De vliegende oogchirurgen van Orbis

Bron: De Morgen
20 maart 1999

Het tienermeisje Julia was twee jaar oud toen de wereld rondom haar donker werd.   In de geïndustrialiseerde wereld zou haar regenboogvliesontsteking niet meer dan  een probleem van voorbijgaande aard zijn geweest.  Maar Julia woont in  Cuba, waar de uitrusting en de opleiding ontbreken om haar adequaat te  behandelen.  Het medische team van Orbis, een vliegend  opleidingsziekenhuis, heeft het plan opgevat om miljoenen mensen in de  ontwikkelingslanden hun gezichtsvermogen terug te geven.  De chirurgen  bezoeken een land gedurende eenentwintig dagen en kunnen er ongeveer honderd  operaties uitvoeren.  Verslag van een week van pijnlijke keuzes en kleine  mirakels.

In de geïndustrialiseerde wereld zou Julia’s probleem weinig meer dan een  irritatie geweest zijn.  Het staat zo goed als vast dat ze uveïtis had, een  ontsteking die men in Europa zelfs bij huisdieren probleemloos behandelt’

Waarom  verlaat je je vrouw, je gezin en je praktijk om je de moeite, de onkosten en de  fysieke belasting van deze trips op de hals te halen?   Wel, je hebt de blik  op het gelaat van de patiënten gezien.  Dat verklaart waarom je hier bent’

Het enige wat je ziet is een oog, dat zonder zelf iets te zien naar boven  gericht is.  Van de eigenaar van het oog is niets te zien: het lichaam en  de rest van het gezicht zitten verborgen onder plastic.  Een dokter tuurt  in het oog.  Hij is aan het naaien, met een draad die precies drie rode  bloedcellen dik is.  Enkele uren later kan het oog weer zien.

We zijn op de luchthaven van een ontwikkelingsland, ver van eender welk  ziekenhuis.  In de bar wachten Europese toeristen op de volgende vlucht  naar huis.  Ze weten dat er iets vreemds is met één van de vliegtuigen op  het tarmac, want om de zoveel tijd speelt zich op de trapjes ervan een  intrigerende scène af.  De deur van de DC10 gaat open en er komen een paar  mensen naar buiten.  Er lijkt niets mis met hen, en ze kunnen allemaal  gaan.  Maar ze lijken wel allemaal heel onzeker, alsof ze bang zijn om in  het licht te komen.  Soms is het een kind dat naar buiten komt, voorzichtig  door een van zijn ouders van de trappen gedragen.  Daarna komt er een ouder  iemand, die door één van de bemanningsleden geholpen wordt.  Elke groep  heeft iets gemeenschappelijks: er is altijd iemand bij met een oog in het  verband.

De toeristen zijn nieuwsgierig, maar het vliegtuig geeft weinig geheimen prijs.   Boven twee van de raampjes is een rood kruis geschilderd.  De naam van het  toestel luidt Orbis, maar dat zou een luchtvaartmaatschappij van overal ter  wereld kunnen zijn.  Als ze aan boord van deze DC10 zouden gaan, zouden de  Europeanen nochtans eerst verbaasd zijn, en vervolgens overweldigd.  Het is  namelijk het enige vliegende opleidingsziekenhuis ter wereld, en het is bezig  aan één van de meest ambitieuze programma’s die de mensheid ooit opgezet heeft.   De mensen in dit vliegtuig hebben het plan opgevat om blindheid uit de wereld te  verdrijven, miljoenen mensen hun gezichtsvermogen terug te geven en te voorkomen  dat miljoenen anderen het verliezen.

Het is een gigantische taak.  Onlangs jaagde de  Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) diegenen die begaan zijn met de andere helft  van de wereld behoorlijk de stuipen op het lijf met een aantal projecties over  dit onderwerp.  Als er niets ondernomen wordt, zal het aantal blinden in de  wereld de komende twintig jaar verdubbelen.  De cijfers zijn ronduit  ontmoedigend: er zijn nu al bijna 45 miljoen mensen blind, en 135 miljoen  anderen zien zo slecht dat ze geen normaal leven kunnen leiden.

Ongeveer 80 procent van die blindheid kan ongedaan gemaakt of voorkomen worden.   Maar de vaardigheden en de technologie daartoe zijn geconcentreerd in de rijkere  landen, en de behoefte eraan doet zich vooral voor in de armere.  Zo werd  dit plan geboren.  Achttien internationale instellingen en  liefdadigheidsorganisaties zouden gaan samenwerken in de strijd tegen alle  vormen van blindheid die voorkomen kunnen worden.  Ze zouden vitamine A  uitreiken om een einde te maken aan de belangrijkste dieetgebonden oorzaak van  blindheid bij kinderen, wat ongeveer 2 frank per dosis kost.  Ze zouden de  achttien miljoen Afrikanen gaan behandelen die hun gezichtsvermogen verloren  door vliegenbeten, een fenomeen dat hele gemeenschappen ontwricht heeft en  ervoor zorgt dat grote stukken goede landbouwgrond niet meer bewerkt worden.   En één van de instellingen, Orbis International, zou het werk van het vliegende  hospitaal dat het sinds 1982 in de lucht heeft, verder uitbreiden.

