe kwistig we er in België mee omspringen, is de oplossing gauw gevonden. Ik verspreidde een oproep op vele nieuwsfora in ons land om blinde kinderen te vragen hun boeken die ze niet meer gebruiken en die toch maar op zolder staan te bestoffen, aan de Poolse studenten te geven die ze wel nog zinvol kunnen aanwenden. Het meest logische zou in de toekomst zijn dat we in België verplicht worden onze leerboeken na onze studies naar een centraal verzamelpunt te sturen; van daaruit is het dan eenvoudiger om ze te transporteren naar het buitenland. Tegenwoordig moeten we ze nog doodleuk weggooien, wat toch je reinste verspilling is! Ik kreeg heel wat positieve reacties op mijn ‘noodkreet’; de goede wil om te helpen is er zeker. Toen ik in Warschau was, ontmoette ik er de nationale EVS-coördinator. Deze man was laaiend enthousiast over ons initiatief, en hij beloofde zich te bekommeren om het vervoer van Brussel naar Polen. Als alles goed gaat, zullen we hier omtrent volgende week in Krakow een gesprek hebben met iemand van ons eigen Nationaal Agentschap, die daar dan is voor een congres. Kortom, je merkt dat dit een vervolgverhaal wordt.

Vorige vrijdag hadden we een leuk feestje met alle vrijwilligers, Poolse en buitenlandse, die in Wroclaw werken. Ik zag er Richard Southwood terug, die de hoofdorganisator was van mijn short-term-project in Malvern in augustus. Het is een heel opmerkelijke en intelligente man, met wie ik avondlange gesprekken heb gevoerd in Engeland, en deze instructieve traditie hebben we dan ook op Silezische bodem voortgezet. Hij is een ware kosmopoliet en voor mij zowat de verpersoonlijking van de EVS-gedachte. Iemand die door zijn kennis en praktische ervaring heel veel respect afdwingt. Nu is hij verhuisd naar Minsk, waar hij Engelse les geeft. Dat het leven er voor de autochtonen niet gemakkelijk is, bewijst de volgende anekdote: hij verdient door amper 2 uur per week les te geven meer dan zijn Wit-Russische vriendin die er dertig uur Italiaans doceert aan de universiteit. Over veertien dagen komt hij opnieuw naar Wroclaw en zullen we elkaar nog eens kunnen zien.

We krijgen hier eveneens oriëntatielessen om de stad te leren ontdekken; ze tonen ons dan de weg naar het station, naar de plaats waar we Poolse les volgen, naar het Semper Avanti-kantoor enz. Timmy’s lerares spreekt geen enkele vreemde taal, en dus had hij een vertaler nodig. Zo ontmoetten we Dorota, die bereid was hem te helpen; haar Engels is vlekkeloos en ze studeert filosofie aan de lokale universiteit. Toen ze voor het eerst langskwam, bracht ze een mooie bloem mee, die we hebben geplant en die nu op onze kast staat. Dit fijne gebaar – het schijnt typisch Pools te zijn – moet geluk brengen in een nieuwe woonplaats, vertelde ze ons.

De herfstvakantie die nu in België aan de gang is, bestaat niet in Polen. Wel krijgen de leerlingen de eerste november vrijaf. Alle kinderen gaan voor dit verlengde weekend naar huis, en omdat we dan toch niet veel te doen hebben, heeft mijn mobiliteitslerares, Ilona Jarecka, ons uitgenodigd om deze dagen met haar gezin door te brengen. We waren er al eens eerder op bezoek op een zondagnamiddag. Haar echtgenoot Jacek is geschiedenisleraar op dit instituut; hun kinderen spreken allebei goed Engels, en hun dochter zelfs ook nog Frans.!HASTA LUEGO!
Piet, donderdag 31 oktober 2002

4. Donderdag 14 november 2002

Komt al tegader en luistert,

Ik heb alweer veel mooie dingen gezien, en ik moet bovendien een boel verhaaltjes vertellen. Laten we beginnen bij mijn negentiende verjaardag, die al haast een week onomkeerbare geschiedenis is. Ik ontwaakte vorige vrijdag omringd door een zingende meute leerlingen. Mijn trouwe kamergenoot had uiteraard de hand gehad in dit knap staaltje ‘in stilte organiseren’. Nimmer ben ik op mijn verjaardag zo bestookt geweest met felicitaties als hier. ’s Avonds zijn we samen met Magda en Dorota en de Jarecki’s, Ilona en Jacek, die we ook hadden uitgenodigd, uit gaan eten in een Grieks restaurant. Bij een uitstekende maaltijd had ik een heel opbouwend gesprek met Dorota, die mij in contact wil brengen met andere studenten filosofie, want ik snak ernaar om na te gaan of onder de jonge generatie dezelfde bekommernissen heersen als in ons land. Met een vleugje nostalgie denk ik nu immers aan de urenlange discussies die ik voerde met mijn Belgische vrienden over de meest uiteenlopende onderwerpen, zoals de plaats van de ratio en de kracht van het woord.

Deze verjaardag was zonder meer bijzonder getint, en het zal wel ééntje zijn dat ik veilig wegberg in het laatje met het opschrift ‘kostbare kleinoden’. Het blijft uiteraard een dag, waarop vrienden jou hun genegenheid kunnen tonen, maar het eigenlijke cijfertje dat het jaartal aangeeft, kan mij in geen enkel opzicht inspireren. Ik heb immers kinderen van 45 en wijzen van 20 ontmoet.

Naar mijn idee heb ik een nieuwe mijlpaal ontwaard. Iedereen ontmoet in zijn leven personen, van wie de invloed cruciaal is voor zijn ontwikkeling. Jacek Jarecki, de geschiedenisleerkracht, lijkt zich te ontpoppen als mijn volgende inspirator. Zoals ik in mijn vorige verslag vertelde, brachten we het Allerheiligenweekend bij hem thuis door, en de voorbije zaterdag waren we wederom daar te gast. Avond na avond praatten we en vergaten de tijd. Dikwijls was het ver na middernacht, voordat we beseften dat slapen ook tot de menselijke noden behoort. Deze man draagt koffers vol kennis met zich mee, waarvan hij het deksel met plezier oplicht voor elke geboeide toehoorder. Ik heb het deksel geschraagd, opdat het niet meer zou dichtklappen.

Zondagochtend spoorden we naar de zuidelijke sprookjesstad Kraków. Alles geurt er namelijk naar mythe en ridderromantiek. Toen de eerste Poolse vorst Krak zich aan de rivier de Weichsel wilde vestigen, werd hem dat belet door een draak die de ganse streek met zijn verzengende adem terroriseerde. Wanneer zijn twee dappere zonen echter het monster naar de eeuwige jachtvelden hadden geholpen, ging hun ouwe heer met de eer lopen en werd de nieuwe stad naar hem genoemd.

Het oude stadsgedeelte kom je binnen langs de authentieke poort, want grote stukken van de verdedigingswallen zijn gerestaureerd. Via de zogenaamde Weg der Koningen bereik je het reusachtige marktplein. In het midden van deze ‘rynek’ staan nog steeds de oude hallen, waar vroeger de ambachtslui hun koopwaar aan de man brachten, en waar nu souvenirjagers hun gading kunnen vinden. Een heel merkwaardig aspect van het straatbeeld is hier dat je zelfs nog bij vriestemperaturen muzikanten aantreft, die het beste van zichzelf geven om de gulle toeristen te vermaken. Toen we dan ook van een heel charismatisch zanger vernamen dat hij die avond een concert gaf in een nabijgelegen bar, was het programma voor Timmy gauw bepaald. Het werkelijke optreden viel mij wat tegen, daar de versterker veel te hard stond voor een dergelijke kleine bierkelder.

Nu weten we wel één ding zeker: met het communisme verdwijnen alle zorgen. Dat leerden we op de jeugdwerkertraining, waarvoor we naar Kraków waren afgezakt. Er waren deelnemers uit negen landen, waaronder ‘notre pays plat’. Al deze mensen werken met kansarme tieners, en het was de bedoeling van dit seminar om de mogelijkheden te onderzoeken om zulke jongeren op EVS-shortterm te sturen. Een dame uit Estland zei, toen ze de nationale situatie in haar land diende te schetsen: “De kansarmoede bestaat in ons land pas 12 jaar. Voordien was er 50 jaar lang geen kansarme jeugd. Ze werkten allemaal.” Het tragikomische was dan nog dat ze het meende en het zelf geloofde. Het belangrijkste onderdeel van ons bezoek aan dit congres was het gesprek met Bartek Mielecki van het Pools Nationaal Agentschap en met Inès Adriaensens van ons eigen JINT. Er werden immers plausibele oplossingen besproken voor het transport van de brailleboeken.

Uw kroniekschrijver
Piet, donderdag 14 november 2002

“Het mag boeiend en aangenaam zijn om je leven achterwaarts te bekijken, het is alleen zo verdomd lastig dat je het voorwaarts moet leven.” (Kierkegaard)

5. Woensdag 27 november 2002

Beste vaderlanders,

Ik voel me als maar meer een waarachtige ‘Polak’, nu ik mij eveneens aan een inheems kapsel heb gewaagd. Wie zich bij het begrip ‘Poolse kapper’ een wat geleerd uitziende Middeleeuwer voorstelt, die naast barbier, ook nog chirurgijn en aderlater is, vergist zich schromelijk, want wat vakmanschap en netheid betreft, kan menig Belgisch schaarartiest hier nog wel het één en het ander opsteken. Ooit las ik in een interview met een auteur van reisverhalen dat hij, om het even waar hij verzeild raakt, zich zo snel mogelijk een nieuwe haarsnit laat aanmeten. Het is inderdaad zo dat alle wereldproblemen in een kapperszaak passen – alles kan er besproken worden, van economische recessie tot overgekookte melk; kortom, het is de plaats van de consequente banalisering. Bovendien kun je een minder geslaagd resultaat in esthetisch opzicht koesteren als een zeldzaam toeristisch souvenir.

Vorige vrijdagavond hadden we een ontmoeting met een jong koppel dat bevriend is met Dorota. De jongen, Franek, die in zijn vijfde en laatste jaar neerlandistiek zit, sprak ons daar aan in een prachtig Nederlands, dat hij met een smakelijk Hollands accent uitsprak. Wat de Nederlandstalige cultuur en politiek aangaat, bleek hij eveneens terdege ingelicht. Het meisje, Marta, studeert filosofie en werkt voor het ogenblik aan haar scriptie omtrent Plato. Toen ik eenmaal wist dat ze ook gefascineerd was door de Klassieken, was de trein pas echt aan het rollen gebracht. Tijd en ruimte werden even weggeborgen om een levendig gesprek te beginnen over filosofie en politiek. Verschillende vrienden en lezers van dit verslag zullen bij deze passage even glimlachen en begrijpend knikken. Met hen deel ik immers de mooie herinneringen aan nachtenlange discussies in Turkse eethuizen, waar ook allerlei ‘levensvragen’ de revue passeerden. Verslaafd als ik ben, diende ik hier tenminste op zoek te gaan naar een surrogaat. Ik kan nu dus verheugd melden dat mijn lijden afgelopen is.

Een andere opmerkelijke gebeurtenis was een theatershow die ik heb bijgewoond, en waarin een uur lang nummers van Nick Cave op een heel eigenzinnige maar vernieuwende manier werden geïnterpreteerd. Het acteerduo dat enkele jaren geleden dit idee lanceerde, heeft er in de tussenliggende tijd veel bekendheid mee verworven in Polen. Cave zelf schijnt uit interesse ook eens te zijn afgezakt naar één van de festivals waar ze te zien waren. De voorstelling die ik heb gezien, werd opgevoerd in een klein, alternatief theatertje, waar het snikheet was en een beklemmende sfeer hing. Het eigenlijke stuk handelt over moord en doodslag, en gaat je daarom ook niet in de kouwe kleren zitten. Wanneer in de slotscène iemand sterft op de elektrische stoel, laten ze zelfs de gehele houten tribune op een akelige wijze beven en zinderen. Het is wel jammer dat de mannelijke acteur in plaats van te zingen vaak vervalt in geschreeuw, wat de welluidendheid zeker niet ten goede komt.

Momenteel hebben ze op het instituut een stel Noren op bezoek, met wie ze al meerdere jaren samenwerken. Bij de delegatie is eveneens een aantal oogartsen, dat de meeste leerlingen aan een grondig medisch onderzoek onderwerpt. Er is heel wat financiële hulp uit Noorwegen gekomen om het nieuwe schoolgebouw, dat ze waarschijnlijk in maart in gebruik zullen nemen, te helpen bekostigen.

