Bronnen:
- Dat zie ik zelf wel: Tips voor het dagelijks leven ten behoeve van visueel
gehandicapten en hun naaste omgeving, 2000.- Flash, Gerlinde Bellefroid, juni 2002.
- Samen op weg, Harry Hoitzing, mei 2006.
- Een deel van dit lijstje is door mezelf (Kim Bols) geschreven.
Ziende personen weten vaak niet goed wat ze moeten zeggen of kunnen doen,
wanneer ze een blinde persoon tegenkomen op straat, of er iets mee willen gaan
eten e.d. Daarom heb ik hieronder een aantal tips gezet, onderverdeeld in
een aantal puntjes. Ik weet dat het voor zienden, maar ook voor visueel
gehandicapten, nogal een lang lijstje is en een moeilijke materie lijkt, maar de
moraal van het verhaal is: Als de begeleiding maar veilig, rustig en doordacht
gebeurt, is alles in orde.
Als algemene stelregel kan men trouwens ook aanhouden: Doe alles in overleg.
Vraag als ziende of en hoe je het beste kan helpen.
Vertel als blinde op vriendelijke, duidelijke wijze of en hoe je geholpen
wil worden.
Het in overleg handelen moet meer gezien worden als een grondhouding van waaruit
gehandeld wordt, dan dat het de bedoeling zou zijn eindeloos overleg te plegen.
Dat zou bijvoorbeeld bij het de trein of tram instappen flink ophouden, en dat
is niet de bedoeling.
Het gaat er veeleer om dat begeleider en de visueel gehandicapte persoon op gelijkwaardige wijze met
elkaar omgaan en dat de begeleider niet op betuttelende wijze voor de begeleide
uit gaat maken hoe en wat, terwijl het omgekeerd ook niet de bedoeling is dat de
blinde de begeleider degradeert tot een te becommanderen hulpmiddel.
Voor de duidelijkheid is het hier op zijn plaats om aan te geven dat de manier
van begeleiden afhangt van persoonlijke wensen/behoeften, mate van de
gezichtsbeperking, acceptatie van de handicap en persoonlijke omstandigheden.
Natuurlijk heeft een visueel gehandicapte persoon niet altijd begeleiding/hulp
nodig. Maar er zijn situaties denkbaar waar dit wel erg prettig is.
Te denken valt aan bijvoorbeeld in nieuwe en/of onverwachte situaties, bij
verbouwingen of grote reorganisaties, in openbare gebouwen, in stations, in
ziekenhuizen etc.
Voor opmerkingen of suggesties, mag je mij
altijd contacteren. Heel veel succes!
* Kijk direct naar een blinde of slechtziende, als je tegen hem of haar spreekt. Zo kan hij of zij je stem met de ogen volgen en je aankijken
* Gebruik gerust woorden als "zien", "kijken", "lezen" enz. Slechtzienden en blinden gebruiken deze uitdrukkingen ook. Wanneer die woorden gemeden worden, is dat eerder opvallend en komt het gek over voor de blinde of slechtziende persoon.
* Sommige blinden en slechtzienden willen liever niet over hun handicap praten, terwijl anderen het geen probleem vinden om vragen te beantwoorden. Het is beleefd de betreffende persoon te vragen of hij/zij het erg vindt als je vragen over zijn/haar blind-
of slechtziendheid stelt.
* Spreek de blinden en slechtzienden zelf aan en richt je niet (alleen) tot hun begeleiders.
* Scheer nooit alle personen, dus ook niet zij met een visuele handicap, over
dezelfde kam. De vraag "Jullie horen toch veel beter dan zienden?" is
bijvoorbeeld een algemene en onpersoonlijke vraag. Verlies dus niet uit
het oog dat je een uniek persoon met zijn/haar eigen persoonlijkheid en karakter
aanspreekt!
* Gebruik je gezond verstand als je een blinde of slechtziende benadert en denk
een beetje logisch na wat je zegt.
* Wees duidelijk in je bewoording en geef heldere aanwijzingen b.v.: "Hier is de
leuning van de trap."
* Zeg wat je doet of gaat doen. Bijvoorbeeld: "Ik ga nu even naar buiten, maar kom dadelijk terug". Het voorbeeld is vrij duidelijk: Wanneer je dit niet zegt, is het goed mogelijk dat de blinde tegen een muur begint te praten, wat toch niet echt als prettig aangevoeld wordt ...
* Blinden en slechtzienden houden ervan om dingen een vaste plaats te geven; zet of leg dus alles wat je pakt of gebruikt terug op dezelfde plaats. Als je toch iets wilt verleggen, zeg dan duidelijk waar je het naartoe brengt.
* Laat geen zaken als emmers, prullenbakken of tassen rondslingeren. Je kan je wel voorstellen dat een onverwachte struikelpartij dan zo gemaakt is.
* Kinderen benoemen wat ze zien. Dus als een kind zegt: "Die meneer is blind, hé mama?", dan kan je dat beamen. Dat voorkomt verkrampte situaties.
* Vergeet niet dat de woorden "hier", "daar", "verderop"
e.d. voor een blinde geen enkele zin hebben. Ook wijzen naar een bepaalde plaats of gebaren, knikken enz. kunnen niet door een blinde geïnterpreteerd worden.