Tegen het jaar 2000 kunnen de moderne geneeskunde en een flinke dosis ambitie  voor blindheid doen wat ze eerder al voor pokken deden.  In 1967 maakten de  pokken nog twee miljoen slachtoffers per jaar.  Het was een plaag die  gedurende ten minste drie millennia al onvoorstelbaar veel leed veroorzaakt had.   Maar tegen 1977 was de ziekte na een uitgebreid opsporings- en  vaccinatieprogramma volledig uitgeroeid.

In twintig jaar tijd, zo zegt de WGO, kan het aantal gevallen van te voorkomen  blindheid dalen van de geraamde honderd miljoen naar een getal dat zo rond is  dat het iedereen naar adem doet happen: nul.

Als we de trappen van de Orbis DC10 opgaan en de gang binnenstappen, kijkt een  huilende vrouw ons indringend aan.  Achter haar staat een dokter het oog te  naaien dat aan haar zoon toebehoort.  Vooraan in het vliegtuig, in wat ooit  de eerste klasse was, slaat een groepje dat er iets welgestelder uitziet dan de  moeder achterin de hele operatie gade op een televisiescherm.  Dankzij één van de meest geavanceerde technieken uit de geneeskunde toont het scherm precies  het beeld dat de chirurg van het oog heeft.  Er is maar één dokter die het  oog opereert, maar tegelijk leert hij vijftig anderen doen wat hij kan, en die  vijftig zullen later op hun beurt anderen opleiden.  Het zal nog veel  frustraties kosten en veel volgende bezoeken voor alle vaardigheden doorgegeven  zijn, maar die filantropische piramide staat wel centraal in het moedigste  gezondheidsproject dat de wereld ooit gekend heeft.

Alle grote programma’s beginnen ergens, en voor de vierentwintig leden van het  medische team van Orbis begint het werk elke maandag weer van nul.  Dit is  de dag van de screenings – of om het met de typische zwarte humor van de  ontwikkelingshulp te zeggen: de dag van de screamings -, wat betekent dat de  artsen en verpleegsters van de DC10 naar een plaatselijk ziekenhuis trekken om  hun patiënten te selecteren.  Het is een vreselijke manier om de week te  beginnen.  Het team bezoekt een bepaald land gedurende eenentwintig dagen  en kan in die periode ongeveer honderd operaties uitvoeren.  De chirurgen  worden niet betaald en komen uit een wereldwijde pool van vrijwilligers die  telkens een week bij Orbis doorbrengen en daarna naar baan en gezin terugkeren  terwijl weer andere vrijwilligers hun plaats innemen.

Thuis is de vrijheid om de patiënten die je ziet ook te opereren iets  vanzelfsprekends.  Hier hebben ze één dag om die mensen eruit te pikken  wier leven ze gaan veranderen, en vier lange dagen om te opereren.  Het is  januari en het vliegtuig is in Cuba, tijdens de tweede week van de missie daar.   Zoals altijd op maandag zijn er drie nieuwe chirurgen.  Deze keer zijn het  Amerikanen, alledrie aan de top in hun vakgebied en vertrouwd met werk dat zo  gespecialiseerd is dat ze ook elkaars ontzag wekken.  Ongebruikelijk voor  topdokters is dat ze geen geheim maken van hun gevoelens.  Ze verraden zich  door de fototoestellen.  Als ze in het ziekenhuis aankomen, maken ze  foto’s.  “We raken hier allemaal verslaafd aan”, zegt Maury Marmor,  professor oogchirurgie in New York.  “Zo herinner ik mezelf eraan dat ik  van de geneeskunde hou.” Een paar uur later zal hij moeten vechten tegen zijn  tranen.

Marmor werkt aan de buitenkant van het oog, draait het rond om de zestien  spiertjes die het oog besturen los te maken en daarna weer vast te hechten.   Hij behandelt de kinderen die slecht zien omdat het ene oog probeert te focussen  terwijl het tweede een andere kant opkijkt, bijvoorbeeld binnenin het hoofd.   Zijn buurman John Cohen, met tien missies een echte Orbis-veteraan, selecteert  patiënten met glaucoom, een aandoening waarbij verhoogde druk in de oogbal het  gezichtsvermogen aantast.  Naast hem zit Ed Holland, een 42-jarige  academicus die als één van de pioniers van de oogchirurgie wordt beschouwd en al  meer dan honderd artikels in medische vakbladen heeft gepubliceerd.

Net als Cohen werkt Holland binnenin het oog.  Hij opereert met zulke  minuscule instrumenten dat hij zijn werk door een microscoop moet volgen.   Thuis in Minneapolis is hij de dokter bij wie de moeilijkste gevallen  terechtkomen.  Hij krijgt bijvoorbeeld de baby’s die geboren worden met  troebele ogen, en voert dan bijna onmiddellijk een hoornvliestransplantatie uit.   Dat is telkens een race tegen de tijd: drie weken na de geboorte zal een baby  die niet kan zien zijn brein op de andere zintuigen beginnen richten, zoals het  gehoor, zodat het kind uiteindelijk zelfs met perfecte ogen blind blijft.   Het leuke aan Hollands operaties is dat wanneer hij troebel hoornvlies wegsnijdt  en door nieuw vervangt, een patiënt van absoluut geen naar perfect zicht kan  evolueren.  Tijdens de vlucht naar Cuba heeft hij in zijn handbagage negen  hoornvliezen mee van Amerikanen die pas overleden zijn.