Omstreeks de kerstperiode zal ik nu toch voor een tweetal weken naar België terugkeren. Op 22 december zou ik met de filmploeg terugrijden, die een week voordien neerstrijken om alsnog beeldjes te komen schieten. Wellicht kan ik velen van jullie, mijn trouwe lezers, wel eens ontmoeten tussen Kerst en Nieuw. Timmy blijft in Wroclaw bij de Jarecki’s.

Hou jullie taai!
Piet, woensdag 27 november 2002

“Velen zijn bang voor hun goede naam, weinigen voor hun geweten.” (Plinius)

6. Donderdag 5 december 2002

Mijn beste kameraden,

Mochten jullie mijn aanspreking nog niet willen verdenken van enig leninistische oogwenk en mij nog even het voordeel van de twijfel willen gunnen, dan is het mij best. Het zal wel de enige ambigue opmerking en tevens de laatste gepermitteerde duidingsvrijheid in deze tekst zijn, want we gaan er eens lekker politiek tegenaan door de geëngageerde koe stevig bij de hoorns te vatten. We gaan op zoek naar tenminste de afschaduwing van een vlammend manifest. Mochten sommigen onder jullie zich, na het lezen van dit stuk, geroepen voelen om mij van repliek te dienen, zal ik het als overtuigd democraat graag vernemen. Je kunt alvast beginnen met de pennen te scherpen.

Het volgende doortastend staaltje van wanbeleid is de eigenlijke reden, waarom het mij allemaal te doen is. Zoals ik in mijn vorige brief schreef, zal een aantal van de leerlingen naar een nieuw gebouw verhuizen. Nu vertelde één van de Noorse afgevaardigden, die het gloednieuwe complex had bezocht, dat het wel een militaire basis leek, omgeven door hoge muren en zware metalen hekken. Het heeft handen vol geld gekost en de speciaal aangebrachte markeringen voor slechtzienden – duidelijke kleurcontrasten bijvoorbeeld – sorteren niet het minste effect, zoals bleek na de vuurproef met een visueel andersvalide. Het ligt bovendien nog veel verder van het stadscentrum en afgelegener dan de huidige school. Concreet komt het hierop neer dat ze vanaf maart op twee plaatsen les zullen geven: de lagere schoolkinderen worden in de ‘kazerne’ ingekwartierd en de middelbare afdeling blijft in het instituut, waar wij eveneens logeren. Een leuk weetje is dat, wanneer je een beroep doet op het openbaar vervoer, beide centra meer dan een halfuur uit elkaar liggen. Haast geen enkele leerkracht is te spreken over dit prachtinitiatief, daar dit ook voor hen heel wat langdurige en onaangename verplaatsingen impliceert. Ik vroeg me dan ook af van wie dit hele verhuizingsidee afkomstig was, en al gauw kwam ik erachter dat het Mevrouw de directeurs wil was die op alle terreinen had gezegevierd. Om deze belangwekkende beslissing te nemen heeft ze van niemand inspraak geduld, noch van een buitenstaander, noch van haar personeelsleden. Uiteraard zou je kunnen verwachten dat het lerarenkorps had geprotesteerd, aangezien de overgrote meerderheid niet akkoord ging met de gang van zaken; het ligt echter niet zo eenvoudig, want behalve ontevredenheid voel je dat er nog iets anders leeft in deze groep, namelijk angst. Ze zijn allen zo bang om hun baan te verliezen. In een heel moderne interpretatie kan het nuttig zijn om te kijken wat Nicolló Machiavelli over een soortgelijke situatie schrijft. Het spreekt voor zich dat we, in dit geval, zijn grootse, staatkundige termen in een veel concretere en kleinschaliger kader moeten passen.

“Maar wanneer in steden of landen die gewoon zijn onder een heerser te leven, het geslacht van die heerser er ineens niet meer is, zien we dat we dat de bewoners, omdat ze enerzijds gewend zijn te gehoorzamen en anderzijds hun vroegere heer niet meer hebben, het onderling niet eens kunnen worden over het aanstellen van een nieuwe machthebber, en tegelijkertijd niet in staat zijn in vrijheid te leven. Met als gevolg dat ze trager zijn in het opnemen van de wapenen, en een heerser kan hen met gemak voor zich winnen, en zich simpeler voor hen veiligstellen.” (‘Il Principe’ V, 3)

Het is allerminst toevallig dat de leraren hier zo apathisch schijnen en met gekruiste armen, een scherp veroordelende blik in de ogen, de gebeurtenissen afwachten. Vijftig jaar leefde het land onder de dictatuur van de communistische partij, en voor het personeel, bij wie de gemiddelde leeftijd ongeveer veertig bedraagt, vertegenwoordigt het nog een cruciaal deel van hun bestaan. Ze zijn gevormd en getekend onder dit bikkelharde regime; dat getuigen elke dag weer talloze kleinigheden. Wel nu, deze banaliteiten verraden net hoe fris en diepgeworteld de herinnering aan dit tijdperk is. Ieder mens geeft in elk gesprek bijzonder snel prijs wat hem bezighoudt en wat onbewust voortdurend bij hem speelt. Daarom zijn de eerste zinnen die iemand tegen mij zegt bij een eerste ontmoeting van primordiaal belang: dikwijls verklaren ze meer dan urenlange discussies.

Ilona heeft bijvoorbeeld al meermaals verteld over de Russische soldaten die hier in de stad gelegerd waren. Telkens als we met de bus aan de bewuste plek voorbijreden, huiverde ze en zei ze er iets over, ongeacht het onderwerp waarover we het eigenlijk hadden. De Sovjets wisten gemakkelijk de achillespees van elke burger te vinden, hun betrekking. Hoeveel ‘verdachte’ ingenieurs, artsen en hoogleraren zijn er niet als glazenwasser of receptionist geëindigd? Milan Kundera schreef er prachtige maar schrijnende romans over.

Je kunt je moeilijk verbaasd tonen, wanneer je merkt dat de schrik voor deze harde straf bij velen heel diep ingebakken zit. Het officiële Poolse werkloosheidscijfer bedraagt tegenwoordig 18 procent, en zelfs vele jonge universitairen moeten jaren zoeken, vooraleer ze een job vinden. Een ontslagen werknemer van middelbare leeftijd hoeft dan ook helemaal geen hoop meer te koesteren. In hoeverre een schoolhoofd vandaag de dag nog zomaar iemand aan de deur mag zetten, ben ik niet te weten gekomen, maar naar verluidt, gaat het wel een stuk eenvoudiger dan bij ons. Bovendien mogen we niet uit het oog verliezen dat Polen met zijn dertien jaar een heel jonge democratie is, en derhalve denken slechts weinigen in termen als demonstratie en stem laten gelden. Magda die amper vierentwintig is, zei mij ooit eens dat haar generatie helemaal nog niet zo redeneert. Overigens, werkelijk niemand heeft vertrouwen in de bestuurders, die men beticht van machtsmisbruik, corruptie en doorgedreven nepotisme. Hier schuilt nog een adder onder het gras, want de leidinggevende dame in kwestie blijkt goed beschermd te zijn van hogerhand en heeft nauwe banden met het stadsbestuur.

Soortgelijke ontdekkingen zijn wel van belang in het licht van het nieuwe project dat ik heb opgestart. Vanaf volgende week ga ik immers regelmatig in middelbare scholen en universiteiten lezingen geven over de integratie van blinden en slechtzienden. Nu ik heb geleerd hoe statisch het ganse systeem kan lopen, moet ik met pijn in het hart vaststellen dat het inclusief onderwijs voor visueel andersvalide kinderen wel nog geen realiteit zal worden in de eerst volgende decennia. Wat er ook van zij, het blijft ontzettend belangrijk om het bewustzijn te creëren, omtrent alle droevige sociale gevolgen die de afzondering van blinden en slechtzienden, in concentratiescholen als deze, met zich brengt. Volgende keer, meer daarover.

Slaap gerust, de A.E.L. waakt
Piet, donderdag 5 december 2002

“Niemand kan leiding geven, tenzij hij die zelf leiding kan erkennen.” (Seneca)

7. Woensdag 18 december 2002

Beste kompanen,

We zijn alweer anderhalve week en drie lezingen ouder. Het nieuwe project is dus definitief aan het rollen gebracht, en waarachtig, het schijnt nog aan te slaan ook. Aan de tekst die ik voor deze gelegenheden als leidraad gebruik, heb ik al verschillende weken geschreven, want het heeft toch een boel opzoekings- en vertaalwerk gevergd. Een goede vriendin is zo vriendelijk geweest om het gedeelte dat reeds voor publicatie vatbaar was, op haar site te plaatsen, opdat de geïnteresseerden na mijn babbeluurtje alle details op hun gemak zouden kunnen nalezen. Mocht iemand onder jullie zich eveneens geroepen voelen, kan hij altijd even een kijkje nemen op:
http://kimbols.be/artikels/handicap-integratie/integration-in-the-education-system.html

Het ganse concept is voor mij uiteraard niet bijster nieuw, want ik ben in België dikwijls in middelbare scholen gaan spreken over de integratie van visueel andersvaliden in de gewone maatschappij. Daar de belangrijkste doelgroep in mijn huidige initiatief echter de toekomstige pedagogen is, moest ik het geheel wel iets wetenschappelijker en professioneler opvatten, en kon ik bijgevolg niet louter teren op mijn persoonlijke ervaringen. Toch kan ik niet meer doen dan de actuele Belgische situatie schetsen en onze oplossingen omtrent inclusie toelichten, want ik heb niet het recht enig oordeel te vellen over de Poolse omstandigheden. Ik kan slechts hopen dat een aantal van mijn ideeën nuttig zal zijn bij het opstarten van het complexe integratieproces en wellicht ook bij sommigen klassieke vooroordelen zal wegnemen, die ontstaan zijn door een tekort aan informatie. Een tweede verschil met mijn vroegere voordrachten is dat ik nu buiten het onderwijs ook nog de arbeidsmarkt, de vrijetijdsbesteding en het beeld in de pers behandel.

Zo heb ik vastgesteld dat de interesse voor inclusie hier wel onder de jonge leerkrachten leeft, want ook zij zien hoe belemmerend het bijzonder onderwijs is voor de sociale ontwikkeling van blinden en slechtziende kinderen. Ik verbaas er mij telkens opnieuw over hoe onvolwassen de meeste leerlingen van 16 zich gedragen in dit instituut. Helaas, een dergelijke afgeremde evolutie kun je niet bepaald toevallig noemen. De kinderen kennen enkel deze beschermende zelfs betuttelende omgeving, waar niemand hun ooit een vraag stelt in verband met hun visuele handicap, aangezien iedereen er vertrouwd is met de inherente problematiek. Op het spreekwoordelijke eiland waarmee je zo’n school kunt vergelijken, krijgen ze alles wat ze nodig hebben: zwembroek, duikbril en zwemvliezen, maar wanneer ze eenmaal het eiland moeten verlaten op hun achttiende en in de woelige zee worden gegooid, merken ze tot hun grote schrik dat ze één ding nooit hebben geleerd, namelijk zwemmen. Het opleidingsniveau mag in het bijzonder onderwijs nog zo hoog liggen, geen enkele leerkracht kan zijn leerlingen voldoende in contact brengen met ziende leeftijdsgenootjes. In het water vechten ze aanvankelijk allemaal tegen de sterke stroming en spartelen ze na een hoge golf net zolang totdat ze weer aan de oppervlakte komen, maar de vermoeidheid vreet aan hun schamele krachten, de uitputting nadert ongemeen snel met elke krampachtige slag. De allersterksten vinden soms een zeker ritme en kunnen zich op het nippertje redden; de meerderheid echter gaat steeds vaker kopje onder om uiteindelijk onherroepelijk weg te zinken naar de oceaanbodem, waar deze jongeren wellicht, wederom in totale afzondering, een nieuw Atlantis stichten.

Zoals ik dus reeds zei, beseft de huidige generatie van pedagogen maar al te goed waar het schoentje wringt, maar koesteren ze nog vele twijfels wat de efficiëntie en de praktische uitwerking van de integratiegedachte betreft. Ze vrezen bijvoorbeeld dat de overgang naar het inclusief model een groot banenverlies impliceert in het bijzonder onderwijs, en ik heb hen dan ook al vaak moeten geruststellen dat het alleen om structurele veranderingen gaat, en niemand hierdoor zijn betrekking zal verliezen. Ze moeten inzien dat we in een geïntegreerd kader steeds speciaal opgeleide leraren nodig hebben; alleen helpen ze het kind nu een aantal uren per week in een gewone school, in plaats van het les te geven in een gesloten centrum.