Stel daarom de persoon centraal: "De koffie staat rechts van u".
* Praat liever in woorden en in termen van afstanden, stand van de wijzers van de klok (het station ligt op 4u van hier) of rechtvoor, links, rechts, achter enz.
* Reageer met woorden: Een knikje, een glimlach of andere lichaamstaal wordt
niet gezien.
* In gezelschap van een blinde moet je niet het gevoel hebben dat je voortdurend met hem moet praten. Dit kan zelfs irritant zijn; in elke conversatie mogen stiltes vallen. Je kan daarentegen wel spontaan nuttige of ongewone dingen vermelden, zoals "De roltrap is buiten dienst", "er is een nieuwe kledingzaak op de hoek van de straat", ...
* Vertel altijd wie er in een kamer is. Stel iedereen voor, ook kinderen en huisdieren.
* Geef een voorwerp in de hand als je iets wilt laten 'zien'. * Vermijd
storende omgevingsgeluiden. Men hoort iemand niet aankomen als de radio
hard staat en hoort de boter niet sissen als de afzuigkap teveel herrie maakt.
* Het is niet nodig om een blinde of slechtziende als een soort detective te achtervolgen om een dreigende botsing tegen één of andere hindernis toch nog tijdig te kunnen voorkomen. Natuurlijk, dit is goed bedoeld, maar deze "achtervolgingsactie" wordt meestal wel waargenomen (gehoord, geroken en gevoeld) door een blinde, en dat kan heel erg vervelend zijn voor de blinde. Hierdoor verliest de persoon met een visuele beperking immers zijn concentratie en waarneming, waardoor hij/zij nerveus kan worden. Een blinde loopt met een stok en/of geleidehond en kan daarmee perfect obstakels detecteren of vermijden.
* De beste manier om een slechtziende of blinde persoon hulp aan te bieden is eenvoudigweg vragen of die persoon graag hulp heeft en op welke wijze hij deze wenst.
* Vraag hoe iemand begeleid wil worden. B.v.: inhaken van een arm of een
hand op een elleboog leggen.
* Ga altijd in overleg vóór je hulp of begeleiding biedt en grijp de
blinde/slechtziende persoon dus niet zomaar vast.
* Is hulp niet nodig, dring dan vooral niet aan.
* Neem nooit zomaar de arm of de stok van een blinde/slechtziende persoon beet,
want dan kan hij/zij de stok niet (goed) meer gebruiken. Dit kan tot
gevaarlijke scenario's leiden bij het uitstappen van de trein, bij het
oversteken enz.
* Noem bij begroeting altijd je naam, ook als je elkaar al kent. Je stem is namelijk niet altijd direct te herkennen!
* Noem bij het aanspreken van iemand die slechtziend of blind is zijn naam,
zodat hij/zij weet dat er tegen hem/haar gesproken wordt.
* Je hoeft tegen een slechtziende of blinde niet harder te praten, maar spreek wel duidelijk.
* Benader blinden en slechtzienden niet op een betuttelende manier!
* Laat een blinde of slechtziende persoon nooit raden naar wie je bent! De meeste blinden vinden het absoluut niet fijn om zulke raadspelletjes te spelen.
* Raak iemand die slechtziend of blind is niet onverwachts aan. Vertel
eerst wat je gaat doen.
* Als je een hand wil geven bij een begroeting, raak dan zelf even met je hand de hand van de blinde/slechtziende persoon aan.
Het zal van de situatie afhangen of men ergens naast elkaar kan lopen dan wel
het beste achter elkaar. Laat aan de blinde de keuze of hij de hand op de
arm van de begeleider wil leggen of op de schouder, dan wel dat men contact
heeft door de ellebogen elkaar te laten raken, door gearmd te lopen of hand in
hand. Ook zal het van de persoonlijke voorkeur van de blinde afhangen in
hoeverre hij liever alleen loopt, gebruik makend van een witte stok of een
geleidehond, dan wel dat gebruik gemaakt wordt van een begeleider.
Onderstaande methode dient dan ook bezien te worden als een mogelijkheid van
begeleiden en zeker niet als een dwingend voorschrift.
* Ga als ziende naast de blinde staan met de armen recht, de vingers naar de
grond gericht. Zorg als blinde ook rechtop te staan.
* De blinde neemt de ziende nu bij de arm (of de schouders, b.v. wanneer de
begeleider kleiner is dan de begeleide). De hand van de blinde dient de
arm van de ziende juist boven de elleboog vast te pakken of de hand losjes op de
schouder.
* Bij het vastpakken van de arm zijn de vingers aan de binnenkant van de arm van
de begeleider en de duim aan de buitenkant. De elleboog van de blinde is
gebogen. Op deze manier kan de blinde een halve pas achter de ziende lopen
en hij kan voelen wanneer de begeleider een draai maakt door de bewegíng van
diens lichaam. De ziende behoeft zijn arm niet te bewegen.