Het Cuba van Fidel Castro is niet het armste land dat Orbis aandoet.  Het  heeft gratis gezondheidszorg, een kindersterftecijfer dat lager is dan dat van  de Verenigde Staten, en speciale scholen voor blinde kinderen.  De medische  sector in Cuba heeft wel vaker baanbrekend werk geleverd.  Het land heeft  afgerekend met meningitis door een vaccin te ontwikkelen dat Europese landen  Cuba alleen maar kunnen benijden.  Maar het blijft een land in nood, zowel  door het inefficiënte communistische beleid als door de oppositie daartegen  vanuit de VS.  ’s Werelds machtigste natie ligt nauwelijks 120 kilometer  ten noorden van Cuba en legt dat land nu al zesendertig jaar een verstikkend  embargo op.  Het eiland beschikt over getalenteerde dokters, maar mist de  uitrusting en de opleiding die nodig zijn om zelfs routinematige chirurgische  ingrepen uit te voeren.  Daardoor is er geen verschil tussen dit en eender  welk ander ontwikkelingsland: Cuba heeft blinde kinderen die eigenlijk helemaal  niet blind hoeven te zijn.

En dus staan aan het ziekenhuis van het provinciestadje Ciego de Avila geduldig  ouders en kinderen te wachten in hun zondagse pak.  Vooral de moeders  lijken gespannen en zenuwachtig.  Velen storten in als hen gevraagd wordt  om het belang van deze dag te beschrijven.  In Europa huilen ouders  geschokt als ze horen dat hun kind een oogoperatie moet ondergaan, omdat dat  nieuws samenvalt met de diagnose, kort na de eerste tekenen dat er iets mis is.   In Cuba is de operatie iets waar deze ouders al heel lang naar uitkijken.   De meesten zullen vandaag huilen van ontgoocheling, sommigen van geluk en  opluchting.  Ten minste één van de patiënten, een meisje van veertien,  kijkt al meer dan tien jaar uit naar dit moment.
Julia is anders dan de andere kinderen.  Ze is oud genoeg om onder woorden  te brengen wat blindheid betekent, en haar gezicht lijkt dat van iemand die nog  ouder is.  Ze zit halverwege de zonovergoten kamer te wachten, samen met  haar moeder.  Nu en dan krijgt ze een uitdrukking op haar gelaat die alle  taal- en cultuurbarrières overstijgt.  Het is de droefheid van een  volwassene die tegen een depressie vecht, en is helemaal niet op zijn plaats op  een kindergezicht.

Julia was twee jaar toen de wereld rondom haar donker werd.  Ze kreeg wat  haar moeder als een keelinfectie omschrijft, die vervolgens ook haar ogen  aantastte.  Toen ze drie was, vond ze daglicht zo pijnlijk dat ze ’s nachts  speelde en overdag sliep.  De diagnose ging tergend langzaam: haar moeder  nam haar mee naar vier ziekenhuizen en bracht een hachelijk jaar in Havana door  voor ze uiteindelijk de moed liet varen en naar huis terugkeerde.
In de geïndustrialiseerde wereld zou haar probleem weinig meer dan een irritatie  geweest zijn.

Het staat zo goed als vast dat ze uveïtis had, een ontsteking binnenin het oog  die gemakkelijk genezen kan worden met druppeltjes.  In Europa worden zelfs  huisdieren daar zonder problemen voor behandeld.  “Als iemand denkt dat  zijn huisdier loenst en duidelijk pijn aan de ogen heeft – en uveïtis is een erg  pijnlijke aandoening -, dan moet hij of zij het dier dringend laten behandelen”,  schrijft de Britse dierenbescherming voor.  Maar Julia had niet het geluk  een Britse kat te zijn, en haar toestand verslechterde nog.  Het  littekenweefsel van de ontsteking blokkeerde haar gezichtsvermogen en het  litteken was zo dik geworden dat Ed Holland later zou zeggen dat hij nog nooit  zoiets gezien had, zelfs niet in de vakliteratuur.  Eén manier waarop  dokters bepalen hoeveel een oog nog ziet is door erin te kijken: het deel van  het netvlies dat zij zien aan de achterkant zegt iets over hoeveel het oog zelf  kan zien.  Als ze bij Julia komen, zien de Orbis-dokters niets.  Ze  kunnen niet verklaren hoe het komt dat ze toch iets ziet, hoe weinig het ook is.

Maar mensen passen zich aan, en Julia heeft geleerd om uit niets toch nog iets  te halen.  Ze moet een paar minuscule gaatjes aan de rand van het litteken  gevonden hebben, die zo klein zijn dat de dokters ze op screaming day niet  kunnen opsporen.  Ze heeft geleerd dat ze door haar hoofd in een bepaalde  richting te draaien toch een paar details van de wereld kan ontwaren.   Terwijl ze zit te wachten om onderzocht te worden, vraag ik haar om mij te  beschrijven.  In erg algemene bewoordingen lukt haar dat wel, maar als ik  haar daarna naar de kleur van mijn ogen vraag, draait ze haar hoofd naar links,  beweegt haar ogen naar rechts, en bestudeert ze me langdurig van heel nabij.   Maar zelfs in een goed verlichte kamer als deze kan ze dat niet uitmaken, en de  inspanningen putten haar duidelijk uit.