Dorota had de eerste ontmoeting geregeld in de European Club van haar broer; deze vereniging is eigenlijk verbonden aan een middelbare school en houdt zich voornamelijk bezig met het sensibiliseren van de leerlingen omtrent de Europese Unie. Ze organiseren bijvoorbeeld praatnamiddagen, waarop ze vreemdelingen, zoals ik dus, uitnodigen om over hun thuisland te komen vertellen. Verleden week donderdag was het dan tijd voor de vuurproef. We praatten er over integratie, maar het ging er allemaal heel gemoedelijk en los aan toe. We zaten met een twintigtal mensen rond een grote tafel, die afgeladen vol stond met koffie, thee en gebak. Ik heb er de volle twee uur vragen beantwoord, die alsmaar enthousiaster werden afgevuurd. Omdat we eveneens enorm veel gelachen hebben, denk ik dat iedereen er met een heel goed gevoel vertrokken is.

Voorbije zaterdag en gisteren was het meer een voordracht in de letterlijke zin van het woord, respectievelijk hier op het instituut, waar ze een informatiedag op poten hadden gezet voor de andere vrijwilligers, en op het Departement van Pedagogie en Psychologie. Gisteren zijn er meer dan honderd studenten op afgekomen, en de reacties achteraf waren bijzonder positief. Een meisje, dat voor het ogenblik aan het doctoreren is, zal twee nieuwe lezingen in januari organiseren in naburige steden. Ik hoop echt dat het allemaal zo vlot zijn gangetje mag blijven gaan.

Een tiental dagen geleden is de filmploeg hier nog eens neergestreken, en we hebben weer een heel aangename tijd met hen beleefd. Het is wel schitterend dat deze samenwerking zo soepel verloopt, want de documentaire die uit dit project moet resulteren, kan wel een heel cruciale rol gaan spelen bij de verspreiding van het integratie-idee. Zoals verschillenden onder jullie reeds weten, keer ik zaterdag 21 december samen met hen terug naar ons landje. Als alles gesmeerd loopt, moet ik ’s avonds laat in Kortrijk zijn.

Tot ergens in ons klein Vlaanderen
Piet, woensdag 18 december 2002

“Individuality brings differences and uniformity means death.” (B. Russell)

8. Maandag 13 januari 2003

Vrienden uit het regenland,

We schrijven maandag 13 januari halfzes in de ochtend. Nu ben ik zonder meer een vroege klant, en ben ik dikwijls bij het krieken van de dag al uit de veren, maar een dergelijk waanzinnig tijdstip gaat zelfs mij iets te ver. Je mag je dan ook met recht en reden afvragen welke booswicht mij, nog voordat de zon is opgekomen, kwelt met zijn flauwe en allerminst amusante grollen. Wel, hij heet ‘gesprongen waterleiding.’ Aan onze kamer grenst immers een kleine bergruimte, waar we bijvoorbeeld onze lege reiskoffers hebben opgeborgen. Omstreeks een uur of vijf werd ik gewekt door het geluid van stromend water en het scheen uit het belendende vertrek afkomstig te zijn. Toen ik bijgevolg gealarmeerd even ging kijken, zag ik dat er reeds water onder de deur door onze kamer binnenstroomde. Timmy, die inmiddels eveneens wakker was geworden, bleek al tot over zijn enkels in het water te staan, toen hij het berghokje binnenging. Achter een kast vond hij een groot gat in de muur, waarlangs het water de wijde wereld ingulpte. We besloten maar wat hulp in te roepen, omdat deze kwestie niet op stel en sprong met enige kunst- en vliegwerk op te lossen viel. Wanneer ik deze regels neerpen, is het ergste alweer voorbij, daar een paar leerkrachten en de conciërge met vereende krachten water geschept hebben, nadat de desbetreffende kraan afgesloten was. Ik moet nog slechts bekijken hoezeer onze spullen beschadigd zijn, maar in ieder geval was het ronduit hartverwarmend om met soortgelijke overstromingstaferelen aan ons vaderlandje te worden herinnerd.

Voor wie het nog niet door mocht hebben, ik ben terug in Polen. Een weekje geleden ben ik hier in zo’n alleraardigste reisbus aangekomen. Wie met deze manier van reizen ietwat vertrouwd is, begrijpt dat ik toen ettelijke uren achter de rug had, tijdens welke ik niet goed wist waar ik al mijn ledematen diende te laten. Gedurende zo’n nachtje beseft een mens nog eens welke verheffende consequenties goedkoop transport meebrengt. Klagen doe ik vast en zeker niet, want al bij al viel nog heel goed mee. Het was wel een opmerkelijk gevoel om opnieuw Wroclawse vriesbodem onder de voeten te hebben. Het was een soort thuiskomen in een vreemd land, en op dergelijke ogenblikken ervaar ik telkens hoe sterk de band met deze stad geworden is in amper drie maanden tijd. Toen ik die twee weken in België was, vond ik het uiteraard even aangenaam om familie en vrienden terug te zien, maar heel dikwijls dwaalden mijn gedachten af naar het oosten. Opeens leef je in twee werelden, die haast geheel van elkaar gescheiden zijn, en waartussen enkel jij innerlijk een brug slaat. Allen luisteren geboeid naar jouw verhalen, maar hoe valt het in woorden uit te drukken welke sporen een diepgaande interculturele leerschool bij jou heeft achtergelaten? Ik meen dat ik enigszins een voorsmaakje heb gekregen van de stortvloed van emoties, waaronder een immigrant bedolven wordt in zijn nieuwe woonplaats. In Polen vond ik tevens de bevestiging van een vermoeden dat ik reeds lang in mijn binnenste dacht te bespeuren, namelijk dat ik mij niet kan identificeren met België of Vlaanderen; hoezeer deze plek mij ook dierbaar is omdat er zoveel mensen leven die mij na aan het hart liggen en ik de cultuur ervan het beste ken en begrijp, toch zitten onze vlaktes niet in mijn bloed. Ik zou op andere plaatsen kunnen wonen, hoewel ik steeds met veel genoegen naar Kortrijk zal terugkeren.

Veel heb ik niet hoeven te werken, want vorige week had ik vrijaf genomen, omdat mijn moeder hier een drietal dagen op bezoek is geweest. Ondanks de alles tartende temperaturen – het kwik daalde één dag tot -17 – heeft ze toch nog een fijne vakantie gehad. Ik heb haar kunnen voorstellen aan Dorota en de Jarecki’s, wat beide malen tot een heel vlotte babbel leidde, aangezien mijn moeder echt heel veel moeite deed om Engels te spreken. Het is wel jammer dat we bijvoorbeeld Krakow niet hebben kunnen bezoeken, maar er zullen zich nog wel andere gelegenheden voordoen in de toekomst. Uitsluitend de thuisreis moet voor haar vrij eentonig zijn geweest, daar geen enkele medereiziger Frans of Engels bleek te begrijpen.

Verwarm jullie goed
Piet, maandag 13 januari 2003

“En toch beweegt ze.” (Gallilei)

9. Vrijdag 24 januari 2003

Beste vrienden,

Intussen zal menigeen zich wellicht ongerust afvragen of ik mijn schaakbord op één of andere rommelmarkt van de hand heb gedaan of het als stookhout heb benut om de winterse kou te verzachten. Ik kan deze schaakminnende vriend geruststellen: mijn vertrouwde reisgenoot staat nog heelhuids naast mijn bed en, heus hij is niet gedegradeerd tot ordinair meubelstuk, want dikwijls vormt hij nog het strijdtoneel van een vriendschappelijk partijtje. Driemaal per week geef ik ook schaakles en Cuba, de zoon van de Jarecki’s, die één van mijn leerlingen is, geeft werkelijk blijk van een veelbelovend talent. Mijn Franse vriend Olivier en ik bekampen elkaar regelmatig, en deze ontmoetingen leveren vaak boeiend spel op. Net als vroeger kruis ik nog graag met om het even wie de degens, en beleef ik veel plezier aan een spannend potje. Toch ben ik een verklaring verschuldigd waarom ik er nu pas over schrijf, terwijl ik tot enkele jaren geleden over niets anders sprak of nadacht.

In Polen is een bepaalde evolutie in mijn leven in een stroomversnelling gekomen, namelijk dat mijn literaire bezigheden langzaam maar zeker de overhand krijgen. Ik herinner me hoe ik, toen ik in de herfst van 1998 in Birmingham deelnam aan een internationaal tornooi, de eerste serieuze schaakcrisis doormaakte. Jarenlang vormde dit spel de basis, waarop ik alle dromen en verwachtingen had gebouwd. Het schaken heeft een cruciale rol gespeeld bij het funderen van mijn zelfrespect, daar ik geloofde dat er mooie perspectieven in het witzwartpatroon lagen verborgen. Door mij op deze denksport toe te leggen kon ik veel reizen en nieuwe culturen ontdekken. Waarschijnlijk liggen in deze periode ook de wortels van mijn latere drang om andere landen en levenswijzen te leren kennen. Plotseling wankelde al dit moois in het druilerige novemberweer van de Britse industriestad. Ik voelde me beklemd door de methatiek van het bord en de inherente onmogelijkheid om grenzen te verleggen. Reeds toen had ik enkele pogingen tot poëzie schrijven ondernomen, en gedurende de voorbije jaren heb ik gemerkt dat ik met de pen een grotere uitdaging stel aan mijn creativiteit. Ik kan het schaakspel niet als een wetenschap beschouwen, omdat de systematische studie en analyse ervan mij niet voldoende kan boeien; enerzijds is het een kunst, doordat een prachtige partij de toeschouwer een esthetische ervaring bezorgt die even groot kan zijn als wanneer hij een schitterend muziekstuk beluistert, maar anderzijds blijft het een tantaluskwelling omdat de eigenlijke vernieuwing er onvindbaar blijkt. Toch zal ik altijd met genoegen blijven schaken en anderen de regels bijbrengen, aangezien ik weet hoe rijk en inspirerend het spel kan zijn.

Sedert ik in Wroclaw ben, heb ik veel geschreven en met taal geëxperimenteerd. Ooit stelde ik me het doel om tegen 2004 een eerste bundel met gedichten klaar te hebben, maar uiteraard is zoiets moeilijk te voorspellen, omdat je een gedicht nu eenmaal niet zonder meer op papier zet. Je speelt met een idee of woord, en er voltrekt zich een soort incubatietijd, totdat je het moet neerpennen. De laatste maanden zijn vruchtbaar geweest, want ik heb er toch een zestal kunnen afwerken. Hieronder vind je twee van deze Poolse creaties, die door hen die mijn vroeger werk hebben gelezen wel als heel verschillend zullen worden ervaren. Ik geloof niet dat er een radicale ommezwaai heeft plaatsgehad, maar wel dat ik een volgend stadium heb bereikt.

Tijdens de eerste drie weken van februari zal ik mijn mailbox niet kunnen controleren, vrees ik. Ik zal dan immers in menige Poolse stad zijn, behalve nou net Wroclaw. Hoe dan ook, voordien horen jullie wel nog van mijn concrete plannen, en zal ik na al mijn gemijmer nog eens verslag uitbrengen van het vrijwilligersleven van alledag.

Tot binnenkort,
Piet, vrijdag 24 januari 2003

Coloriet

Mijn aderen herbergen de zee in al haar breekbaarheid,
Zij koestert de ommegang en polijst mijn huigen branding,
Haar zilte oogopslag kent geen verzoening of bezinnen.

Mijn handen van melkwegen doorschicht verzamelen de schelpen van het genot,
Hun blanke holheid betoveren kelders van eerbied.
De eerbied, waarvoor elke last te zwaar is,
En die niet het minste kleurvergrijp schuwt.

Zij omgordt de sterrenbeelden, uit de golven van het aurora opgediept.
Waar het bruisende zand de zuiverende huid bezingt,
Waar zij haar verenkleed over het robijnen aambeeld uitspreidt,
Zal de lyriek het fotografisch massief overstijgen,
Zal de krater, de geronnen weerzin prijzend, op hem wachten.

Euforische huidkleur

Ik vond er dolken van het meest bewierookte zilver,
Hun wassende lemmet bevochtigde antieke mijnwanden,
Maar hun tropische gevest erodeerde onder mijn beringde gillen.
Het onomkoombare.

Ik woonde er in stolpen van omfloersing,
Waar spiegels geen regel meer waren, maar zin,
Tijd kende geen temperatuur meer, beroofd van elke onderstroom,
En de zonnestand verzweeg elke tintwaarheid.
Het ondoorgrondelijke naast.

Ik beklom er verstomde hellingen van bekroning,
Waar het kaarslicht het evenwichtige azuur ontstak.
De ketenen, aangebracht uit afstand, verzuurden het ravijn,
Bang als ze waren voor de doofheid van het krakende graniet.
Doodgezwegen.