* Achter elkaar lopen zal vooral nodig zijn bij nauwe doorgangen. De
blinde loopt achter de ziende. Het gemakkelijkste is: hand in hand,
(terwijl de ziende kort vertelt langs welke obstakels men loopt). Maar ook
is het mogelíjk om als ziende de leidarm naar het midden van de rug te bewegen.
De ziende houdt de arm recht. De blinde moet daardoor, de ziende boven de
elleboog vasthoudend, een stap naar achteren doen. Hij moet hierbij wel
zijn arm gestrekt houden, anders trapt hij z'n begeleider op de hielen.
* Wanneer de blinde zich níet prettig voelt met z'n arm in deze diagonale
positie, kan hij van hand veranderen (dus als hij de begeleider bij de linkerarm
vast heeft, kan hij deze in plaats van met de rechterhand met de linkerhand
grijpen en omgekeerd).
* Wanneer er weer genoeg ruimte is om naast elkaar te lopen, brengt de
begeleider z'n arm weer in de normale leidpositie, dus naast zich. De
blinde komt dan weer naast de ziende lopen.
* Leid de blinde naar een stoel (op de manier zoals hij dat het
prettigst vindt). Zeg waar de stoel zich bevindt (b.v.: naast jouw staat een
lage stoel).
* Laat de blinde zijn hand op de rug- of armleuning van de stoel leggen (zeg wel
of de hand op de arm- of op de rugleuning ligt) en laat de blinde zelf gaan
zitten; een klopje op de stoel is een voor anderen onopvallend gebaar, maar voor
de blinde een hoorbare aanwijzing waar de stoel staat.
* Duw nooit een blinde op een zitplaats als was het een willoos ding! Dit
is overigens zeer onaangenaam!
* Laat als (zeer) slechtziende weten of je het prettiger vindt ergens te zitten
waar het licht achter jouw vandaan komt, of juist waar je tegen de lichtval
inkijkt.
* Als je bij iemand aan tafel gaat zitten, stel jezelf dan even voor en zeg waar je gaat zitten!
* Schuif lege stoelen altijd terug onder de tafel; het is een vervelend obstakel indien dit niet gebeurd is!
* Zeg waar de (eet)tafel zich bevindt en laat de blinde zelf de tafel ontdekken:
met de éne hand op de leuning kan hij de andere naar voren bewegen om de plaats
van de tafel te bepalen. Hierdoor weet hij/zij hoe ver hij/zij de stoel
naar voren of achteren moet halen om te kunnen gaan zitten.
* Wanneer men als blinde (b.v. aan een eettafel) niet weet of de stoel "haaks"
op de tafel staat, kan men de duimen samen op de rand of onder de tafel brengen.
Beweeg ze naar beide kanten. Als de rand schuin blijkt te lopen, kan de
stand van de stoel aangepast worden.
* Wanneer men iemand begeleidt naar een zithoek, vertel dan waar men langs loopt
(b.v.: we gaan nu links van een laag tafeltje; op de hoek daarvan staat een vaas
met bloemen).
* Laat de blinde weten hoe hij zit ten opzichte van de deur en geef hem
eventueel een stoel niet al te ver van de deur verwíjderd, zodat de visueel
gehandicapte persoon geen angst hoeft te hebben om bij het verlaten van de kamer
een hele wandeling te moeten maken langs meubilair met voorwerpen die men om kan
gooien.
* Als je wilt vragen of iemand iets wil drinken, vraag het dan aan de persoon zelf en niet aan de begeleider! Een blinde is een persoon die toevallig niet ziet, maar hij beschikt wel over zijn gehoor, zijn spraak en zijn intelligentie. Blinden zijn dus perfect in staat zich uit te drukken en vragen te beantwoorden.
* Als je een kop koffie neerzet, zeg dan waar, of raak met de ondertas even de hand van de blinde aan. Zo weet hij/zij waar het kopje staat.
* Vergeet tijdens de receptie niet alleen de blinde/slechtziende persoon maar
ook de begeleider(s) een hapje/drankje aan te bieden. Meld ook even wat je
op de schaal staat en biedt het indien nodig aan.
* Aan tafel kan je zeggen: "Je glas staat links voor jouw" of "er is een asbak vlakbij je rechterhand". Indien je hem/haar een glas in de hand geeft, zeg er dan bij waar hij/zij dit kan neerzetten.
* Een menukaart is meestal onleesbaar voor blinde en slechtziende personen.
Lees daarom best een aantal rubrieken uit de menukaart voor.
* Als je met een blinde of slechtziende eet, is het handig te vertellen wat er op hun bord ligt. Vaak wordt gedaan alsof het bord een klok is: b.v. aardappels op 9 uur (= helemaal aan de linkerkant van het bord) en groenten op 6 uur.
* Zorg ervoor dat voedsel is uitgepakt en zeg van tevoren waar een maaltijd uit
bestaat.
* Plaats een bord, glas, kom, beker of bestek altijd op vaste plaatsen.
Dit voorkomt knoeien en omstoten.