Ze kan niet lezen, en omdat ze heimwee had op de speciale kostschool die de  Cubaanse overheid voor haar zocht, gaat ze nu al jaren niet meer naar school.   Ze is jong voor haar leeftijd, ondanks de volwassen droefheid.  Als de  Orbis-verpleegster elk kind een teddybeer geeft om te knuffelen, vraagt Julia er  ook een.  De beer blijkt het eerste stuk speelgoed te zijn dat ze ooit  gekregen heeft, en als ze hem eens in haar armen heeft, kan ze er geen afstand  meer van doen.  Toch is ze op andere punten jaren voor op haar  leeftijdgenoten.  Ze wil zangeres worden, en als ze voor ons zingt zijn de  pijnlijke emoties die uit haar stem spreken dusdanig dat we onmiddellijk  begrijpen waarom een van haar buren, die van haar houdt als van zijn eigen  dochter, niet naar haar wil luisteren.  Nu zit ze zenuwachtig te wachten.   Ze verwacht niet dat ze voor een operatie in aanmerking zal komen, want in  twaalf jaar blindheid heeft niemand haar ooit enig goed nieuws gebracht.

Ik benijd de chirurgen niet.  Hoe kies je tussen Julia en Jenny, de  vroegrijpe vierjarige die Maury Marmor in zijn onderzoekskamer voor zich aan het  winnen is?   Of tussen Jenny en Roilan Cardoso, de vriendelijke jongen van  tien die bij een psychiater in behandeling is omdat hij de deur ging openmaken  en in het oog getroffen werd door een stukje metaal uit een katapult?   Hoe  kies je tussen een van die kinderen en Ana María Perpinán, een 63-jarige  gepensioneerde lerares die opnieuw de straat zou willen kunnen oversteken om  haar buurvrouw te helpen die aan een kunstnier gekluisterd is, maar voor wie het  leven elke zin verloren heeft omdat ze door haar blindheid zelf thuis gevangen  zit en een last is voor anderen en voor zichzelf?

Julia’s linkeroog, troebel en bloeddoorlopen, is duidelijk blind.  Het  klein beetje zicht dat ze nog heeft in haar rechteroog verslechtert, en ze  vreest dat die spleet licht binnenkort ook zal verdwijnen.  Welke invloed  blindheid op haar heeft, vraag ik.  Ik verwacht dat ze iets praktisch zal  zeggen, zoals niet kunnen lezen of ’s avonds uitgaan of op een fiets rijden.   “Ik zal nooit een vriendje hebben”, antwoordt ze.  Als ik vraag wat ze in  haar dromen ziet, zegt ze dat ze altijd dezelfde nachtmerrie heeft: de dokter  die zegt: ‘Jij zult niet geopereerd worden, jij zult niet zien’.  Later  legt een vriendin uit dat haar dat drie maanden geleden ook echt overkomen is.   Een dokter vroeg Julia om de kamer te verlaten, maar ze bleef aan de deur  luisteren en hoorde zo dat er geen hoop was.  Ze gedroeg zich toen al  vreemd, verdween soms voor langere tijd uit huis tot ze bij zoekacties van de  buren werd teruggevonden.  Nu is ze erg in zichzelf gekeerd en weigert ze  nog buiten te komen.  Ze had het geregeld over zelfmoord, en al wie haar  kende zag haar daar ook toe in staat.

In juni zal Julia vijftien worden.  Dat is een belangrijke verjaardag in  Cuba, de overgang van meisje naar vrouw, en wie het zich kan veroorloven geeft  dan een feest waarvoor een fotograaf, een kapper en een Scarlett O’Hara-jurk wel  het minimum zijn.  Nu de jarenlange behandeling Julia geleerd heeft dat  goede ogen te veel gevraagd is, heeft ze haar ambities bijgesteld.  Voor ze  depressief werd en er allemaal de zin niet meer van inzag, droomde ze van twee  dingen: het beetje gezichtsvermogen redden dat haar nog restte, en haar  loensende, nutteloze linkeroog laten opereren zodat het in dezelfde richting zou  kijken als haar bijna nutteloze rechteroog.  Op die manier zal ze er op de  foto’s van haar vijftiende verjaardag tenminste uitzien zoals alle andere  tieners.  Het is een innemend meisje, teder en gevoelig, met een  buitengewone zangstem en de gewoonte om als een stripfiguurtje met haar voet te  stampen als ze teleurgesteld is.  Voor het einde van de week zullen we erg  aan haar gehecht raken.