Ik voer er naar de extase van geometrie, die de zandbanken bevolkte.
Het azijnen pantser euforisch gefaald,
Nimmer nog is de aanstichter dader, hij is zijn huidkleur geworden.

Alex Hellas

10. Woensdag 29 januari 2003

Mes chers compatriotes,

Dankzij Jacek heb ik een muziekgenre leren appreciëren, dat ik vroeger als moeilijk toegankelijk en voor uitverkorenen bestemd afdeed, namelijk jazz. Ik vermoed dat de ongrijpbaarheid en schijnbare wanorde die zo typerend zijn aan jazz, de meeste mensen afschrikken omdat ze menen dat ze die muziek niet volledig kunnen bevatten en haar bij gevolg een elitair karakter toeschrijven. Op deze algemene regel vormde ik allerminst een uitzondering, maar ik heb gemerkt dat het om koudwatervrees gaat en zoals zo dikwijls de eerste stap de moeilijkste is. Terloops wil ik tevens opmerken dat ik tegenwoordig heel voorzichtig omspring met de parameter ‘moeilijk’ wanneer het de waardering voor artistieke prestaties betreft. Heel verhelderend vond ik de bedenking van een criticus die het zogenaamde ‘hermetische’ oeuvre van Kees Ouwens besprak: “Wie Ouwens’ poëzie als moeilijk en ondoordringbaar van de hand wijst, moet zich wellicht eens bezinnen over de complexiteit van zijn eigen wereldbeeld.” Hoe dan ook, ik heb hier al menig jazzconcert bijgewoond, en ik moet grif toegeven dat de Polen heel wat briljante muzikanten in huis hebben. Bovendien zijn de meesten erg jonge snaken die nog veel in hun mars hebben en dus vast en zeker niet zo gauw uitgebloeid zullen raken.

Zondagavond ontmoette ik één van die veelbelovende jongelingen, Marek Napiorkowski, een voortreffelijk gitarist die in Polen al serieus wat furore heeft gemaakt. Internationaal gezien ontbrak tot nog toe de nodige publiciteit voor zijn platen, hoewel hij reeds met grote namen als Pat Metheny op de planken stond. We gingen naar een optreden van hem, dat bijzonder sterk was, waarna deze ‘coming man’ gewoon een kopje koffie met ons kwam drinken, aangezien Jacek een boel bekende musici, onder wie ook hem, persoonlijk kent. Napiorkowksi is een heel vlotte prater, die overstroomt van bescheidenheid en zelfrelativering. Sterallures kleven hem zeker niet aan, wat hem tot een heel aangename gesprekspartner maakt, die met menige kwinkslag iedere formaliteit de rug toekeert. Omdat hij toen niet al te veel tijd had, spraken we af om in maart eens te gaan uiteten.

In het onderwijs staat de wintervakantie voor de deur, die steeds de eerste twee weken van februari beslaat, en daarom hebben we dus vrijaf. Timmy gaat samen met de kinderen van de school veertien dagen skiën in Zuid-Polen, maar daar mijn contact met de leerlingen beperkt blijft tot de lessen en ik geen werkelijke vrienden in het instituut heb, besloot ik mijn verlof anders te besteden. Het was het uitgelezen moment om bepaalde uitnodigingen te aanvaarden en wat rond te reizen in deze streken. In het eerste weekend logeer ik bij de Jarecki’s, waarna ik maandag naar Poznan – een nabijgelegen grote stad – vertrek om er mijn Spaanse vriend Alberto uit Bilbao op te zoeken. Op vrijdag 7 februari neem ik de trein naar Dresden, waar Steffen woont, een jongen die ik leerde kennen toen ik in augustus een maand in Worcester was. Gedurende een jaar was hij een EVS-vrijwilliger in Londen. De tweede week verblijf ik bij Amandine, een vriendin uit Lyon, die hier in Wroclaw werkt. Vanaf 18 februari zit ik een paar dagen in Gdansk waar ik weer zal deelnemen aan een training voor vrijwilligers. Tot slot reis ik wellicht rechtstreeks van deze havenstad naar Warschau waar Magda zal trachten een paar lezingen voor mij te organiseren. Op zijn minst hectische tijden…..

Ik zal mijn best doen jullie brieven zo snel mogelijk te beantwoorden, maar hou er rekening mee dat ik niet vaak mijn post zal kunnen controleren. Voor meer dringende aangelegenheden kun je mij wel steeds bereiken op mijn mobieltje. Overigens bezorgt het weer mij hier onvervalste nostalgie, want de druilerige regenval en de venijnige kou die Wroclaw teisteren, kan ik slechts met Vlaamse wintersteden associëren.

Geniet ervan,
Piet, woensdag 29 januari 2003

11. Vrijdag 22 februari 2003

Mes chers amis,

De voorbije drie weken zien op mij neer met al hun gevarieerdheid en rijkdom aan indrukken, zodat ik niet precies weet waar te beginnen. Wellicht moet ik mijn pen gewoon de vrije teugel geven en zien waar de rit ons heenvoert, daar ik toch elke chronologie van de hand wijs als een te rechtlijnige voorstelling van de zogenaamde feiten. Niets is subjectief zo veranderlijk als de duur van één seconde, en als we deze gedachtegang verder trekken en op grote schaal in kaart trachten te brengen, leidt dit ongetwijfeld tot de vaststelling dat bijvoorbeeld de herinnering aan de februaridagen zich haast grotesk aftekent tegen de kortstondigheid van januari. Niet verwonderlijk uiteraard, omdat ik nu eenmaal op mijn kleine rondreis veel meer blootstond aan nieuwe impulsen, ideeën en contacten. Je bent je op een dergelijk ogenblik ook veel meer bewust van alle toevalligheden op je weg, wat tot heel boeiende en dikwijls komische overwegingen kan leiden.

Zo ging ik een paar dagen geleden in Gdansk, waar ik was voor onze midterm meeting, kijken naar ‘The two towers’ – de verfilming van Deel II van Tolkiens levenswerk ‘The lord of the rings’. Wel, het eerste deel zag ik in een Antwerpse bioscoop tijdens de kerstvakantie van 2001 om wat verpozing te brengen gedurende de aanloop naar de partiële examens; mocht iemand mij toen hebben voorspeld dat ik het vervolg zou meepikken in deze havenstad aan de Oost-Zee, in gezelschap van een schilderes uit Marseille, ik had de kerel meewarig aangekeken en ik had hem aangeraden er even tussenuit te trekken.

Helaas, mijn bezoek aan de geboorteplaats van Günter Grass heb ik voortijdig moeten onderbreken wegens heel droevig nieuws uit België, want Timmy werd dinsdagavond opgebeld om hem te vertellen dat een vriend aan de gevolgen van een hersenbloeding was overleden. Woensdagmiddag spoorden we reeds terug naar Wroclaw opdat hij donderdag naar België kon vertrekken om de begrafenis bij te wonen. Aan de nagedachtenis van deze jongen zijn we het verplicht om het anker te lichten en de beschutte baai te verlaten. Wanneer je geconfronteerd wordt met de dood van zo’n jonge persoon – hij was amper twintig -, besef je nog eens haarscherp dat er geen tijd te verliezen valt; als je werkelijk iets van je leven wil maken, bestaat er geen later.

We liepen over de brug en onder ons stroomde de schoonheid en de verwoesting, de Elbe. De sporen van de ravage die de augustusoverstromingen in Dresden hebben aangericht, zijn nog op verschillende plaatsen goed zichtbaar; vele gevels blijven met een donkere lijn getuigen van het schrikwekkende waterpeil. En toch, hoewel de rivier de stad ruïneerde, is hij nimmer uit haar beeld weg te gommen. De weersvoorspellingen zagen er weliswaar niet al te bemoedigend uit voor mijn weekendje Oost-Duitsland, maar de regen bleef uit, en we kregen er schitterend winterweer voor in ruil; het verblindende zonlicht overgoot de oude wijken, die nog geglazuurd waren met een dun laagje sneeuw. Steffen en ik hadden net de statige Theaterplatz achter ons gelaten, waar we verscheidene, historische gebouwen bezochten. Eerst en vooral dwaalden we door ‘Der Zwinger’, de koninklijke tuinen, die omsloten zijn door hoge muren en befaamde galerijen. De kathedraal bleek eveneens meer dan de moeite waard, daar ik zelden een kerk heb gezien, waar de lichtinval zo exuberant was; alle binnenmuren zijn er bovendien in het wit geschilderd, wat uiteraard de helderheid ten goede komt. We vonden de vermaarde Frauenkirche in de laatste fase van haar restauratie; dit gotische heiligdom stortte in, ten gevolge van een reusachtige brand die uitbrak tijdens het Geallieerde bombardement op 13 februari 1945. Veertig jaar lang herinnerde het puin van deze kerk aan het nietsontziende geweld van de oorlog. Na de Val van de Muur gingen er echter stemmen op om aan de herstellingswerken te beginnen, die men nu wil afronden tegen 2006. Een tweede positief teken, dat de verzoening met het verleden belichaamt, is de heropbouw van de synagoge, die samen met zovele andere joodse eigendommen in de as werd gelegd in de beruchte Kristalnacht op 9 november 1938. Helaas, het gebedshuis dat vorig jaar werd afgewerkt, staat voortdurend onder politiebewaking, daar men vreest voor terroristische aanslagen. Met pijn in het hart constateerde ik, wanneer we de patrouillerende agent in het oog kregen, dat de constructieve dialoog weer veraf schijnt te liggen, zelfs hier met de waanzin van de Tweede Wereldoorlog in het achterhoofd.

Dresden is net als Oxford voornamelijk uit zandsteen opgetrokken. Het verbaasde me te bemerken dat ze dezelfde steen hebben gebruikt voor de overheidsgebouwen, opdat deze niet zouden contrasteren in het decor van de eeuwenoude bezienswaardigheden. Een dergelijke architecturale bekommernis shockeert de observator, die gewend is aan het Belgische rommeltje. Een Duitse kennis die kort geleden in Brussel was, vertelde me nog vol verbijstering over de bouwkundige nonchalance die hij er had aangetroffen.

Kort voordien raakte ik nog verkleumd in de Poznanse kou. Deze belangrijke industriestad, waar tevens menige opstand tegen het communistisch regime woedde, ligt op een kleine tweehonderd kilometer ten noorden van Wroclaw. In de straten hangt een rustige, ja haast rustieke, sfeer. Elke afzonderlijke buurt vormt er een kleine, zelfstandige entiteit, net alsof deze stad als een bonte lappendeken van dorpjes in elkaar is geflanst. Je vindt er nog een oude burcht, die zozeer door pollutie is aangetast, dat de originele grijze stenen haast niet meer te zien zijn. Eén van de torens is gelukkig reeds schoongemaakt, en steekt als een gewassen vinger van een vuile hand beschuldigend in de lucht. Hij maant tot spoed, zo lijkt het wel, in een tijd waarin het steeds duidelijker wordt hoe vervuilend de Poolse industrie is. Ik zal het een week later in een nog flagranter stadium kunnen waarnemen, wanneer ik op Valentijnsdag met Amandine door de steegjes van Switnicza zwerf, een klein gehucht dat geknipt is voor een daguitstapje; op sommige plaatsen is de smog er zowat tastbaar. Naast toeristje spelen heb ik in Poznan ook nog wat anders gedaan: ik ontmoette er een heel markant blind meisje, dat zich sinds het middelbaar heeft geïntegreerd in het reguliere onderwijs en nu in haar laatste jaar Engelse Filologie zit. Het doorzettingsvermogen straalde van haar af, en dat moest ook wel als ik het zo hoorde, want ze kreeg geen enkele structurele steun; haar ouders dienden zelfs haar boeken op band in te lezen. Ze heeft reeds in Duitsland gedurende drie weken als vrijwilligster gewerkt, en in oktober vertrekt ze dan voor een jaar naar Groot-Brittannië met EVS.

