"Visuele informatie draagt niet bij aan een afgewogen rechterlijk oordeel."
Ze zijn allebei blind. Romke de Vries, de eerste blinde rechter van
Nederland, staat aan het einde van zijn carrière. Stephan de Wit, zijn
pupil, is juist aangenomen als advocaat op een internationaal kantoor.
Beiden hebben moeten vechten om hun doel te bereiken.
Kinderrechter Romke de Vries buigt zich voorover en blikt over zijn bril recht
in het gezicht van de jonge verdachte voor hem. De jongen – geïmponeerd –
antwoordt zacht op vragen. Knikt soms alleen. De Vries probeert hem
beter te horen, hem aan te voelen, want aan een hoofdknik heeft de rechter niet
veel. Hij kan de verdachte niet zien.
De kinderrechter, de helft van een prematuur geboren tweeling, is sinds zijn
geboorte blind. "Ik had longproblemen, kreeg in de couveuse te veel
zuurstof waardoor een oogaandoening ontstond. Je hoort het vaak. Ik
zie nu alleen nog maar donkere en lichte grijstinten. Maar ik heb geen
enkel probleem om mij een beeld van een iemand te vormen. Aan de manier
waarop hij praat, kan ik in de rechtszaal aanvoelen hoe een verdachte in zijn
stoel zit."
De Vries (60), met grijs haar, beweeglijk gezicht en levendige stem, roetsjt
tijdens de zitting door zijn dossiers. Daartoe bedacht hij zelf een
systeem. Zachtjes klinkt een bandje waarop de passages die ter zake doen
worden voorgelezen. Die zijn bijna alleen hoorbaar voor de kinderrechter
zelf. Via een ingenieuze laptop met braillebalkje leest hij moeiteloos met
de advocaat en officier van justitie mee. Hij heeft 20 minuten per
jeugdstrafzaak. De meeste verdachten vragen meer tijd, bij anderen is hij
er zo uit. "Ze hebben soms niet eens door dat ik blind ben."
Maar meestal zien verdachten het wel en dat is soms schrikken, weet De Vries.
"Ik heb eens een keurige dame op zitting gehad, die mij achteraf opbelde.
'Ik was zo van u geschrokken', zei ze, 'dat ik geen woord meer kon uitbrengen.
En nu ben ik bang dat ik mijn zaak daardoor schade heb berokkend.' Dan
moet je wel professioneel blijven. Ik heb haar precies voorgehouden
hoeveel ze ter zitting had aangevoerd, en dat er geen reden was om de zaak
opnieuw te doen."
De eerste blinde rechter van Nederland – er volgden er nog twee na hem – weet
dat het niet vanzelfsprekend is dat hij zo'n mooie carrière maakte. "Het
is er in Nederland in de loop der jaren ook niet gemakkelijker op geworden voor
gehandicapten", zegt hij. Dat merkt hij bijvoorbeeld aan zijn pupil
Stephan de Wit, net aangenomen als advocaat bij het internationale kantoor Allen
& Overy, en blind. De Vries gaf hem tips bij het solliciteren. Twee
jaar lang. "Hij is een vechter, net als ik. Een jongen met een
enorme drijfkracht, een positieve atmosfeer om hem heen. Intelligent.
Die vindt zo een baan, dacht ik. Niet dus."
Een week voor deze zittingsdag had De Vries weer een ontmoeting met advocaat De
Wit (30). Bovenin het monumentale pand van Allen & Overy aan de Apollolaan
in Amsterdam laat rechter De Vries zich een kopje koffie met suiker inschenken.
De Wit, haren in de gel en in "zelfgekozen en gecombineerd" blauw pak met
bijkleurende das, houdt een geopend flesje cola en een glas vlak voor het ene
oog waarmee hij twee procent ziet, en schenkt in. De rechter en de
advocaat zitten schuin tegenover elkaar aan tafel, het maakt niet zoveel uit
waar precies. "Mooi kantoor, hè mijnheer De Vries?", vraagt De Wit.