* Voor het betalen, kan je aan de blinde vragen of hij/zij hierbij hulp nodig
heeft. Meestal zijn de euromuntstukken goed uit elkaar te halen, maar is
dat voor de briefjes wat moeilijker. * Iemand die blind is kan zich ook
actief oriënteren door gebruik te maken van z'n overige zintuigen: hij kan het
tikken van de klok horen, kan het verschil in vloerbedekking waarnemen, de
stoelbekleding, kan ruiken waar de koffie staat, het geluid van de radio, of
straatgeluiden, het sluiten van deuren enz.
Zoals bij alles geldt ook hier dat er begeleid wordt op de manier
die de blinde het prettigste vindt. De hieronder beschreven methode is dan
ook zeker geen dwingend voorschrift.
* Laat deuren en ramen helemaal open of helemaal dicht; halfopen ramen en deuren worden niet altijd met een stok gevoeld en de blinde kan ze waarschijnlijk niet zien.
* De persoon met visuele handicap moet altijd langs de kant van het scharnier staan. Het is aan jouw om te melden of het scharnier links of rechts is. Als begeleider doe je de deur open met je vrije hand. Terwijl je door de deuropening loopt, leg je je begeleiderhand op de klink. Hij/Zij kan zo voelen waar de klink is en kan met zijn vrije hand de deur sluiten.
* Leg als blinde de hand op de arm of schouder van de ziende. Als de
scharnieren van de deur links zitten, dient de blinde aan de linkerzijde van de
ziende te staan, met zijn linkerhand vrij. Zitten de scharnieren rechts,
dan dient de blinde aan de rechterzijde van de ziende te staan met zijn
rechterhand vrij.
* Indien er sprake is van een draaideur, overleg dan van tevoren of men daar
gebruik van zal maken en wie er eerst ingaat.
* Temper de vaart iets van een al in beweging zijnde draaideur.
* Let ook op deuren zowel van kamers als van kasten. Kamerdeuren moeten of volledig geopend, of dicht zijn. Kastdeuren en deurtjes van aanrechtkastjes moeten steeds dicht zijn. Zoniet bestaat het risico dat de visueel andersvalide persoon tegen de deur gaat lopen.
* Glazen deuren zijn omwille van hun doorzichtigheid gevaarlijk. Zorg voor brede (fluorescerende) banden of grote stippen op oog- en borsthoogte.
* Als er zowel een roltrap als een gewone trap is, geef dan ook de blinde de mogelijkheid om hiertussen te kiezen. Een blinde of slechtziende met een blindengeleidehond verkiest sowieso een gewone trap i.p.v. een roltrap.
* Sta even stil wanneer je aan een trap komt. Vertel of hij naar boven of naar beneden gaat en neem vervolgens zelf de eerste trede.
* Het is beter niet te zeggen dat er 2 of 10 of 20 trappen zijn. Eén keer verkeerd tellen kan gevaarlijk zijn.
* Vraag als begeleider wat de blinde het prettigst vindt: wel of niet de ziende
vasthouden bij arm of schouder; de ziende eerst en dan de blinde (voordeel is
dat men dan aan de bewegingen van de begeleider kan voelen hoe de trap gaat) of
eerst de blinde en dan de ziende (voordeel is dat men dan iemand achter zich
weet, zodat men niet bang hoeft te zijn om te vallen).
* Indien een blinde of slechtziende de trapleuning wil gebruiken, kan je zijn hand bij de leuning brengen, of je kan zeggen waar de leuning zich t.o.v. de persoon bevindt.
* Laat de blinde aan de kant van de leuning lopen en geef tastbaar aan waar de
leuning begint.
* Bij een doorgaande leuning kan de blinde desgewenst alleen zijn weg vinden.
* Bij een brede trap kan men naast elkaar lopen, doch brede trappen met weinig
of geen "tegenverkeer" zijn zeldzaam. Sommige blinden gebruiken bij
voorkeur hun witte stok bij het traplopen, opdat zij met de stok de hoogte en de
diepte van de treden kunnen waarnemen.
* Doe als blinde zo veel mogelijk zelf wat men zelf kan en wil. Met de
voet of met de stok kan bijvoorbeeld de rand van de eerste trede gezocht worden.
* Vertel als ziende in korte, gerichte instructies of het een rechte trap is of
een trap met een buiging naar links of rechts, of er overloopjes zijn, of de
leuning al dan niet doorlopend is en dergelijke.
* Houdt zo veel mogelijk de rechterkant van de trap aan, zodat men niet tegen de
stroom ingaat.
* Op welke wijze men ook een trap op- of afgaat, het is altijd belangrijk om de
voeten goed op de treden te zetten. Indien men een stok gebruikt, dan kan
men die het beste recht (verticaal) voor zich houden. Men voelt dan steeds
met de stok de volgende tree, en kan zich zo oriënteren.
* Als begeleider stop je even bij elk niveauverschil. Je stapt samen naar boven of beneden en blijft hierbij altijd 1 trede voor de visueel andersvalide. * Waarschuw even wanneer de trap eindigt.
* Begeleid de persoon naar de deur van het toilet en vraag of hij/zij het verder zelf kan vinden.
* Indien nodig, vertel je waar het toilet, het toiletpapier en de lavabo zich bevinden.
* Het is ook altijd handig om even te vertellen waar bijvoorbeeld de wastafel is.
* Verder kan je informeren of hij de weg zelf terug kan vinden.