Na razie
Piet, vrijdag 22 februari 2003

12. Donderdag 9 maart 2003

Beste vrienden,

Mocht het lot mij gunstig gezind zijn geweest, liep ik op het ogenblik te mijmeren aan de oevers van de Weichsel, maar helaas, het rad van fortuin verkoos mij de ruwe bodem te laten zien in plaats van de stralende hemel. Peter en Pieter-Jan, twee van mijn meest doorluchtige vrienden, zouden zaterdagochtend in Wroclaw neerstrijken en dan zouden we samen de Poolse wegen onveilig maken. De voorzienigheid – of was het de heren hun vergetelheid – wilde echter dat ze zonder reispassen aan de Duits-Poolse grens arriveerden, tot grote pret van de douaniers uiteraard die waarschijnlijk blij waren nog eens wat mee te maken. Ze sommeerden de schrandere jongelui gezwind huiswaarts te keren, wat ze dan ook deden, nadat ze eerst een weekendje Berlijn gingen opvrolijken. Zo zie je nog maar eens dat een al te hoge intelligentie voor niets deugt, omdat de zorgen van de gewone sterveling niet meer tot je torenkamer doordringen. Hoe dan ook, ik had het kunnen weten en had hen moeten inprenten eraan te denken. We hebben toch weer wat stof om later onze kleinkinderen op elke nieuwjaarsviering mee te vervelen. “Zal opa eens over Polen vertellen?” Zucht, “Alweer…..” Eigenlijk moet ik eens uit de doeken doen hoe het met mijn kennis van het Pools is gesteld, want heel dikwijls wordt ernaar gevraagd en ik zou niet willen dat mijn halsstarrig stilzwijgen tot verkeerde conclusies zou leiden. Ik heb zeker nog geen wereldwonderen verricht, al heb ik me nu wel voorgenomen me er eens duchtig in vast te bijten. In ieder geval hebben we vanaf de eerste week een voortreffelijke lerares gehad, die een heel bijzondere techniek gebruikt om een nieuwe taal bij te brengen. Deze methode berust in hoofdzaak op conversatie en hierdoor tracht men theoretisering en grammatica te vermijden, die in het algemeen als ontmoedigend worden ervaren door de student. Jammer genoeg hebben we slechts anderhalf uurtje per week, wat vanzelfsprekend niet volstaat om ons de ‘jenzyk polski’ eigen te maken. Dikwijls zijn we wel door de omstandigheden gedwongen ons basisarsenaal uit de kast te halen om bijvoorbeeld de weg te vragen of om in een buurtwinkeltje onze bestelling te doen. Wanneer ik bij de Jarecki’s ben, wat bijzonder vaak het geval is, omdat ik tegenwoordig zowat elk weekend bij hen doorbreng, probeer ik wel zoveel mogelijk Pools te spreken. Toch heb ik nog de slechte gewoonte om met mijn Poolse vrienden voornamelijk Engels te praten, daar mijn geringe woordenschat mij alleen toelaat over het mooie weer en het eten te leuteren en ik de inhoud van het gesprek hoger aansla dan de vorm. Als ik volgend jaar opnieuw aan het HIVT studeer, zal ik iets moeten verzinnen om bijvoorbeeld naast mijn Frans en Spaans ook Pools te volgen, maar dan als vrije student. Het zou immers al te jammer zijn, mocht ik het Pools vanaf juli beginnen verwaarlozen.

Intussen zijn we alweer enkele dagen verder, en heb ik een flitsbezoek aan de hoofdstad gebracht. Donderdag had het Pools Nationaal Agentschap een informatiedag georganiseerd om de integratie van andersvalide vrijwilligers binnen het Europese Jeugdprogramma te bevorderen. Ze hadden mij gevraagd er een kleine uiteenzetting te gaan geven omtrent onze projecten en toekomstplannen. Het boeiendste van het ganse gebeuren vond ikzelf de afsluiter, die de toneelversie van ‘Le Petit Prince’ was, gebracht door een gemengd gezelschap waarin tevens mentaal andersvalide jongeren meespeelden. Het initiatief dat oorspronkelijk in Kraków is opgestart, heeft een groot succes gekend en was bij deze gelegenheid opnieuw goed voor heel wat enthousiaste bijval.

Vrijdagochtend had ik dan in de Academie voor Bijzondere Pedagogie een veelbelovende ontmoeting met de studenten van Nina Hummel; haar naam is zeker niet onbekend onder de experten, en zelfs in de Verenigde Staten is ze een graag geziene gast. Waarschijnlijk zal dit een vervolgverhaal worden, want mevrouw Hummel zal mij nu in contact brengen met een zekere Pawel, een blinde universiteitsprofessor die reeds vijftien jaar geleden van de daken schreeuwde dat inclusie een must was en die bijgevolg het voortouw heeft genomen bij de verwerkelijking van zijn progressieve gedachtegoed. Ik vermoed dat hij wel eens een heel belangrijke schakel zou kunnen vormen in verband met mijn toekomstige bezigheden. In de volgende aflevering zal ik trachten alles wat helderder te schetsen, maar het zal even dienen te wachten, omdat ik hoogst nodig aan de slag moet. Hoe dan ook, ik leef wederom onder het wakende oog van ‘Big Sister’ Kiki, aangezien ze gisteravond hier haar tenten heeft opgeslagen en misschien blijft ze wel een maandje hangen.

Geniet van de lente in foetale fase
Piet, donderdag 9 maart 2003

13. Donderdag 16 maart 2003

Cześć kolegi,

Langzamerhand ziet het er steeds meer naar uit dat ik na de afloop van mijn EVS-tijd nog enkele zomerse weken in het Oosten zal vertoeven. Het Europese Jeugdprogramma maakt het immers mogelijk subsidies te krijgen om je eigen project uit te werken – het zogenaamde Future Capital-onderdeel -, zodra je taak als vrijwilliger erop zit. Ik speel reeds enige weken met de idee om een organisatie op te starten, die zich inspant om andersvalide studenten te integreren in het reguliere onderwijs. Zolang de regering hier de boodschap niet snapt, lijkt het mij belangrijk dat de NGO-sector het voortouw neemt en met een aantal praktische voorbeelden de daad bij het woord voegt. In praktijk zal dit betekenen dat ik hier in augustus en september zal terugkeren om samen met mijn vrienden Magda en Jacek de eigenlijke vereniging op te richten. Op het ogenblik dat voor mij het academiejaar begint, neemt mijn Franse vriendin Amandine het dagelijkse bestuur over, want zij zal een jaar langer blijven in Wrocław. Met dit initiatief kunnen we halftijds een pedagoog tewerkstellen, die dan de andersvalide leerlingen zal bijstaan zoals een GON-begeleider in ons land doet. Uiteraard moeten we aanvankelijk heel realistisch tewerkgaan en kunnen we ten hoogste vijf kinderen helpen. Wellicht lijkt dit slechts een druppel op een hete plaat, maar toch zou ik reeds heel tevreden zijn, mochten we in dit opzet slagen. Ik kan hier niet zomaar in juli vertrekken zonder dat ik tenminste heb geprobeerd iets duurzaams op te bouwen.

Woensdag had ik een afspraak in verband met het kunstproject dat ik aan het opzetten ben. Nu moet je immers weten dat ik een tijdje terug bij toeval een heel aardige Poolse dame Iliana heb ontmoet, die bezig bleek te zijn haar eigen galerij uit de grond te stampen. In het verleden werkte ze reeds zeventien jaar lang in deze sector maar dan onder het wakende oog van een baas. Uiteraard hield ze aan deze periode heel wat contacten met artiesten en financiers over, die haar van dienst zijn bij de verwezenlijking van haar droom. Veertien dagen geleden kreeg ik de inval om een tentoonstelling te organiseren, waarin op verschillende niveaus integratie in de kijker zou worden geplaatst: ten eerste het werk van jonge Poolse kunstenaars samenbrengen met de creaties van buitenlanders, ten tweede verscheidene kunstvormen tot een geheel versmelten en hiermee de klassieke scheidslijn tussen plastische kunst en literatuur doorbreken, en ten slotte andersvalide en valide kunstenaars op gelijke voet plaatsen.

Toen ik dit plan aan Iliana en een aantal bevriende artiesten voorlegde, waren ze allen laaiend enthousiast en scheen mijn idee daadwerkelijk uitvoerbaar, wat ik aanvankelijk niet had durven hopen. Het is niet zo moeilijk om de nodige financiële middelen te vinden, daar Anja, een Duitse tekenares, van dit initiatief haar Future Capital-project wil maken. We zouden hier in september een workshop inrichten, waarvan het eindproduct dan die expositie moet worden, die na een tijdje in Wrocław te hebben verbleven eveneens Dresden zou aandoen. Om het gehele gebeuren binnen de praktisch haalbare grenzen te houden, zullen we er slechts met tien jongeren aan timmeren, wat dus betekent vijf Polen en vijf vreemdelingen. De krijgsraad van woensdagmiddag was voornamelijk bedoeld om de noodzakelijke stappen te bespreken, aangezien er een heleboel voorbereidingswerk bij komt kijken. Zo moeten we bijvoorbeeld de media inlichten en nog extra sponsors zoeken.

Intussen gluurt de Poolse lente om de hoek en met een zucht van opluchting kunnen we de winterjas in de kast laten verdwijnen. Het is duidelijk dat iedereen weer energie put uit het prille zonlicht en de bestofte wintergeest heeft ingeruild voor het glimmende lentegeloof. Ook ik stel nu vast dat ik louter over de toekomst heb geschreven.

Geniet ervan (ook in het stuurloze Antwerpen)
Piet, donderdag 16 maart 2003

14. Maandag 3 april 2003

Beste zonnekloppers,

Aan jullie op de hoogte houden zou ik met gemak een dagtaak hebben, mocht ik willen proberen alle ontwikkelingen nauwgezet in kaart te brengen, want het tempo waarin ze elkaar tegenwoordig opvolgen is voor de gewone pennende sterveling niet meer bij te benen. Misschien moest ik alle te beschrijven gebeurtenissen in een beker stoppen en dan net zoals bij het Romeinse dobbelen slechts hopen dat de Venusworp ter tafel zou komen. Een dergelijke werkwijze zou in ieder geval toch minder belastend zijn voor mijn selectievermogen. Omdat ik echter aan het begin van de eenentwintigste eeuw leef en bijgevolg alle Antieke mijmeringen als escapisme dien te bestempelen, zijn jullie opnieuw veroordeeld tot de subjectiviteit van mijn vingerdans op het toetsenbord.

Eerst en vooral moet ik opmerken dat mijn organisatie Centrum Równa Szansa (Centrum van Gelijke Kansen), die dus mijn Future Capital-project wordt, haar definitieve take-off heeft genomen. De FAB FOUR – Jacek, Ilona, Amandine en ikzelf – hebben vorige week de eerste blinde student Grzegorz, die Rechten wil studeren, en zijn ouders ontmoet. We hadden zonder meer een heel goede babbel en deze intelligente jongeman zal als eerste in ons pilootproject stappen. Vervolgens versierde Jacek een onderhoud met de vice-rector zelf van de Wroclaw-Universiteit, die een heel aardige dame bleek te zijn en mij in een vlekkeloos Frans – niet zo eigenaardig voor een romaniste – te woord stond. Mevrouw Gabrielski scheen heel open te staan voor onze voorstellen en vroeg ons in een officiële brief aan de Decaan van de Rechtenfaculteit te melden wat de universiteit voor Grzegorz’ komst moet voorbereiden. Eén van de volgende dagen vertrekt deze richtlijn met de post.

Voorts zijn we naarstig op zoek naar een kantoorruimte, omdat we voor de officiële registratie van onze vereniging ook een vast adres nodig hebben. Wat de juridische kant van al deze rompslomp aangaat, kennen wij uiteraard het grote geluk dat Jacek advocaat is. We trachten tevens tot samenwerking te komen met buitenlandse organisaties, zoals met de Noorse Safety-Shelter, waarvan ik volgende week de verantwoordelijke ontmoet, en ons aller eigen VFG, Vlaamse Federatie van Gehandicapten. Een initiatief als CRS heeft ongetwijfeld veel groeimogelijkheden, zeker net voordat de economische penetratie van deze streken door EU-bedrijven zich onafwendbaar zal voltrekken, zodra de grenzen worden opgeheven. Bovendien moeten we de continuïteit van CRS hoe dan ook garanderen, nadat de Future Capital-middelen zijn opgebruikt, omdat er studenten op ons rekenen en ons engagement duidelijk niet tot één jaar kan worden beperkt. Kort samengevat moeten wede juiste mensen vinden die onze organisatie overnemen, daar Amandine en ik natuurlijk onze eigen studies niet mogen verwaarlozen.