De Vries had zich net door hond Orly door de toegangspoortjes laten loodsen,
tussen de zuilen in de hal door, de lift in. Zo makkelijk was die entree
niet. Hij mompelt half-instemmend.
Stephan de Wit nam twee jaar geleden contact op met Romke de Vries. Via
via had hij over de blinde rechter gehoord. "Ik was net afgestudeerd in
rechten en wilde me voorbereiden op vragen over mijn blindheid op
sollicitaties." De Wit studeerde af met achten en negens aan de
rechtenfaculteit van de Vrije Universiteit in Amsterdam. "Ik heb er in
mijn studie alles aan gedaan om goede cijfers te halen. Ik wist dat als ik
met zesjes zou aankomen, ik nooit een baan zou kunnen vinden. Ik moest me
onderscheiden."
Waarom bent u allebei eigenlijk rechten gaan studeren?
De Vries: "Wiskunde was ook leuk geweest, ik heb ook wel gedacht aan
psychologie. Maar ik koos voor rechten omdat ik geen 'nerd' wilde worden.
Juist ik moest voorkomen dat ik vereenzaamde. En rechten is een sociaal
beroep, het brengt je onder de mensen."
De Wit: "Ik twijfelde tussen rechten en management & organisatieanalyse, maar
omdat in de laatste studie zoveel visuele schema's gebruikt worden, koos ik voor
rechten. Ik was er bovendien goed in: voor sociaal recht haalde ik tijdens
mijn vooropleiding een tien."
Blindheid in het recht is een mooi symbool. Vrouwe Justitia is immers
blind. Of is het toch gewoon een handicap?
De Wit: "Mijn blindheid heeft er ongetwijfeld een rol in gespeeld dat ik
moeilijk een baan als jurist vond. Ik solliciteerde breed: in de
advocatuur, bij verzekeraars, bij overheidsinstellingen. Ik kreeg de
gekste argumenten bij afwijzingen. Vaak zat ik in de laatste ronde en dan
hoorde ik alsnog: geen stage in de advocatuur gelopen, geen buitenlandervaring.
Dingen die ze in een oogopslag op mijn cv hadden kunnen zien. Ik denk dat
ze bang waren dat het uiteindelijk toch niet goed zou uitpakken met mij.
Ze wisten niet welke kosten het met zich meebrengt om speciale apparatuur aan te
schaffen. Het waren waarschijnlijk vooral praktische bezwaren."
De Vries: "Wat vond ik dát teleurstellend om te zien."
De Wit: "Het was niet altijd gemakkelijk. De muziek was zeker in die tijd
een hele belangrijke uitlaatklep voor mij. Mijn tweelingbroer, die wel kan
zien, en ik zijn dj.
Samen draaien we technomuziek. Al sinds onze tienerjaren treden we op op
feesten. In die tijd dat het solliciteren niet goed ging, draaiden we in
heel Nederland en zelfs in Polen en Duitsland. Feesten van 5000 man,
fantastische sfeer, iedereen uit zijn dak op jouw muziek. Dat geeft je dan
in zo'n moeilijke periode een geweldig gevoel.
"Het is waar dat werkgevers extra kosten moeten maken voor een visueel
gehandicapte. Mijn kantoor Allen & Overy heeft braillestickertjes op de
liftknoppen geplakt, de betaalmogelijkheid in het bedrijfsrestaurant aangepast
en een speciale laptop aangeschaft. Maar mijn scanapparaat en extra
ondersteuning wordt grotendeels vergoed door de staat."
De Vries: "De bezwaren zijn dus niet terecht. Blinden gebruiken hun gehoor
maximaler en rationeler dan mensen die kunnen zien. Visuele informatie
draagt niet bij aan een afgewogen rechterlijk oordeel. Bovendien kunnen
visueel gehandicapten sneller werken met de kennis in het hoofd. Op de
rechtbank noemen ze me cd-Romke. Ik reproduceer wetsartikelen en
jurisprudentie vrij gemakkelijk. In die zin kan blindheid dus wel een
waardevolle eigenschap zijn."