* Wacht niet vlak bij de deur op de blinde/slechtziende persoon!
* Overleg altijd weer vooraf wat zowel de blinde als de ziende aandurft: in een
druk warenhuis met nauwe doorgangen is de kans op omgooien van voorwerpen groot.
In die zin is het niet onverstandig een zo rustig mogelijk tijdstip voor het
winkelen uit te kiezen.
* Als je van plan bent regelmatig te komen winkelen in een bepaalde winkel,
vraag dan even of je gemakkelijker hulp kan krijgen op een bepaald tijdstip en
ook of er een bepaalde dag, of zeer drukke momenten zijn waarop men moeilijker
hulp kan voorzien.
* Geef als blinde/slechtziende persoon zelf goed aan of en zoja waarbij je hulp
nodig hebt.
* Reik als begeleider alle info en tips aan; de blinde kan zelf zien of hij daar
al dan niet op wil ingaan en iets meer over wil weten.
* Je kan zelf met begeleiding mee gaan winkelen, maar je kan ook een
boodschappenlijstje overhandigen en aan de kassa blijven wachten; dit is
natuurlijk gemakkelijk maar minder integratiebevorderend dan dat je meegaat en
mogelijk supplementaire informatie kan verkrijgen.
* Je kan als blinde eveneens aan de kassa gaan staan als je graag gaat winkelen
met een begeleider; de kassabediende kan dan hulp inroepen.
* Ben je van plan vaker in de winkel te komen, vraag dan even of er een
klantenkaartsysteem bestaat en laat een begeleider zonodig helpen bij het
invullen van formulieren voor het bekomen van zo'n klantenkaart. Vertel
als begeleider ook regelmatig hoeveel de blinde al gespaard hebt.
* Het is leuk als de begeleider zijn/haar naam even meedeelt, zodat de blinde na
verloop van tijd zijn begeleiders bij naam kent. Natuurlijk is het ook
fijn om als visueel andersvalide je eigen naam mee te delen aan het
winkelpersoneel zodat er toch een zekere vertrouwensband kan ontstaan.
* De winkelhulp / begeleider kan vragen of je veel of weinig nodig hebt, en dan
kiezen voor een mandje of een winkelkarretje. Het is als visueel
gehandicapte persoon niet nodig om dit mee te gaan halen.
* Zorg er als winkelbediende steeds voor om aan de rechterkant te gaan zodat de
blinde persoon de begeleider met de rechterhand kan vastnemen.
* Wanneer een geleidehondgebruiker wil gaan winkelen, vraag dan als begeleider
ook even hoe je best kan gaan en/of wat je best kan doen. Het kan zijn dat
de geleidehondgebruiker de bediende gewoon zal volgen (hij zal het
"volg"-commando aan de hond geven), maar het kan ook zijn dat hij prefereert om
de (rechter)hand/arm van een begeleider vast te nemen.
* Ga een normaal looptempo; je hoeft niet trager of sneller te gaan tenzij de
blinde iets anders aangeeft.
* Zeg duidelijk wanneer er iets of iemand in de looproute staat, de gang smaller
wordt, je in de weg staat voor iemand etc.
* Loop als ziende niet zomaar weg, maar zeg altijd tegen de blinde wat je gaat
doen b.v. dat je het mandje/karretje gaat nemen, je verderop iets uit het rek
gaat halen, je nog iets moet regelen o.i.d.
* Geef duidelijke info over producten die eventueel in promotie staan.
* Is er een nieuw product of een nieuwe smaak/soort van iets, deel dit dan ook
mee.
* Als de naam van een product is gewijzigd of een product niet meer verkocht
wordt, deel dit dan ook duidelijk mee zodat de blinde er ook niet steeds achter
blijft vragen.
* Het kan handig zijn dat je een blinde meedeelt wanneer een artikel vervalt.
* Je kan ook meedelen hoe je een bepaald product moet bereiden, wat er op het
etiket, het label en/of de verpakking staat en/of wat de ingrediënten zijn.
* Als je iets wilt laten zien of geven aan de blinde, deel dit dan gewoon mee en
raak desnoods de hand van de blinde aan zodat hij weet waar het product zich
bevindt.
* Help eventueel bij het nemen van een bonnetje en hou daarbij goed in het oog
wanneer je aan de beurt bent.
* Een blinde kan doorgaans prima meedelen wat hij/zij nodig heeft; het is niet
nodig om dit in zijn plaats te bestellen/vragen. Het kan daarentegen wel
handig zijn te zeggen tegen de blinde wanneer hij aan de beurt is.
* Indien men naar een andere verdieping wil, pleeg dan weer onderling overleg
wat beiden het prettigst vinden, gewone trap, roltrap of lift.
* Bij het gebruik van een lift wordt het door sommige blinden op prijs gesteld
wanneer de ziende vertelt of het een grote of een kleine lift, een snelle of een
langzame lift betreft, op welke verdieping men instapt (als dat niet duidelijk
is) en op welke verdieping men moet zijn, hoe de deur langer opengehouden kan
worden, waar het paneel met de knoppen zit en hoe ze werken, hoe men in de lift
staat ten opzichte van de deuren, enzovoort.
