Het kan dat de moeder een ziekte had vlak voordat de baby (blind) werd geboren.
Het kan ook zijn dat er te veel druk op de ogen staat of door bepaalde
medicijnen die de moeder slikte toen ze zwanger was. Tegenwoordig is het
soms mogelijk door middel van een operatie een correctie aan te brengen aan het
oog.
Ook als iemand ouder wordt of een ziekte krijgt als staar wordt hij of zij bijna
altijd slechtziend of blind. Oudere mensen gaan slecht zien of worden
meestal blind door degeneratie van de retinastructuur en soms door
atherosclerose.
Eerst en vooral: In België bestaat er geen duidelijke omschrijving van het begrip slechtziendheid, waardoor er bijgevolg ook geen betrouwbare gegevens zijn over het aantal slechtziende personen, hun situatie, hun behoeften en de aanpassingen waarover zij beschikken. Wel zijn er beduidend meer slechtziende dan blinde personen.
Volgens de
World Health Organization (W.H.O.) bedraagt het gemiddeld voorkomen van blindheid in België 1,2 per duizend personen die zich als volgt verdelen:
- 10 % van de blinde personen zijn tussen 0 en 18 jaar.
- 23 % van de blinden zijn tussen 18 en 60 jaar.
- 65 % van de blinden zijn ouder dan 60 jaar.
Deze laatste leeftijdscategorie neemt toe t.g.v. de veroudering van onze bevolking.
De W.H.O. onderscheidt 5 categorieën van visuele afwijkingen en legt de grens tussen slechtziendheid en blindheid op 1/20.
Even ter informatie de vertaling van de vermelde cijfers 5/10, 2/10 enz. Dit staat voor de gezichtsscherpte = visus. Wanneer je een visus hebt van 10/10, betekent dat dat je vanaf een afstand van 10 meter even scherp kunt zien dan een gemiddelde persoon van je leeftijd. Dus visus 8/10 betekent slechter zicht, en visus 12/10 is een beter zicht dan het gemiddelde.
Goed, hier komen de categorieën:
Men heeft een binoculaire gezichtsscherpte van 1/50 tot 1/20 en een gezichtsveld tussen 50 en 10°. Vingers tellen is mogelijk op drie meter en voor het lezen bereikt men de lettergrootte van krantenkoppen.
Men heeft lichtperceptie: Soms kunnen massa's, volumes of vormen waargenomen worden (vingers tellen op één meter of minder, handbewegingen op vijf meter; de binoculaire gezichtsscherpte is 1/50 of minder en het gezichtsveld bedraagt 5°.
In deze tabel staan geen nieuwere of andere gegevens dan de uitleg hierboven.
Oogafwijkingen
Indeling van functiebeperkingen van het zien met waarden voor de overeenkomstige gezichtsscherpte (*).
Lichte visuele afwijking
Grotere oogafwijking aan één kant (éénogigheid)
Matige oogafwijking aan beide kanten
1/1 op één oog
1/3 tot 0 op het andere oog
9/10 tot 1/3
Zware visuele afwijking
Slechtziend
Zeer slechtziend
1/3 tot 1/20
1/20 tot 1/50
(Totale) blindheid
Bijna totale blindheid
Totale blindheid
1/50
0
(*) Waarde 1 staat voor het normale gezichtsvermogen; waarde 0 voor volledige blindheid. De meetwaarde 1/50 betekent b.v. dat iemand iets herkent van 1 meter afstand, wat normaalgezien op 50 meter te zien is.
De meeste mensen kunnen zich wel een voorstelling maken bij iemand die blind is.
We kunnen het ook even zelf ervaren door de ogen te sluiten. Als we met
gesloten ogen een gesprek voeren met iemand anders, van een stoel naar de deur
willen lopen of een kopje thee willen inschenken ervaren we al meteen
beperkingen ten gevolge van die blindheid. Blinden maken veel meer gebruik
van hun andere zintuigen. Deze zijn: het gehoor, de tast, de smaak en de
reuk.
Slechtziendheid
Mensen die slechtziend zijn hebben veel vaker onaangename misverstanden met hun
omgeving dan blinden. De ene oogaandoening is immers de andere niet.
Kan de ene slechtziende zich nog aardig in het verkeer begeven, de ander zou
daar zonder hulpmiddelen zoals een herkenningsstok, niet zonder ongelukken
doorkomen. Tegelijkertijd kan degene die hulp nodig heeft in het verkeer
op een terras neerstrijken en de krant gaan zitten lezen. Daarnaast kan
iemand bij voldoende licht zich nog aardig zelfstandig redden, maar is diezelfde
persoon in het donker zeer onzeker. Het is dus heel moeilijk voor een
ziende om een goed beeld te krijgen van het gezichtsvermogen van een
slechtziende. Als verzorgende vraagt het begrip en aandacht voor de slechtziende
die we op dat moment begeleiden.
Ergotech (externe
link): Functionele visus (in de praktijk), grootdruk, braille of spraak en veel
meer informatie over het aanpassen van de arbeidspost.
Tasten in het
duister: Pagina met fotovoorbeelden van verschillende soorten
slechtziendheid.