Hoe vormt u zich een beeld van mensen in uw rechtszaal?
De Vries: "Ik voel het aan de atmosfeer die er om iemand heen hangt. Is
die gespannen of voel je je bij iemand op je gemak? Ik hoor ook aan de
stem of iemand opgeruimd of verward is, vrolijk of tobberig. Ik zie mensen
voor me. Een jongen die ik laatst op een zitting had, legde zijn volle
lengte in zijn stem: ik wist gewoon dat hij een meter negentig was."
De Wit: "Ik weet na twee woorden al met wat voor soort persoon ik te maken heb.
Toch probeer ik mensen altijd het tegendeel van die eerste indruk te laten
bewijzen. Ik houd niet van vooroordelen, maar moet eerlijk zeggen: mijn
eerste indruk blijkt vrijwel altijd te kloppen."
Hoe blind is de blinde jurist in het recht?
De Vries: "Het idee dat een blinde rechter zonder aanziens des persoons
rechtspreekt, is waar. Ik maak objectiever gebruik van auditieve
informatie. Dat de voogd in jasje-dasje op een zitting verschijnt en de
ouders in een joggingpak, heeft geen invloed op de vragen die ik stel. Een
andere rechter ziet in zulke kleding misschien wel een minachting van de
rechterlijke macht. Ik maak me daar niet druk om, al vind ik het wel leuk
om later van een griffier te horen hoe ze eruit zagen."
Waarom werd u kinderrechter en doet u bijvoorbeeld geen handelszaken?
De Vries: "Handelszaken brengen veel papierwerk met zich mee. Je schrijft
in je eentje vonnissen. Het is eenzaam werk. Soms moet het ook heel
snel. Ik kan niet een dag voor zitting dozen met dossiers doorwerken.
Dan scheer je echt langs de grenzen van je mogelijkheden. Het jeugd- en
familierecht ligt mij veel beter. Je praat veel met mensen,
hulpverleningsinstanties, reclassering. Je staat midden in de
maatschappij."
De Wit: "Als advocaat in het arbeidsrecht doe je dus wel handelszaken. Als
kort voor de zitting een bak met papieren dossiers wordt afgeleverd, kan ik ze
ook zo snel niet meer lezen. Gelukkig helpt mijn secretaresse met het
ordenen en omzetten van de stukken in braille. Ik vertrouw weer meer op
mijn parate kennis in een zaak. De dossiers zitten in mijn hoofd, en dat
verhoogt de snelheid weer. Je moet uitvinden wat je wel en niet kunt in je
werkomgeving. En je omgeving moet dat ook gaan begrijpen en erkennen."
De hond Orly ligt tijdens het gesprek te slapen onder tafel. Stephan de
Wit moet er niet aan denken, zo'n blindengeleidehond. "Wij zijn thuis niet
van die hondenmensen", zegt hij. "Wij ook niet", zegt De Vries.
"Maar dat mijn vrouw mij iedere ochtend naar het station moest brengen, was niet
goed voor onze relatie. Het maakt je te afhankelijk. En je loopt met
hond echt meer ontspannen. Die paaltjes op straat weet je wel te staan in
je eigen buurt. Maar als iemand een fiets zomaar ergens neerzet, ben je de
klos."
Moeilijk, die afhankelijkheid?
De Vries: "Afhankelijkheid van vrienden heb ik nooit als een probleem ervaren.
In mijn studententijd ging ik met jaarclubgenoten naar de bibliotheek. Zij
hielpen mij met praktische dingen, ik deed hen weer inzichten aan de hand.
We woonden samen op een studentenhuis van het Utrechts Studenten Corps.
Wilde ik roeien, dan verzon een andere student hoe ik dat kon doen. Zo
hielp je elkaar."