* Wanneer het vaak voorkomt in een gebouw dat er blinden gebruik maken van de
lift, is het mogelijk om bij de diverse etages herkenningspunten te maken en in
braille de verdiepingennummers aan te geven.
* Het is zelfs mogelijk via een spraakchip af te laten roepen op welke
verdieping de lift is.
* Zijn er verschillende kassa's, vraag dan even of de blinde een voorkeur heeft.
Dit kan handig zijn voor de oriëntatie voor het naar buiten gaan.
* Aan de kassa is het niet nodig voor te kruipen of een speciale kassa te laten
openen voor de blinde, tenzij de begeleider dat natuurlijk per sé wil b.v. wegens tijdgebrek.
* Het is fijn dat de begeleider even helpt uitladen en alles op de lopende band
plaatst.
* Vertel dan eveneens wanneer je kan doorschuiven.
* Help ook mee inladen in één of meerdere (rug)zakken.
* Heeft de blinde/slechtziende persoon een bepaald product gekocht in
bijvoorbeeld verschillende smaken, maar ziet het er hetzelfde uit? Vraag
dan even of je de bananenyoghurt onderaan de (rug)zak moet plaatsen, en je de
aardbeienyoghurt bovenaan moet plaatsen. Of vraag aan de blinde hoe je die
dingen het beste kan merken/scheiden.
* Plaats lichte en/of breekbare producten steeds bovenaan in de (rug)zak.
* Zorg er ook voor dat de zakken niet te zwaar worden; beter 1 of 2 extra zakken
dan 1 kapotte zak ...
* Indien de visueel gehandicapte contant betaalt, moet je er als kassabediende
rekening mee houden dat het iets langer kan duren eer het (gepaste) geld gegeven
wordt; een blinde moet nl. eurobedragen voelen ipv dat hij ze kan zien.
* Doorgaans kan een blinde wel alleen elektronisch (Bancontact) betalen; doch
soms is hulp gewenst.
* Vraag steeds of het bonnetje ook in de (rug)zak gestoken moet worden, en ga er
niet van uit dat een blinde/slechtziende dit niet kan lezen of niet nodig heeft.
Met behulp van een scanner kan een blinde nl. vaak wel alles nalezen.
* Sommige supermarkten verdelen wekelijks met de post promofolders, en soms
staat er een bon in met een gratis product wat je tijdens een bepaalde (korte)
periode kan krijgen in de supermarkt, mits je de uitgeknipte bon afgeeft aan de
kassabediende. Het uitknippen van een bon is voor blinden echter
onmogelijk, laat staan dat zij weten welk product gratis verkregen kan worden.
Je kan dan als begeleider/kassabediende voorstellen om dit gratis product mee te
geven zonder dat hiervoor een extra bewijs nodig is.
* Vraag aan de blinde/slechtziende of je hen eventueel nog kan helpen met het
naar buiten begeleiden en/of ergens oversteken.
* Zeg waar de kapstok is (b.v.: rechts van jouw, links van jouw, twee passen
voor jouw; "daar" met een hoofdknik kan een blinde niet zien!).
* Laat een blinde zoveel mogelijk zelf doen wat men ook een ziende gast zelf zou
laten doen.
* Probeer zo mogelijk op tijd te zijn, zodat je niet langs vele anderen in een
rij moet gaan.
* Vertel als ziende weer hoe de situatie is: waar komt men binnen, waar is het
toneel, de preekstoel, het filmdoek en dergelijke, hoe staan de stoelen, waar is
het gangpad, waar bevindt zich de rij waar men zit, enzovoort.
* Informeer van tevoren naar mogelijke faciliteiten: in sommige plaatsen worden
op vertoon van een geleidekaart reducties verleend.
* Vraag altijd eerst of men kan helpen en op welke wijze.
* Aanbevolen wordt om, ook al is er een begeleider bij, op straat toch een witte
stok te gebruiken. Voor de overige mensen geldt de stok als
herkenningsteken, terwijl de stok tevens als extra bescherming en als extra bron
van informatie kan dienen.
* Wat het begeleiden en begeleid worden betreft, geldt op straat hetzelfde als
wat reeds eerder beschreven staat.
* Als stelregel blijft gelden: doe alles in overleg met elkaar en laat vooral de
blinde aangeven of hij hulp verlangt en op welke wijze hij dit het prettigst
vindt.
* Zeg als ziende wanneer men een stoep op- of afgaat.
* Ook op andere manieren dan zeggen kan kenbaar gemaakt worden dat er sprake is
van een op- of afstap: bij voorbeeld arm iets omhoog wil zeggen: stoep op; arm
iets omlaag: stoep af.
* Sommige begeleiders houden even in vlak voor men de stoep op- of afgaat.
* Neem ruim de tijd.
* Vertel als ziende duidelijk hoe de situatie is.
* Vertel of het een brede of een smalle straat betreft, of er al dan niet een
vluchtheuvel is, of er een apart fietspad is en dergelijke.
* Neem altijd het zekere voor het onzekere en steek ook over op het meest
veilige punt (bij voorkeur daar waar een zebra is en niet op drukke
kruispunten).