Tegen het midden van de middag ziet het er voor Julia even goed uit als anders:  slecht.  Ze is de 34ste naam op Maury Marmors lijst, en bij nummer 27 heeft  hij de vijf patiënten al die hij nodig heeft.  Toegegeven, ze is een  ingewikkeld geval, wellicht te ingewikkeld voor een operatie.  Doordat ze  jong is en blind aan beide ogen is ze een grote kanshebber, maar de dokters  hebben ook duidelijke lesvoorbeelden nodig.  Waarom zou je een ingewikkeld  geval kiezen als geen enkele Cubaanse oogarts ooit nog zoiets zal zien?
Dan stapt Rob Whitty, de jonge Brit die verantwoordelijk is voor de DC10,  Marmors kamer binnen.  Je kunt een zesde patiënt nemen, zegt hij.   Marmor kiest onmiddellijk: zijn 31ste kandidaat is een kind van zes van wie het  linkeroog telkens in zijn schedel verdwijnt in plaats van naar de Donald Duck  van de dokter te kijken.  Om 16.03 uur lijkt Julia’s lot bezegeld.
Marmor zet zijn onderzoeken voort; hij wil dat elk kind ten minste een diagnose  krijgt.  Moeder 33 komt met een erg bedrukt gezicht naar buiten, en als  Julia binnenkomt, is de beslissing snel genomen.  Ze is te moeilijk, zegt  Marmor.  Als hij haar opereert, verliest ze misschien haar oog.  Het  kan alleen een klus zijn voor Ed Holland.

Voor Marmor zijn Holland en zijn gelijken de helden van de chirurgie, die  binnenin het oog werken met niets anders dan handinstrumenten.  Ook Holland  heeft zijn lijstje al klaar.  Maar als hij Julia ziet, wil hij haar er toch  aan toevoegen.  Ze is een interessante patiënte, blind in beide ogen, en  daarnaast is er ook het menselijke aspect: als hij neen zegt, zal ze  waarschijnlijk nooit meer een kans krijgen.  Als hij haar eerder gezien  had, zegt hij, had hij haar zeker op zijn lijst gezet, zonder twijfel.  Er  wordt druk heen en weer gediscussieerd.

En plots is het de volgende dag en hebben we Julia naar huis gebracht in  afwachting van haar operatie die later die week gepland is, en haar vriendin  vertelt hoe dicht ze bij een zelfmoord was en hoe de jongens uit de buurt  grapjes maken als ze langskomt, zoals ‘Tienes un ojo fumando, y el otro  esperando el calo’ (Je ene oogt rookt, en het andere wacht op de peuk).   Haar grootouders zijn zo ontroerd dat ze geen woord kunnen uitbrengen.   Terwijl er dertig of veertig mensen rond het huis samentroepen – een erg  bescheiden huis, met elektriciteit maar zonder televisie of koelkast, en zo  klein dat Julia het bed deelt met haar moeder en haar broer – lijkt de moeder  plots een andere, jongere vrouw dan gisteren.  Nochtans is er in feite nog  niets gebeurd, behalve dat ze een grondstof terughebben die ze al een hele tijd  kwijt waren: hoop.

Het idee om een vliegtuig te gebruiken om de armste blinden nieuwe hoop te  brengen, dateert uit de jaren zeventig.  Orbis was het visioen van David  Paton, een Texaanse oftalmoloog die erg begaan was met het niveau van de  oogchirurgie in de ontwikkelingslanden.  Hij droomde ervan een  beurtrolsysteem in te stellen met de allerbeste specialisten uit de  verschillende vakgebieden die aan plaatselijke dokters de nieuwste instrumenten  en technieken zouden gaan demonstreren.  Aangezien geen van die landen over  de nodige infrastructuur beschikte, was daarvoor een vliegend ziekenhuis nodig.   Maar dat betekende wel dat er een gevonden en gefinancierd moest worden.

Paton ging aankloppen bij Al Ueltschi, de voorzitter van FlightSafety  International in New York, die al zijn contactpersonen opbelde.  In het  begin had het tweetal geen geluk.  Maar toen benaderden ze de voorzitter  van United Airlines, die vervolgens de directeur van de luchtvaartmaatschappij  aansprak, en van de ene dag op de andere kregen ze het oudste vliegtuig van de  vloot.  Er was wel een voorwaarde: Ueltschi moest een document ondertekenen  waarin stond dat hij het geld had om het vliegtuig om te bouwen.  Hij  tekende, maar het geld had hij niet.  De oude DC8 was afgeleefd en lekte,  maar Orbis zamelde 5 miljoen dollar (4,3 miljoen euro of 172 miljoen frank) in  en tegen 1982 was het vliegtuig luchtwaardig.  De eerste twee jaar deed het  vliegtuig vierentwintig landen aan, waar het telkens twee tot drie weken bleef.   In 1992 kon de organisatie dankzij schenkingen van drie mensen een grotere DC10  kopen.  Dat toestel, waarvan de ombouwing 15 miljoen dollar kostte  (ongeveer 13 miljoen euro of 516 miljoen frank), is steriel, beschikt over alle  nodige accommodatie en kan om het even welk water zuiveren.  Het is  uitgegroeid tot een mobiele medische school die opleidingen verzorgt op veel  verschillende niveaus.