Twee dagen geleden bracht ik een bezoek aan de Universiteit van Warschau, waar reeds een zevental jaar een afzonderlijk departement bestaat voor andersvalide studenten. Deze onderneming berust op het Amerikaanse model, dat niet uitgaat van de term integratie en individuele hulp – zoals in West-Europa gangbaar is -, maar van het toegankelijk maken van de faculteit voor gehandicapte studenten. Wezenlijk verschillend zijn de resultaten van beide systemen niet, hoewel het Amerikaanse aanzienlijk duurder is en meer afhangt van de goede wil van de universiteitsleiding. Het departementshoofd Pawel Wdówik vertelde mij immers dat een groot deel van dit programma door de universiteit gefinancierd wordt, en dat het om aanzienlijke bedragen gaat, lijdt geen twijfel. Ten eerste lenen ze heel gesofistikeerde apparatuur uit aan hun visueel andersvalide studenten, en ten tweede passen ze geleidelijk de gebouwen aan voor de rolstoelgebruikers. Ik moet toegeven dat dit ganse concept nieuw voor mij was en volgens Wdówik is er ook geen tweede voorbeeld van te vinden binnen Europa. Tijdens een aantal rondreizen op zoek naar universiteiten, waar een soortgelijk project kon worden op gestart, belandde hij zelfs in Brussel en Leuven. Hij is er klaarblijkelijk niet op de juiste mensen gestoten, want zijn oproep tot samenwerking vond geen weerklank. Terloops vermeldde hij overigens dat een slechtziend meisje, op Erasmus in Brussel, niet de minste Belgische ondersteuning had gekregen. Aan de VUB verwees men haar naar de Brailleliga, waar ze niets creatievers konden verzinnen dan dat GON-begeleiding onmogelijk was, aangezien ze geen Belgische was. Gelukkig is deze situatie voor Zdenek Barlok, een blinde Tsjechische student aan het HIVT in Antwerpen, wel veel beter intussen. In ieder geval heb ik Wdówik beloofd hem de juiste adressen te bezorgen, waar toekomstige Erasmus-studenten wel degelijk terechtkunnen.

Volgende week komt mijn vader naar Polen, en dan gaan we nog wat op ontdekkingstocht. De week nadien trek ik voor vijf dagen naar Bonn, waar ik met de nationale ploeg nog eens een schaaktoernooi ga spelen. Dat beloven wel leuke tijden te worden, hoewel ik eigenlijk meer dan ooit in Wroclaw zou moeten zijn om CRS verder op te bouwen. Maar goed, jullie vernemen dan wel hoe we het er vanaf hebben gebracht en hoe mijn kunstproject ook reeds aardig wortel schiet.

Na razie
Piet, maandag 3 april 2003

15. Dinsdag 22 april 2003

Liefste paasblokkers en andere geplaagden,

Alhoewel mijn vader wat de letteren betreft niet het kleinste uithoekje van de wereld heeft verwaarloosd, beperken zijn daadwerkelijke reizen zich tot heel bescheiden bestemmingen als Zuid-Frankrijk of Nederland. Ik heb het steeds een vreemde gedachte gevonden dat een belezen man als hij geen onweerstaanbare aandrang voelt om de huidige werkelijkheid achter de literatuur te ontdekken, om te weten hoe zij er tegenwoordig bij liggen, het Praag van Kafka, het Weimar van Goethe en Schiller, het Dublin van Joyce. Ook toen hij twee weken terug naar Wroclaw moest sporen, beschouwde hij de duizend kilometer die hij diende te overbruggen als een haast onneembare hindernis. Zelf verklaarde hij dat hij nooit in Polen zou zijn beland, mocht ik niet zo gek zijn geweest er een jaartje te slijten. Omdat hij een onvervalste perfectionist is, zet zijn ietwat beperktere talenkennis hem nog meer aan tot zenuwachtig gepieker. Kennelijk is er bij de overerving iets fout gelopen, daar zijn honkvastheid alvast niet in mijn bloed is terechtgekomen. Uiteraard kun je aanvoeren dat mijn ouders’ generatie dergelijke interculturele ervaringen niet op een dienblaadje kreeg aangeboden zoals wij, wat ongetwijfeld waar is, maar toch schuilen de oorzaken van dit verschil niet uitsluitend in organisatorische mogelijkheden. Wanneer ik een aantal maanden thuis ben, waarvan ik overigens ook met volle teugen kan genieten, begint er opnieuw iets te kriebelen en steekt het verlangen om nieuwe streken te verkennen wederom de kop op.

In ieder geval hebben mijn pa en ik hier wel een gezellige vijfdaagse doorgebracht. Jammer genoeg werden we geteisterd door ijzige temperaturen en de eerste dag moesten we bijgevolg vroegtijdig onze exploraties staken. Aangezien ik de volgende dag een aantal vergaderingen had af te werken, trokken Jacek en mijn vader – ik had ze natuurlijk aan elkaar voorgesteld – er samen alleen op uit. De twee heren konden heel goed met elkaar opschieten, wat niet hoeft te verbazen, omdat hun interesseveld zo gelijkaardig oogt. Vanzelfsprekend leverde deze ochtendwandeling onder leiding van een doorgewinterde Pool heel wat leerrijke informatie en mooie kiekjes op.

Nadat we een dagje op het Krakówse marktplein hadden rondgezworven, stonden we alweer aan de vooravond van mijn vaders thuisreis. Zijn eigenlijke ‘afvaart’ leverde bovendien een komische anekdote op, die nog eens aantoont waartoe een samenloop van omstandigheden kan leiden. Mijn vader wilde de taxi nemen om kwart voor vijf ’s ochtends, opdat hij zijn trein die drie kwartier later vertrok vast en zeker niet zou missen. Hoewel ik hem meermaals had gerustgesteld dat dit heus geen enkel probleem zou zijn, deed hij de laatste nacht bijna geen oog dicht, de zenuwpees. Toen hij voor het krieken van de dag alleen aan de schoolpoort op de taxi ging wachten, dook ik opnieuw mijn bed in, maar niet voor lang …

Algauw rinkelde mijn mobieltje en een aardige juffrouw van de taximaatschappij vertelde mij dat de wagen voor de school stond, maar dat er geen klant te bekennen viel. Verontrust trok ik mijn kleren aan en ik holde naar buiten waar ik inderdaad een verongelijkte taxichauffeur aantrof, maar mijn vader bleek te zijn verdwenen. In de overtuiging dat hij uit nervositeit niet had kunnen wachten en te voet naar het station was vertrokken, zei ik tegen de taxichauffeur dat hij kon vertrekken, omdat er blijkbaar een slechte afspraak was gemaakt. Nauwelijks was ik echter terug binnen, of de man kwam mij haastig achter op met de mededeling dat de klant net gebeld had en hem in het Pools had bevestigd dat het adres wel degelijk Kasztanowa 3A was. Ik had moeite om mijn lachen in te houden, want nu werd het me al te absurd: mijn vader kent maar een beetje Engels, laat staan dat hij één woord Pools spreekt. Uiteindelijk vertrok de taxichauffeur met de verzekering dat hij nimmer nog een voet in dit gekkenhuis zou zetten.

Het raadsel van de mysterieuze beller werd snel opgelost, toen bleek dat mijn kameraad Timmy had getelefoneerd, omdat hij van mening was, toen ik vrij lang wegbleef, dat het probleem niet mijn vader maar de taxi betrof. Het enigma van mijn vaders vlucht werd een dagje later opgehelderd, toen hij mij van thuis opbelde. Wanneer hij in de ochtendlijke kou stond te wachten, stopte er een taxi waaruit een dame stapte, waarna mijn vader, die dacht dat het om de gevraagde taxi ging, parmantig instapte, zich van geen kwaad bewust. Hij arriveerde keurig op tijd in het station, maar met de verkeerde leverancier. Wie verwacht er ook dat op zo’n hels uur de taxi’s af en aan rijden in een dergelijk afgelegen straatje? Het verhaal kreeg nog een goed en ‘toevallig’ staartje, toen Jacek en ik een taxi namen op de dag dat we naar Duitsland vertrokken en op de achterbank van dezelfde getergde chauffeur belandden. Zo kon ik hem de ware toedracht uit de doeken doen.

Vorige week verbleef ik dus in Bad Hönningen, dichtbij Köln, waar het XVII’e 6-landentoernooi plaatsvond, een tweejaarlijkse internationale wedstrijd voor landenteams met vier spelers waaraan Duitsland, Engeland, Zwitserland, Nederland, Frankrijk en België deelnemen. Deze editie kunnen we wat het schaken aangaat moeilijk een groot Belgisch succes over de ganse lijn noemen. Onze zilveren plak die we twee jaar geleden zo overtuigend veroverden in Groot-Brittannië (York) bleek nu verderaf dan ooit en we strandden op de vierde plaats. Alle Belgen leverden maar middelmatige prestaties af, behalve Herman Jennen die ondanks een stevige griep toch een behoorlijk resultaat neerzette. Zelf moest ik eveneens tweemaal de duimen leggen tegen respectievelijk de Duitsers en de Britten. In bijlage kunnen de geïnteresseerden de gespeelde partijen vinden.

Afgezien van mijn slechte prestatie vond ik het heel aangenaam om weer eens een aantal schaakvrienden uit binnen- en buitenland terug te zien. Het kleine stadje aan de Rijn had slechts bitter weinig te bieden en wat mij vooral opviel tijdens mijn wandelingen door de uitgestorven straten was dat er zowat geen jongeren te bespeuren vielen onder de weinige andere wandelaars. Was dit de concretisering van de plattelandsvlucht van de jeugd die zich duidelijk aftekent in het Westen? Eén middag hadden ze een excursie georganiseerd naar het huis van de eerste Kanselier van het toenmalige West-Duitsland Adenauer in Röndorf. Jacek vertelde mij dat deze politicus indertijd een publieke vijand was voor de Polen, en inderdaad, toen we een weekje later over dit bezoek verslag uitbrachten aan Ilona’s vader, was zijn eerste commentaar: “Die vreselijke imperialist…..” Gedurende het paasweekend trok ik met de Jarecki’s naar hun buitenverblijf in Gierautów, een klein dorpje met een bewogen geschiedenis in de bergachtige grensstreek met Tsjechië. In dit plaatsje kwamen de dissidenten onder het communistisch regime samen en ontmoetten ze hun Tsjechische medestanders onder wie de latere president Hawel. Vandaag de dag ligt het gehucht er zodanig rustig bij aan de oevers van de Biała Londetska – de schoonste rivier van het land, waaruit je zonder meer kunt drinken -, dat het erg moeilijk is je in te beelden dat dit het toneel is geweest van ondergrondse complotten en verzetshaarden. Wij waren er neergestreken voor vreedzamer doeleinden die zich vertaalden in de Poolse paastradities, boswandelingen en een tweetal ritjes te paard. Omdat ik slechts een beginnertje ben, hield ik aan deze laatste activiteit wel een stel overgevoelige billen over. Hoe dan ook was het weer heel boeiend om de Poolse rituelen, gegrondvest in het katholieke geloof natuurlijk, mee te maken waarmee ze het paasfeest opluisteren. Zo brengt elke familie op paaszaterdag een mandje met symbolisch voedsel (brood, eieren, zout) naar de kerk, dat door de priester wordt gezegend. Voorts is voornamelijk het ontbijt op Pasen zelf van belang, omdat er dan veel vlees wordt gegeten, want tijdens de Goede Week eten de Polen louter vegetarisch. Bovendien laat de oudste van de familie, voordat het ontbijt aanvangt, een schaal met halve eieren rondgaan, waarvan elk familielid ééntje eet, terwijl ze elkaar het allerbeste toewensen.

Als ik mijn timmerwerk zo bekijk, bemerk ik dat het vrij uit de kluiten gewassen is, en eigenlijk ben ik amper in detail getreden. Misschien moet ik er toch eens stilaan over gaan denken om mijn ‘memoires’ op schrift te stellen. Maar goed, nu ontbreekt me de tijd ervoor, daar de vakantie op bejaarde beentjes voortstrompelt. Morgen kunnen we de handen opnieuw uit de mouwen steken.

Zonnige balkongroeten,
Piet, dinsdag 22 april 2003

16. Maandag 12 mei 2003

Beste cybernauten,

“God of het antwoord van de computer”is een zinsnede uit Erich Fromms ‘De revolutie van de hoop’ die mij spontaan voor de geest komt, wanneer ik bedenk dat dit verslag nog langer ongeboren dreigde te blijven, doordat mijn schrijfdoosje het gisteren even liet afweten. Omdat Kiki en ik er niet in slaagden het euvel te verhelpen, moest ik noodgedwongen een dagje in de boeken verdwijnen, gezien het druilerige weer en mijn letterlijke writer’s block. Gelukkig kreeg ik ’s avonds Simek al op bezoek. Hij is een computerspecialist en een goede vriend van Jacek, die mij reeds meermaals uit de technische knel heeft bevrijd. Ook ditmaal bracht zijn tussenkomst soelaas, want al snel vatte hij de boosdoener bij de lurven: mijn batterij die zo versleten bleek te zijn dat ze het ganse systeem lamlegde. Waarom ik met dit banaal feit inleid? Wel, gewoon omwille van de confronterende vaststelling dat een mens zich reeds belemmerd voelt in zijn bewegingen, zodra het kleine computerschermpje niet wil oplichten zoals het hoort en bijgevolg tevens het Internet een onaanraakbare abstractie moet blijven. Ook in Polen zijn ze al enige tijd het stadium voorbij dat ze elkaar nog vroegen: “Heb je al een e-mailadres?”, en hier fluisteren ze eveneens over hem of haar die er nog steeds geen heeft dat ze toch altijd reactionaire dwarsliggers zijn geweest. Ik herinner me dat, toen ik vernam dat zelfs mijn vader een computertje had gekocht – zijn afkeer kennende van al wat meer dan twee knopjes bezit -, ik besefte dat de technotronische revolutie onherroepelijk had gezegevierd. Gisteravond getuigde de stramheid in mijn vingers dus reeds onmiskenbaar van de ontwenningsverschijnselen die optreden na een dagje zonder tokkelen.