* Vermijd ook zoveel mogelijk obstakels, zodat niet zigzaggend, maar recht
overgestoken kan worden.
* Doe alles niet gehaast, maar zo rustig mogelijk.
* De blinde kan zelf actief meedoen door mee te luisteren of er verkeer nadert.
* Indien men als voetganger iemand die blind is ziet staan bij een stoeprand,
pak hem dan nooit zomaar bij de arm om hem ongevraagd over te zetten!
Misschien moet de man of vrouw helemaal niet naar de overkant of geeft men er de
voorkeur aan om dit alleen te doen.
* Omgekeerd dient een blinde zich te realiseren dat de wijze waarop hij reageert
op aangeboden diensten erg belangrijk is: hij vertegenwoordigt andere blinden en
wanneer hij onhebbelijk reageert, kan dit tot gevolg hebben dat alle blínde
mensen als onhebbelijk aangemerkt worden en zal men zich er wel voor wachten om
een tweede keer contact met een blinde te zoeken. Wanneer men als blinde
graag hulp wil hebben bij het oversteken, durf dan iemand aan te spreken.
Doe dit op vriendelijke wijze en leg uit hoe men het beste geholpen kan worden.
Bedenk dat de ziende vaak minstens zo onzeker en verlegen met de situatie is als
de blinde!
* Geef een geleidehond nooit (stiekem) eten.
* Aai een geleidehond nooit ongevraagd.
* Roep niet tegen of fluit niet op een geleidehond.
* Neem nooit de beugel van de hond uit de hand van de blinde/slechtziende persoon!
* Test de geleidehond niet uit door bijvoorbeeld al slalommend voor een blinde persoon te lopen, of bewust in de weg van de blinde te gaan staan.
* De bevelen (commando's) die de baas aan de geleidehond geeft, mogen in geen geval herhaald worden!
* Zet een blinde met geleidehond nooit op een roltrap! De geleidehond mag deze in principe niet nemen omdat er teveel gevaar is dat het haar of de nagels van de poot tussen de trap geklemd geraken.
Een blindengeleidehond werkt voor de veiligheid van zijn baas en daarvoor moeten zowel baasje maar zeker ook hond zeer geconcentreerd zijn. Wanneer de concentratie verbroken wordt, kan dit fouten veroorzaken in het geleidewerk en tot gevaarlijke scenario's leiden!
* In een bus, trein, tram of metro is het voldoende dat je de visueel gehandicapte persoon bij de deuropening brengt en de handgreep wijst door er zijn hand op te leggen. Benen heeft hij zelf en hij kan dan gewoon instappen.
* Voor het uitstappen geldt hetzelfde. Stap je samen in of uit, dan gaat de begeleider net als met het leiden altijd voor.
* Het is handig even te zeggen of het een hoge of lage op- of afstap is.
* De ziende kan aan de blinde vertellen dat men bij de bushalte staat, van welke
kant de bus komt en waarschuwen als deze er aankomt.
* Vertel als ziende of de ingang voor, midden of achterin de bus is.
* Vraag vooraf wat de blinde het prettigst vindt: eerst instappen of na de
ziende.
* De meeste blinden vinden het prettig als hen de stang of de deurknop gewezen
wordt, zodat zij verder zelfstandíg kunnen instappen.
* Spreek ook van te voren af wie (eventueel!) de kaartjes koopt.
* Zorg ervoor dat men de geleidekaart en geld bij de hand heeft.
* Vertel als ziende of er ergens een plaatsje is en desgewenst of de bus vol of
leeg is, hoe de banken staan (tweezitbanken achter elkaar of tegenover elkaar en
welke plaatsen daarvan reeds bezet zijn). Doe dit zo kort mogelijk.
* Duw als ziende nooit een blinde op een zítplaats, maar laat de blinde de
zelfstandigheid om zelf te gaan zitten. Dat kan hij zelf doen, zodra hij
maar eenmaal de leuning vastheeft en hem de situatie verteld is.
* In bus, trein of tram is het best dat de blinde kan gaan zitten omdat hij bij onverwachte schokken niet onmiddellijk een gepast steunpunt kan vinden.
* Je kan hem daarbij behulpzaam zijn en samen met hem een plaats zoeken. Je vraagt waar en eventueel bij wie hij wil zitten. Een plaats aanwijzen is eenvoudig. Je hoeft hem niet in een stoel te duwen. Als je de hand op de rugleuning van de stoel legt, dan weet hij hoe de stoel staat en zal hij zonder moeite gaan zitten.
* In een station is er wellicht altijd iemand om de blinde naar de uitgang te
begeleiden, dan wel om je aanwijzingen te geven hoe je bij de uitgang of een
ander perron kunt komen. Aan het loket kan je ook vaak hulp vragen en
krijgen.
* Het opstappen op een trein kan enige problemen opleveren omdat niet alle
treinstellen even breed zijn.
* De begeleider stapt eerst op. De blinde tast met zijn stok naar de
eerste trede. De begeleider leidt de hand van de blinde naar de deurstang.
* Wanneer men als begeleider en begeleide samen uitstapt, kan de ziende het best
eerst uitstappen, de blinde de deurstang aangeven en eventueel een hand
aanreíken ter verdere oriëntatie.