Terwijl de oftalmologen de operatie volgen, leiden verpleegsters plaatselijke  verpleegsters op, technici plaatselijke technici, enzovoort.  Een  belangrijk obstakel voor de geneeskunde in arme streken is de uitrusting:  moeilijkheden om onderdelen te krijgen of handleidingen te lezen kunnen ertoe  leiden dat een waardevolle microscoop of chirurgische instrumenten ongebruikt in  de kast blijven liggen.  In de romp van de DC10 neemt Orbis defecte  apparatuur mee om ze te herstellen.

De organisatie doet ook haar best om nieuwe uitrusting mee te nemen naar de  landen die ze aandoet, en om er zeker van te zijn dat de opleidingen realistisch  zijn, opereren de chirurgen alleen in de plaatselijke ziekenhuizen en gebruiken  ze enkel de daar beschikbare instrumenten.

Onlangs is de klemtoon ook elders komen te liggen.  De DC10 is een  uitstekend visitekaartje dat regeringsleiders, gezondheidsministers, reporters  en mediamensen ertoe aanzet om druk uit te oefenen voor een betere oogverzorging  in hun land.  Maar het toestel is erg duur en het herstellen van het  gezichtsvermogen van tientallen miljoenen mensen vereist permanente nationale  programma’s.  Orbis werkt aan een langdurige aanwezigheid in zes landen,  waaronder India, waar de blinde bevolking op 10,5 miljoen mensen geraamd wordt,  China, Bangladesh en Ethiopië.  In dat laatste land is één op 67 mensen  blind, maar er is maar één oftalmoloog per miljoen mensen.  Het land heeft  eenvoudigweg meer chirurgen nodig.

Hoewel de meeste vrijwilligers erg enthousiast zijn over Orbis, zijn er toch  vaak problemen waardoor ze zich gaan afvragen of ze er wel mee door moeten gaan.   In Afrika kun je bijvoorbeeld hard werken en weggaan met het gevoel dat er  vooruitgang is geboekt.  Maar dan, vertelt een chirurg, “kom je er terug en  merk je dat de jonge dokter die van jou een bijkomende opleiding kreeg naar  Saoedi-Arabië is getrokken voor een goedbetaalde baan, dat al het technische  personeel aan aids overleden is, dat de infrastructuur die jij op poten zette er  niet is, dat het instrument waar jij de schenking voor hebt versierd kapot is of  spoorloos of ergens in een kast ligt of als broodrooster gebruikt wordt.   Er komen bij dit soort werk zoveel persoonlijke emoties kijken dat de mensen  zich wel eens afvragen waarom je dat allemaal doet.  Waarom verlaat je je  vrouw, je gezin, je praktijk die op volle toeren draait om je de moeite, de  onkosten en de fysieke belasting van deze trips op de hals te halen?   Wel,  je hebt de blik op het gelaat van de patiënten gezien.  Dat verklaart  waarom je hier bent.”

Op de dag van Julia’s operatie is Ed Holland zenuwachtig.  Hij wordt ‘s  nachts voortdurend wakker, en om vier uur weet hij dat er van slapen niets meer  in huis zal komen.  Operaties van pasgeboren baby’s bezorgen hem ook altijd  zenuwen, maar andere gevallen uiterst zelden.  Julia is echter één van de  moeilijkste gevallen die de dokter ooit is tegengekomen.
De voorzieningen aan boord van het vliegtuig zijn uitstekend, maar het is toch  niet hetzelfde als thuis, waar Holland al een paar duizend operaties heeft  uitgevoerd.  Hij weet daarenboven niet zeker waar hij de eerste insnijding  moet maken.  Julia’s iris zit vast aan haar hoornvlies, en dat maakt het  moeilijk om binnenin het oog te geraken.  Het oog zou vol bloed kunnen  lopen, de operatie zou een nieuwe ontsteking kunnen veroorzaken.  Deze  operatie zal een schaakspel worden, en de hele week heeft hij in rustige  momenten zijn zetten zitten voorbereiden.  Het ergste is misschien nog dat  niemand weet in welke staat Julia’s netvlies is, doordat het litteken en de  hevige grauwe staar het zicht op de achterkant van het oog belemmeren.  Als  het erg beschadigd is of als de oogzenuw aangetast is door glaucoom, maakt het  niet uit of de operatie lukt: in dat geval zal Julia toch niet zien.

De meeste mensen vermoeden wellicht dat ze misselijk zouden worden als ze een  oogoperatie zagen, maar Hollands schaakspel is meeslepend en bevat passages van  uitzonderlijke schoonheid.  Hij gebruikt fijne mesjes om openingen te maken  waarlangs hij zijn instrumenten in het oog kan inbrengen, en algauw is hij aan  Julia’s littekenweefsel aan het trekken.  Jarenlang heeft dit weefsel haar  gezichtsvermogen belemmerd, maar nu bezwijkt het onder pincetten van niet meer  dan 3 millimeter dik.  Terwijl het weefsel weggetrokken wordt, komt een  donkere en vloeibare pupil tevoorschijn die al tien jaar niemand meer gezien  heeft.  Het is een intiem en ontroerend moment; dit is de kamermuziek van  de geneeskunde.  Daarna verwijdert hij de vertroebelde lens en plant hij  een andere in, zodat het oog zijn vorm behoudt.  Als de operatie naar haar  einde loopt, komt er een spontane reactie van de Cubaanse oftalmologen voorin in  het vliegtuig: ze applaudisseren.  Een tolk haalt Julia’s moeder erbij,  zodat ze op het scherm het afgewerkte product kan zien dat ondertussen wordt  dichtgenaaid.  Kijk, zegt ze, dat is Julia’s oog.  Is het niet mooi?