En toch school er nog een compositorisch addertje onder het gras, toen ik in het vorige paragraafje de zingeving van het computertijdperk aankaartte, omdat op deze manier een nieuw personage zachtjes het toneel is opgeloodst, Simek. Waarschijnlijk zal hij immers een actieve rol gaan spelen in het Równiejsza Szansa-verhaal – in de wandelgangen vaak afgekort tot RS. We zijn van plan een computercursus aan te bieden aan de visueel andersvalide jongeren, opdat ook zij hun weg kunnen leren ontdekken met de leesregel of het vergrotingsprogramma onder de arm. Deze aardige informaticus heeft me zelf gevraagd of hij op één of andere manier een handje kon helpen, omdat hij heeft begrepen hoe onontbeerlijk de computer tegenwoordig voor een andersvalide is. Behalve hem is ook Tomek erbij gekomen, die een jonge leerkracht van ons instituut is en zich voor het ogenblik bezighoudt met de officiële registratie van de vzw RS. Gelukkig hebben we in hem onze juridisch adviseur gevonden, want het oprichten van een vereniging heeft wel heel wat voeten in de aarde. Nu moeten we vijftien Polen samenbrengen die hun pootje willen zetten onder onze statuten, daar ze anders niet rechtsgeldig zijn. Daarom hebben we maandag een vergadering georganiseerd voor al degenen die zich voor ons initiatief interesseren, maar normaal gezien zal het geen enkel probleem opleveren om het gewenste aantal personen bijeen te krijgen. Voorts gaan Amandine en ik deze week op vrijwilligersjacht, want we zijn nog steeds op zoek naar jonge mensen om onze activiteiten te leiden.

De meesten onder jullie hebben mij natuurlijk niet gezien tijdens mijn flitsbezoek aan België de voorbije week. In Brussel had ik er twee gesprekken, waarvan de gevolgen wel eens mijn leven vanaf volgend academiejaar in belangrijke mate zouden kunnen beïnvloeden. Het eerste betrof de Nationale Hoge Raad voor Gehandicaptenbeleid, waar ik vanaf september op vraag van VFG hen zal vertegenwoordigen. Het gaat om een federaal adviesorgaan, waaraan enerzijds raad wordt gevraagd door de overheid in verband met wetgeving die andersvaliden aanbelangt of die anderzijds zelf mag beslissen een bepaalde regeling te behandelen, omdat ze van oordeel is dat er belangen van gehandicapten in het geding zijn. Eén dag per maand zal ik dus zeker naar de hoofdstad moeten trekken, maar om een dergelijke boeiende functie uit te oefenen heb ik dat er met plezier voor over. Mijn tweede ontmoeting met Leen Pollentier kaderde in het RS-project, omdat VFG mij haar volle medewerking had beloofd en we alles in iets concretere lijnen wilden schetsen. We besloten een werkgroep op te starten in Vlaanderen die evenementen zou kunnen opzetten, waarvan de integrale opbrengst RS zou kunnen ondersteunen, en die bovendien het transport van benodigd materiaal (leesregels, brailleboeken enz.) zou kunnen realiseren. De eerste belangrijke stap bestaat er ongetwijfeld in om vrijwilligers te vinden, die ons willen helpen, maar daar horen jullie zeer binnenkort meer over.

Alhoewel ik slechts kort in het land verbleef, voelde ik toch hoe ik steeds meer en meer opnieuw in de Belgische realiteit word gezogen. Plotseling ligt het volgende academiejaar niet meer in wazige toekomstnevels gehuld, zoals dat wel het geval was toen ik in de herfst vertrok, en dientengevolge dringen zich allerlei praktische vragen op en verstoren die mijn winterslaap. Eensklaps moet je weer beginnen uitkijken naar een nieuwe studentenkamer en zie je jezelf wederom in de Antwerpse tram, terwijl de regen de ruiten striemt. Eerlijk gezegd vind ik dit zacht ontwaken niet erg, en het gaat allerminst gepaard met enige vorm van pessimisme. Zoals een vriend het formuleerde, ben ik nu begonnen aan de ‘derde Poolse ronde’ en van die laatste twee maanden wens ik het allerbeste te maken. Terwijl ik nog hier ben, zal ik mijn werk voortzetten, maar dat wil niet zeggen dat ik geen geloof hecht aan de toekomst die mij in België wacht. Integendeel zelfs, het voorbije half jaar is er namelijk één geweest van reflectie en kritische beschouwing, en ik ben er rotsvast van overtuigd dat ik veel rijker ben geworden. Familie en vrienden menen dat ik niet veranderd ben, en wellicht hebben ze, globaal genomen, inderdaad wel gelijk, maar toch heeft er zich in mijn binnenste een transformatie voorgedaan die vooral meer stabiliteit heeft meegebracht. Ik kan nu rustiger de komende jaren afwachten, omdat ik de leidraad van de grote drie in mijn leven heb onderkend: literatuur, politiek en filosofie. Waarschijnlijk zal ik ooit een driesprong bereiken en dan zal de keuze onafwendbaar worden, maar deze kwestie is tot dusver niet aan de orde, omdat ik eerst nog de drie rijstroken zal moeten plaveien, alvorens zij naar die eventuele splitsing kunnen voeren.

Ook ik stem (op afstand)
Piet, maandag 12 mei 2003

“Ik ben een mens, en niets menselijks is mij vreemd.” (Terentius)

17. Dinsdag 27 mei 2003

Hallo jongens en meisjes (in examenkoorts?)

Laten we maar meteen met de deur in huis vallen en gezamenlijk jubelen omwille van het uitstekende nieuws: de Belgisch-Poolse uitwisseling komt er! Plots besef ik dat sommigen al mijn kabaal wel met een toegeeflijke glimlach zullen aanhoren, hoewel het onbegrip op hun gezicht te lezen staat. Bovendien is het goed mogelijk dat ik in mijn tweewekelijkse rubriek nooit eerder met een woord heb gerept over dit project, al heeft het me heel wat kopzorgen bezorgd. Goed, ik zal bij het begin van het verhaal beginnen, opdat niemand zich benadeeld zou voelen en mij bijgevolg zou beschuldigen van opzettelijk achterhouden van relevante informatie.

Het Europese Jeugdprogramma bestaat uit verscheidene onderdelen of zoals ze in het jargon worden genoemd: de 5 Acties. Jullie zouden intussen al vertrouwd dienen te zijn met twee van deze Acties, namelijk EVS, omdat dit bij wijze van spreken de geestelijke vader is van mijn ganse Poolse avontuur, en Future Capital, omdat dit de subsidielijn is waarmee een voormalig EVS-vrijwilliger zijn bloedeigen project kan financieren en waarmee Amandine en ik Równiejsza Szansa hopen te kunnen voeden. We moeten het echter over een derde programmapunt gaan hebben, dat verstoffelijkt in de Interculturele Uitwisselingen, tijdens welke jongeren uit verschillende landen elkaar ontmoeten opdat ze kunnen kennismaken met andere tradities en gebruiken, met het complexe begrip van een vreemde cultuur. VFG heeft vorig jaar de bal aan het rollen gebracht door Poolse jongelui naar Merelbeke, nabij Gent, uit te nodigen om daar een week lang samen met Belgische leeftijdsgenoten rond te neuzen in de rijkdommen die onze diversiteit met zich brengt. De integratie ging er verder dan uitsluitend inter-Europees, omdat jongeren met en zonder een handicap er de kans kregen in contact te komen met elkaar.

Gedurende deze gelegenheid planden ze reeds het tegenbezoek van de Belgen aan Polen, dat dan zou moeten plaatsvinden in de zomer van 2003. Ze hadden een lerares van ons instituut belast met de organisatie van deze uitwisseling, maar begin maart kwam deze dame overstuur onze kamer binnen en vertelde ze ons dat ze niet wist waar en hoe precies te beginnen, en de deadline van 1 april naderde met zevenmijlslaarzen. Indien we immers wilden dat de ontmoeting zou doorgaan in juli, moesten we de subsidieaanvraag voor die bewuste datum indienen. Daarom zijn we met Ilona en Jacek in ijltempo op zoek gegaan naar een geschikte plaats, wat geen sinecure was, aangezien het terrein aangepast moest zijn voor rolstoelgebruikers. In de loop van onze naspeuringen kwam ik er snel achter dat de schaarste aan dergelijke centra in dit land nog veel schrijnender is dan bij ons, maar uiteindelijk zijn we erin geslaagd een goddelijk oord te vinden. Twee weken geleden zijn de veelbelovende foto’s uit de brochure geen papieren illusie gebleken, toen de trotse directeur ons door zijn schitterende park leidde. Het ligt aan de oevers van een visrijk meer en leunt aan tegen dichte bossen. Bovendien bieden verschillende sportterreinen en een zwembad de deelnemers van de uitwisseling tevens de mogelijkheid om de spieren regelmatig te oliën. Hoewel alle bezoekers in onze delegatie slechts leken waren op dit gebied, scheen het belendende revalidatiecentrum ons hypermodern toe met zijn peperdure apparatuur en professionele bemanning. De houten bungalowtjes die heel knus en comfortabel zijn ingericht, beloven het verblijf alvast heel gezellig te maken.

Behalve de ware odyssee die we hebben ondernomen, in vertwijfeling uitziend naar de haven waar het uitwisselingsschip zijn anker kon uitwerpen, dienden we natuurlijk nog een gedetailleerd programma uit te werken. We vonden een aantal vrienden, die een klein reisbureautje uitbaten, bereid om op vrijwillige basis zulk een schema op te stellen, rekening houdende met het feit dat alle activiteiten voor iedereen toegankelijk dienden te zijn. Het resultaat dat ze in een recordtijd afleverden, weerspiegelde overduidelijk hun grenzeloze creativiteit en jarenlange ervaring. Magda hielp ons ten slotte om het gehele concept in het passende aanvraagkleedje te stoppen, en zodoende haalden we de deadline op de valreep. Het goede nieuws waarmee ik dus in de eerste paragraaf wilde uitpakken, is dat we officieel groen licht hebben gekregen van het Pools Nationaal Agentschap voor ons initiatief, amper twee weken nadat VFG had vernomen dat de Belgische groep, wat JINT – ons Nationaal Agentschap – betrof, zijn koffers mocht pakken. De procedures die gelden voor uitwisselingen met twee landen zijn vrij ingewikkeld, daar de beide partners de goedkeuring dienen te krijgen van hun respectieve agentschappen, terwijl het bij projecten op grotere schaal alleen het gastland is dat met administratieve rompslomp te kampen heeft. Daarom zou ik ervoor willen pleiten dat het Belgisch-Poolse initiatief er in de toekomst een ander Europees zusje of broertje zou bijnemen, opdat de volgende editie vlotter van de band kan rollen.

En hoe vorderen de RS-activiteiten, hoor ik een paar lezers hardop denken. Wel, eindelijk hebben we het registratiegedeelte achter de kiezen, want met Tomeks hulp belegden we de eerste algemene vergadering, waar vijftien Poolse sympathisanten onze statuten hebben ondertekend. Omdat alle paperassen ingevuld zijn, kunnen we het complete pakketje nu bij de rechtbank deponeren die onze vereniging hopelijk binnen een aantal maanden zal erkennen. Voorts zijn Amandine en ik naar de universiteit getrokken, meer bepaald het Departement voor Pedagogie en Psychologie, om er flyers uit te delen en vrijwilligers te ronselen. Onze bescheiden actie heeft al meteen zijn vruchten afgeworpen, want reeds drie studenten reageerden op onze oproep. Vorige donderdag had ik overigens een ontmoeting met Dr. Sidorowicz, een voormalige Minister van Gezondheidszorg en parlementslid, die in de lokale politiek is gestapt en nu het hoofd is van de afdeling Sociale Zaken in Wroclaw. Het doet wel vreemd aan om te praten met deze man die zo’n indrukwekkende politieke carrière achter zich heeft liggen, en je vraagt je af welke bewogen herinneringen er in hem begraven zijn, waarover hij nimmer zal willen of kunnen praten. Zo belandde hij door zijn oppositievoering een jaar in de gevangenis onder het bewind van generaal Jaruzelski. Wij praatten echter over vreedzamer doeleinden, en hij leek werkelijk geboeid te zijn door de RS-gedachte. Nu moeten we een dossier voorbereiden om te verduidelijken hoe de lokale autoriteiten ons daadwerkelijk kunnen helpen, maar waarschijnlijk kunnen we alvast op subsidies rekenen.