* Het instappen van een metro is over het algemeen veel gemakkelijker dan de
trein, aangezien bij de metro meestal een goede aansluiting bestaat tussen de
instaptrede en het perron.
* Het gebruik van een tram is veelal moeilijker, ook al doordat er een veelheid
van systemen is: soms moet men voor instappen bij de conducteur, meestal
achterin en soms mag ook indien men een geldig plaatsbewijs heeft ingestapt
worden bij de middenuitgangen.
* Bij sommige trams worden de deuren opengedaan, bij andere moet men dat zelf
doen door op een knop te drukken.
* Bij het uitstappen geldt hetzelfde, waarbij men soms, behalve op een knop te
drukken, ook nog een klapdeurtje tegen de buitendeur moet houden. Het is
dus van belang dat de ziende de blinde uitlegt waar ingestapt wordt en hoe een
en ander werkt.
* Overleg weer van tevoren wie eerst ínstapt en wie (eventueel!) zal betalen of
afstempelen.
* Wanneer een blinde alleen reist is het het veiligst om voorin bij de
conducteur in- en uit te stappen.
* De meeste trams rijden midden op de weg, hetgeen betekent dat eerst naar de
halte toegelopen moet worden. Neem daarvoor weer het zekere voor het
onzekere. Vraag als blinde hulp wanneer men het niet aandurft om het
alleen te doen.
* Houdt ook bij het uitstappen rekening met obstakels. Durf hiernaar als
blinde ook te vragen.
* Bij het instappen in een auto is het belangrijk dat de blinde of slechtziende weet waar hij kan instappen. Een hand op het geopende portier is vaak voldoende voor de oriëntatie. Bij het uitstappen kan even gezegd worden of de deur open kan en hoe.
* Het kan handig zijn dat de ziende bij het instappen in het kort vertelt hoe de
deur sluit, waar de veiligheidsgordel te vinden is en hoe deze werkt. De
blinde kan dan weer zelf de gordel omdoen.
* Bij het uitstappen dient de blinde eerst te weten of hij veilig het portier
kan openen.
* Wanneer hem verteld is dat 'de kust veilig is', stapt hij uit. Dat doet
hij dan door met de éne hand de deur te openen en met de andere het dak te
voelen, om bij het uitstappen zijn hoofd niet te stoten.
* Het is belangrijk dat de ziende uitlegt op welke plaats uitgestapt wordt: aan
een stoeprand, naast een fietspad, op een parkeerterrein, of er aan de kant waar
de blinde uit zal stappen auto's of andere obstakels staan en dergelijke.
* Het zal van de situatie afhangen en van de voorkeur van zowel de ziende als de
blinde of de blinde blijft zitten tot de ziende het portier voor hem opent, dan
wel dat hij, na op de hoogte gesteld te zijn van de uitstapsituatie, dit zelf
doet.
Bliksem: BLIKSEM
staat voor "BLinden Info Kanaal Services Evenementen Mailgroep". Dit is
geen discussielijst maar een lijst voor aankondigingen. Via deze lijst
kunnen organisaties, verenigingen enz. hun informatie op een snelle manier
bij visueel gehandicapten brengen.
Tasten in het duister:
Op deze site van Blindenzorg Licht en Liefde, vind je een boel interessante
informatie terug!
- Hoe leest Lars?: Uitgewerkt lessenpakket
- De blinde reiziger / Zwart: Leestekst / Gedicht van een blind meisje.
- Introductie- en doe-spelletjes: Spelenderwijs inleven in een
wereld-zonder-kijken.
- Wist je dat...?: 18 quizvragen.
- Lijst van jeugdboeken: Boeken over blind of slechtziend zijn.
- Algemeen documentatiepakket: Achtergrondinformatie voor de leerkracht
Tips voor thuis aan
tafel: Uitgebreide tekst met verschillende aandachtspunten die het eten
kunnen vergemakkelijken.
Visueelgehandicapten.start.be: Startpagina met allerlei nuttige links rond visueel andersvaliden, zowel voor België als voor Nederland.
Week van het zien: GOED
ZIEN IS BELANGRIJK! Sedert 2005 organiseert de Algemene Professionele
Opticiens- en Optometristenbond van België ten behoeve van het publiek
jaarlijks de "Week van het Zien". Bedoeling van dit event is het
publiek te attenderen op het belang van een regelmatige, preventieve
screening van het zicht. Te dien einde bieden de deelnemende
opticiens-optometristen tijdens deze week aan ieder geïnteresseerde een
visuele testing aan. De visuele tests die werden uitgevoerd tijdens de
laatste edities hebben aangetoond dat de regelmatige controle van het zicht
wel degelijk nodig was. Wij stellen daarenboven elk jaar een verhoging
vast van het aantal personen die een opticien-optometrist n.a.v. deze
campagne hebben geraadpleegd. Elke jaar stellen wij eveneens een
verhoging vast van het aantal deelnemende opticiens-optometristen, zodat wij
met zekerheid kunnen zeggen dat de editie 2007 een echt succes was, dat
bovendien goed werd weergegeven in de pers.