Wat oogchirurgie zo aangrijpend maakt, is dat je onmiddellijk de resultaten  ziet.  De ene dag zie je een reeks kinderen die allemaal met een teddybeer  in hun wagentje de operatiekamer binnengerold worden.  De volgende dag  wordt het verband weggenomen en vertellen de kinderen de chirurg hoeveel vingers  ze zien, terwijl de volwassenen rondom hen zachtjes huilen.

Als Julia’s verband wordt weggenomen, is er eerst ontzetting.  Het is niet  meer dan menselijk om te hopen, maar dan vergeet men toch dat er amper achttien  uur geleden nog met naalden en een afzuigpompje in een oog gepeuterd werd dat  door de vele jaren zonder behandeling al meer geleden heeft dan de meeste  andere.  Julia’s hoornvlies is opgezwollen en ze kan niets zien.   Hoewel Holland zegt dat hij tevreden is over het resultaat van de operatie, kan  hij zijn ontgoocheling niet verbergen.  De tiener is doodsbang: de weinige  speldenprikjes licht die ze nog zag, zijn weg.  De operatie was een succes,  maar de patiënte kan niets zien.

En dan gebeurt er een klein mirakel.  Naarmate de zwelling begint af te  nemen, ontdekt ze dingen over de wereld rondom zich.  Elke minuut kan ze  iets nieuws zien.  Letters van de naam van de fabrikant op een toestel, het  patroon van iemands hemd.  Voor het eerst in jaren kan Julia rechtstreeks  naar de dingen kijken die ze wil zien.  Ze hoeft nu haar hoofd niet meer  naar de ene kant te draaien en haar ogen naar de andere.  Als ze uit het  vliegtuig stapt, gaat ze naar een struik die langs de startbaan groeit en plukt  ze een rode bloem.  Het is een absurd symbolisch moment, en iedereen die  zou zien hoe we foto’s staan te maken zou denken dat het geënsceneerd is.   Maar het gebeurde echt.  Gisteren was dit tienermeisje blind.  Nu  plukt ze een bloem om die aandachtig te bestuderen, terwijl haar haren in de  wind wapperen.  Holland blijft er ondertussen bescheiden bij.  “Dit is  één week uit mijn leven”, zegt hij.  “Het stelt niets voor.  Soms voel  ik me schuldig omdat ik niet meer doe.”

Wanneer we op het einde van de week afscheid nemen van Julia, is haar hoornvlies  nog altijd opgezwollen en haar gezichtsvermogen nog altijd erg slecht naar de  normen die wij allemaal – op 180 miljoen mensen na – als vanzelfsprekend  beschouwen.  Maar het verbetert, en ik zal nooit haar uitzinnige vreugde  vergeten na de operatie.  Ze was niet in te tomen.  Een ernstig  gesprek voeren in haar bijzijn was onmogelijk.  Het enige wat ze wilde  doen, was kussen en dansen en omhelzen en zingen.

Als Julia een Europees of een Amerikaans meisje was, zou ze nu opnieuw  geopereerd worden.  Ed Holland zou zijn kamermuziek ook op haar andere oog  uitvoeren, en ze zou ook een spieroperatie ondergaan om haar loensen te  corrigeren.  Maar ze is een Cubaans meisje, en ze heeft één kans gekregen.   De DC10 van Orbis was in haar land gedurende eenentwintig dagen.  Haar aan  beide ogen opereren, zou betekenen dat een ander kind niet geopereerd kan  worden.

We leven op een grote planeet, en die bevat veel mensen die het zo slecht hebben  dat het verleidelijk is om te denken dat er niets aan te doen is.  Maar  toch.  Het medische team van Orbis telt vierentwintig mensen, plus drie  vrijwillige chirurgen.  Dat is een handvol mensen: op één bus hebben ze  allemaal ruim de plaats.  Sinds Orbis van wal stak, heeft dit handvol  mensen aan 22.000 patiënten het gezichtsvermogen teruggegeven, en een opleiding  gegeven aan 42.000 artsen in negenenzeventig landen.  Alles samen werden  naar schatting zes miljoen mensen geholpen door ofwel het medische team zelf,  ofwel door de mensen die erdoor opgeleid werden.  Als de organisatie zo  verder doet, is er op een bepaalde dag misschien een mirakel mogelijk.   Blindheid zou de weg van de pokken kunnen opgaan.  En verdwijnen.