Ondanks het feit dat er nog een boel werk op mij ligt te wachten, is het gevoel niet meer af te schudden dat we verduiveld snel op weg zijn naar de eindstreep. Een aantal van de lichting vrijwilligers dat samen met ons is aangekomen, is al definitief afgereisd en zo vertrekt er vanaf nu elke week wel ééntje. Over een drietal weken zit onze taak erop, en kunnen we aan vakantie beginnen denken. In het weekend kwamen mijn Spaanse vrienden uit Poznan ons een bezoekje brengen, en het deed goed om het castellano uit de kast te kunnen halen, al moest ik eventjes aanpassen. Waarschijnlijk zie ik hen niet meer terug in Polen, maar wie weet kan ik ooit Alberto verrassen in het Baskische Bilbao. Een periode van grote veranderingen gluurt om het hoekje en het woord eindverslag speelt door onze gedachten. Kiki heeft bijvoorbeeld al de helft van mijn bagage – winterspulletjes, boeken – meegenomen naar huis, zodat we voor de eigenlijke thuisreis niet al te zwaar bepakt zijn; haar taaie wagentje – eigenlijk geleend van een aardige papa – zou anders wel eens door zijn wieltjes kunnen zakken. In ieder geval hoeft de trouwe lezer nog niet te verhongeren, en hij kan gerust op nog enkele flitsen uit het oosten rekenen, vooraleer ik kom acclimatiseren in het Belgische zomerweer.

Groeten uit Polen met EU-koorts
Piet, dinsdag 27 mei 2003

18. Maandag 16 juni 2003

Liefste vrienden,

Hadden jullie soms niet het gevoel dat het zo voor eeuwen kon doorgaan, die tweewekelijkse verslagen over onze Poolse wederwaardigheden in de e-mailbus? De ondergetekende in elk geval wel. Toch nadert de einddatum met ijzingwekkende spoed, en dit besef zuigt je lichaam en geest langzamerhand leeg. Wanneer je op een dergelijk ogenblik bijvoorbeeld nieuwe mensen ontmoet, met wie je wel bevriend zou kunnen raken, zou je het vertrek uit jouw gedachten willen bannen, maar hoe je het ook probeert, slagen doe je niet. Net zoals Magalhaes en de Elcano wisten dat ze op een dag onvermijdelijk de wereld zouden ronden, konden wij evenmin de eindbestemming in ons uiterst bescheiden lokale project negeren. Hoewel er nog veel is voorgevallen in de loop van de voorbije weken, stonden alle bezigheden schijnbaar in het teken van afsluiten en tot een goed einde brengen.

Eindelijk hebben we alles voor elkaar gekregen in verband met de financiering van de Belgisch-Poolse uitwisseling die begin juli zal plaatsvinden. Voor het kunstproject dat ik samen met Anja heb opgezet, zijn alle deelnemers bekend en hebben we dus op de valreep alle artiesten voor de workshop bijeen. Równiejsza Szansa loopt als een trein en steeds meer andersvalide studenten voelen zich aangesproken door het initiatief. Vorige week hebben we met de organisatie zelfs de krant gehaald en bovendien heeft het Pools Nationaal Agentschap ons Future Capital-project aanvaard, wat concreet betekent dat RS voorlopig geen financiële moeilijkheden zal kennen. Tevreden kunnen we terugblikken op een overvol jaar, dat barstte van prikkel en stimulans. Een jaar waarin de geest op volle toeren draait, omdat je alles heel intens meemaakt en in je geheugen grift. Een jaar waarin je eventjes emigrant bent. Een jaar dat nu voorbij is.

Maar dan is er de andere kant van het verhaal. Terwijl ik enerzijds het leven dat ik hier heb opgebouwd niet wil achterlaten, groeit anderzijds toch het verlangen om mijn vroegere leven opnieuw op te pakken. Vroeger zal in deze context wel nooit meer hetzelfde klinken, ondanks alle waarlijk positieve connotaties die ermee verbonden zijn. De scheidingslijn die de Poolse periode vertegenwoordigt, is onherroepelijk getrokken, en hierom zal ik nimmer treuren, integendeel zelfs. De dagen zijn echter gekomen om halsreikend uit te kijken naar het weerzien met familie en vrienden en naar de vakantie om tot rust te komen. Schatrijk aan verruimende ervaringen en indrukken keer ik nu terug, en naar mijn gevoel vormt deze benaderingswijze van het concept EVS de basis om de meeste voldoening uit een soortgelijk verblijf in het buitenland te puren. Om hun kennis van de wereld te vergroten trokken de jonge Romeinen een jaar naar Athene, voordat ze hun eigenlijke professionele loopbaan aanvatten. De eenentwintigste-eeuwse studiereizen zijn wel enigszins op een andere leest geschoeid, maar zullen toch in wezen dezelfde uitwerking hebben op de ontwikkeling van een jonge man of vrouw. Uiteraard kunnen we slechts hopen dat de inpak van een EVS-project zich niet zonder meer beperkt tot de strikt persoonlijke sfeer en dat de lokale gemeenschap dus ook kan meegenieten van de resultaten, maar toch blijf ik ervan overtuigd dat hoofdzakelijk de vrijwilliger zelf er het meeste van opsteekt.

Vaak bleek uit gesprekken met andere jongeren dat ze hun buitenlandse avonturen beschouwen als een uitstel van executie, een vlucht, omdat ze voor zichzelf geen reële toekomstplannen kunnen of durven maken. In stilte koesteren ze de hoop dat ze eindelijk de antwoorden zullen vinden, maar zoals te verwachten valt, komen ze dikwijls van een kale reis thuis. Ik heb dit jaar geleerd dat een mens zonder een helder doel voor ogen dit enkel zal vinden in zichzelf, niet in een andere werkelijkheid.

Ik ga nu pakken en de volgende dagen vooral afscheid nemen. Donderdagavond ben ik terug thuis en is het EVS-hoofdstuk definitief afgesloten. Zouden jullie nu weer mijn vroegere e-mailadres kunnen gebruiken: xxxx@xxxxxx.be. Hieronder vinden jullie tot slot nog een gedicht dat ik enkele dagen geleden schreef. Wie Ikaros kent, weet dat hij niet roekeloos was, hij geloofde slechts.

Hartelijke groeten uit een kersvers EU-land (GENS UNA SUMUS)
Piet, maandag 16 juni 2003

Vragen van de arend

Pas wanneer de lijnen scherpen, ontwaak ik uit vale avonduren
daar waar het licht kleur ontkent en de gedachten schaars gekleed gaan,
hoe jubelen voetstuk en maatstaf er loosheden toe
daar waar schaarse kleuren gedachten kleden
verdacht ik de zwaartekracht van hoog spel
toen het labyrint onder me verdween en ik het jongetje niet was.

Pas wanneer de lijnen scheepgaan, zoek ik de arend
die ’s nachts vragen rooft, en niet verteren kan
kon verleren de vragen die hij uit de dagen maant
bij nacht.

De lijnen scheppen pas wanneer het front is omschreven
de akker van leer opgezet en kaal
met de tanden kielhalen we hier vele talen
verschansing de ballast, nutteloos het staal
de heerser in het niemandsland weet pas
hoe wij er verworden.

Vanop zijn rug verwerp ik taaie noten
de melodie van het vruchtvlees leeft nog onder prikkeldraad
maar smelt bij de vraag of
de vogel van was is.

Alex Hellas

Foto: Piet die aan tafel zit (foto genomen in Polen)

Piet die aan tafel zit (foto genomen in Polen)

Zie ook:

Timmy De Waele: Nieuws uit Polen – EVS 1 oktober 2002 tot 1

Delen
Share on Facebook0Tweet about this on Twitter0Share on Google+0Share on LinkedIn0Email this to someonePrint this page

  1. Pleitbezorger voor mensen met een handicap02-03-2018 07:03:37
  2. Blinde activiste: wil je gehandicapten geld geven? Koop dan kansen15-02-2018 11:02:04
  3. Wie in Shanghai ambitieuze ouders heeft, draagt een bril13-12-2017 09:12:19
  4. Blinde Marokkaanse vrouw verzekert eindelijk burgerschap voor haar zoon13-10-2017 05:10:34
  5. Een delegatie van 24 blinde pelgrims vertrokken naar Mekka19-08-2017 06:08:19
  6. Wie is de blinde vrouw die de wereldpers haalt met haar voorspellingen over ISIS?17-06-2017 02:06:25
  7. Blinde kinderen in Marokko omgekomen bij ongeluk15-06-2017 01:06:40
  8. Blinde vrouw voorspelde niet alleen 9/11 en opkomst van ISIS maar ook Brexit14-06-2017 08:06:32
  9. Blinde vrouw haalt wereldpers met voorspellingen over ISIS02-01-2017 05:01:02
  10. Blind kind kiest nieuwe koptische paus28-09-2015 03:09:27
  11. Monnik die ogen dichtlijmde, kan weer zien10-09-2015 08:09:40
  12. Zes maanden voor blinde fan Al-Qaeda10-09-2015 08:09:27
  13. Blinde vrouw kan kleuren voelen10-09-2015 08:09:13
  14. Bush begaat misser met blinde journalist10-09-2015 08:09:58
  15. Bush is blind voor handicap10-09-2015 08:09:41
  16. Europese prijs voor Frances Fortuin10-09-2015 08:09:27
  17. Blinde vader herenigd met babydochter10-09-2015 08:09:07
  18. Blinde familie versiert huis voor kerst10-09-2015 08:09:52
  19. Chinees jongetje heeft kattenogen10-09-2015 08:09:32
  20. Prins Philip spot met oorlogsinvalide10-09-2015 08:09:18
  21. Blinde grootmoeder vangt meerval van 97 kilo10-09-2015 08:09:01
  22. Eerste journalist wordt zalig verklaard10-09-2015 08:09:42
  23. Blinde Saoedische heeft mooiste innerlijk10-09-2015 08:09:31
  24. Vrouw van 194 kilo trouwt met blinde10-09-2015 08:09:16
  25. Man rukt zich de ogen uit tijdens de zondagsmis10-09-2015 08:09:00
  26. Blind en verlamde vrouw kan alleen nog groente eten10-09-2015 08:09:46
  27. Leven met een blind en verlamd kind10-09-2015 08:09:45
  28. Indische albinofamilie wil in Guinness Book of Records10-09-2015 08:09:33
  29. Blinde miss gooit hoge ogen10-09-2015 08:09:23
  30. Osama Bin Laden was blind aan één oog10-09-2015 08:09:12
  31. ‘Paus is bijna blind aan één oog en slaapt slecht’10-09-2015 08:09:59
  32. EC onderscheidt Unit4 voor blindensoftware10-09-2015 08:09:44
  33. Oudste mens ter wereld (116) dankt leeftijd aan slaap07-07-2015 07:07:55
  34. Stad met blinde agent; al 10 jaar geen criminaliteit07-07-2015 07:07:54
  35. Helen Keller Achievement Awards uitgereikt25-06-2015 04:06:33
  36. Snelboot voor Macao gekapseisd: 15 vermisten01-03-2015 09:03:37
  37. Terugkeer jihadist gevreesd20-02-2015 03:02:58
  38. Nieuwe Griekse regering benoemt blinde man als minister van Volksgezondheid28-01-2015 07:01:12
  39. Gehandicapte baby’s in China vaak te vondeling gelegd09-01-2015 07:01:34
  40. Vrouw benadert blinde dakloze man en doet dan iets met verstrekkende gevolgen05-01-2015 05:01:06
  41. Blinde minister heeft geheime relatie07-06-2011 04:06:48
  42. “Renners fietsen voor blinden”06-06-2011 11:06:25
  43. Timmy De Waele: Nieuws uit Polen – EVS 1 oktober 2002 tot 15 juni 200305-06-2011 11:06:53
  44. Piet Devos: Nieuws uit Polen – EVS 1 oktober 2002 tot 15 juni 200305-06-2011 10:06:16

Laatst bijgewerkt op 1 oktober 2015 – 10:52