© Sunday Times Magazine
Vertaling: Wim Coessens

Delen
Share on Facebook0Tweet about this on Twitter0Share on Google+0Share on LinkedIn0Email this to someonePrint this page

  1. Studenten voeren oogmetingen uit in Banjul10-03-2018 08:03:53
  2. Vesaliusinstituut voert oogmetingen uit in Banjul18-02-2018 08:02:27
  3. “Ook zij verdienen kans om te studeren”23-12-2017 09:12:24
  4. Geen tijd voor een gezin, wel voor een eigen ziekenhuis in Rwanda22-11-2017 08:11:12
  5. Oogarts met hart voor Rwanda is Specialist van het Jaar22-11-2017 12:11:15
  6. Oogarts Piet Noë eerste ‘Specialist van het Jaar’20-11-2017 07:11:11
  7. Zeeuwse suikeroom redt ooghulp in Afrika18-11-2017 10:11:58
  8. Gentse opticien doet Nepalezen opnieuw zien12-08-2017 08:08:58
  9. Gentse opticien helpt Nepalezen beter zien12-08-2017 08:08:08
  10. Jan in ’t Veld gaf in de afgelopen jaren 230.000 brillen weg18-06-2017 05:06:19
  11. Op reis voor blinden in Kameroen18-06-2017 04:06:12
  12. n beeld: het blindendorp van Peru16-06-2017 08:06:17
  13. Video: Leerlingen Sint-Lutgardis bezoeken school voor blinden in Tanzania16-06-2017 04:06:26
  14. Leerlingen bouwen sportveld voor blinden in Tanzania16-06-2017 04:06:56
  15. Stichting Zienderogen biedt via vrijwilligers oogmetingen15-06-2017 03:06:10
  16. Indrukwekkende documentaire over vliegend oogziekenhuis14-06-2017 11:06:07
  17. Ilse helpt mee aan nieuw dak voor blinden in Rwanda05-06-2017 07:06:10
  18. Buso Sint-Idesbald bezorgt Rwandese blindenschool nieuw dak25-05-2017 07:05:53
  19. Studente ‘Wumpini’ schrijft blog over stage in Ghana28-03-2017 08:03:48
  20. “We leren veel bij van elkaar”24-03-2017 08:03:11
  21. Lions Club steunt oogkliniek van Piet Noë in Rwanda13-05-2016 08:05:55
  22. Zonnekind heeft oog voor blinde kinderen10-09-2015 06:09:13
  23. Rotary Oostrozebeke-Mandeldal steunt slechtzienden in Italië10-09-2015 06:09:02
  24. “Blinde Eberson veroverde mijn hart”10-09-2015 06:09:27
  25. ‘In mijn hoofd is de Himalaya misschien nog mooier’10-09-2015 06:09:13
  26. Lalibela bestaat tien jaar10-09-2015 06:09:56
  27. Stichting Commundo en Bartiméus winnen Award voor meest innovatieve EVS-project10-09-2015 06:09:45
  28. Friezen bouwen voor blinden Nepal10-09-2015 06:09:32
  29. Friese stichting bouwt opleidingscentrum blinden in Nepal10-09-2015 06:09:17
  30. Friezen zetten zich in voor Nepal10-09-2015 06:09:55
  31. Straatsburg – Visio levert belangrijke bijdrage aan internationale conferentie10-09-2015 06:09:43
  32. 75 voedselpakketten van SERAFIM10-09-2015 06:09:31
  33. Hogeschool Leiden zamelt ruim 8.000 euro in voor oneMen10-09-2015 06:09:19
  34. Pal achter Nepal levert 3.000 euro op24-06-2015 08:06:34
  35. Dit kind is blind en heeft geleerd te lezen23-02-2015 05:02:42
  36. Stichting Hulpactie Blinden wordt opgeheven04-01-2015 09:01:31
  37. De tien populairste goede doelen04-01-2015 09:01:56
  38. Vliegend ooghospitaal Orbis voldoet aan alle medische criteria08-12-2014 10:12:29
  39. Japanners bekopen redding Irakees jongetje met hun leven08-06-2011 11:06:21
  40. “In Marokko ga je dood van suikerziekte”08-06-2011 11:06:04
  41. Twee Antwerpenaren doorkruisen Tibet voor goede doel08-06-2011 11:06:15
  42. “Schrijnende toestanden in ziekenhuizen”08-06-2011 08:06:28
  43. Jan-Pieter Van Winckel niet naar Kosovo08-06-2011 08:06:00
  44. Blinde leert blinden leven08-06-2011 08:06:31
  45. Vlaamse artsen onderzoeken misvormde kinderen in Irak08-06-2011 08:06:17
  46. Blinde ziend08-06-2011 08:06:55
  47. Leerlingen Latijn bouwen mozaïek voor Afrikaanse blinden08-06-2011 08:06:28
  48. Koppel zorgt voor operatie van blinde Roemeense baby08-06-2011 08:06:15
  49. Ervaringen uit Nepal komen Tom Bakx van pas in Mekongdelta08-06-2011 08:06:58
  50. Kantklossen in Indiase blinden- en dovenschool08-06-2011 08:06:42
  51. De vliegende oogchirurgen van Orbis08-06-2011 08:06:39
  52. Een kerstgeschenk voor de blinden08-06-2011 08:06:03
  53. Een rit op een olifant maakt op blindheid attent08-06-2011 08:06:06
  54. Engagement: Duitse Professor uit Amberg voerde 100 oogoperaties in Nepal uit08-06-2011 08:06:53

Laatst bijgewerkt op 8 juni 2011 – 08:29