De Wit: "Mijn tweelingbroer is in mijn tienerjaren vooral erg belangrijk
geweest. Het is bij ons hetzelfde verhaal als bij mijnheer De Vries.
We zijn twee maanden te vroeg geboren en in de couveuse heb ik teveel zuurstof
gekregen. Mijn broer kon zien, ik werd blind. Maar ik fietste wel
bij hem achterop de tandem door Alphen aan den Rijn. Hij zag mensen om ons
heen voorbijkomen, hield ze aan zodat we allebei een praatje konden maken.
Ik ging met hem mee naar cafés, feesten en platenbeurzen. Hij maakte
kennissen voor ons beide. Want op iemand afstappen, dat kan ik natuurlijk
niet. Zijn vrienden werden mijn vrienden. Ik kwam zo midden in het
leven te staan. Dat ik blind ben en hij niet, dat maakt mij daarom niet
uit. Bovendien zijn wij de afgelopen jaren steeds meer onze eigen weg
gegaan. Zo groot is die afhankelijkheid dus niet meer. Ik heb nu
mijn eigen vriendenclub waarmee ik op vakantie ga."
En in het werk, hoe afhankelijk ben je als blinde daarin van anderen?
De Wit: "Zeg maar gerust: daar staat of valt alles mee.
Waarom het mij bij Allen & Overy wel gelukt is om binnen te komen? Een
personeelsmanager daar had van te voren precies uitgezocht of er technische
problemen waren om mij aan te nemen. Hij was op de hoogte van alle
computermogelijkheden en de subsidies. De sollicitatie verliep daardoor
heel open. Het was volstrekt duidelijk wat wel en niet kon. Dan moet
er alleen nog iemand zijn die je een kans wil geven. Goodwill, daar hangt
alles van af voor een gehandicapte. En dat had mijn baas. 'De extra
kosten die we voor je maken, verdienen we wel weer terug', zei hij."
Was dat een grote opluchting?
De Wit: "Laat ik het zo zeggen: ik had niet gedacht dat het solliciteren zo
lastig zou worden. Want ik geloof in mezelf, ben er ervan overtuigd dat ik
het kan. Je moet het uiteindelijk allemaal zelf doen, maar ik ben mijn
baas wel dankbaar voor de kans die hij me heeft geboden, want vele anderen
durfden het niet aan. Misschien was het ook stom dat ik geen stage in de
advocatuur heb gelopen. Maar ik was natuurlijk al zevenentwintig toen ik
afstudeerde.
Hoe kwam dat?
De Wit: "Ik heb een lang traject afgelegd. Ben begonnen met mijn
tweelingbroer in de kleuterklas. Terwijl hij op die lagere school kon
blijven, moest ik naar een slechtziendenschool. Mijn familie wilde mij
niet op een blindeninstituut hebben, omdat ik dan niet thuis zou kunnen blijven
wonen. Ik leerde daar normaal lezen en schrijven en zo rond mijn negende
leerde ik het brailleschrift. Mijn studie kwam in een stroomversnelling
omdat mijn vader voor een laptop zorgde. Toen kon ik doorstromen naar de
mavo en de havo, waar ik weer bij mijn broer in de klas kwam. Daarna
volgde de hbo en universiteit."
De Vries: "Ik ondervond destijds vooral problemen met solliciteren in Brussel.
Aan het einde van mijn studententijd wilde ik daar stage lopen bij de EU.
Mijn vrouw, toen mijn verloofde, en ik hadden daar wel willen wonen. Maar
ik kreeg er teleurstellende reacties: plezant, maar geen gelegenheid.
Gelukkig ging het kort daarop wel goed bij de rechtersopleiding in Utrecht, waar
ik na twee ronden al op werd toegelaten. Ik was de eerste blinde die ze
daar hadden. Ze gaven me daarom wel een proeftijd van een jaar."
Toch een voorbehoud dus. Hoe overwon u dat wantrouwen?
De Vries: "Geluk speelde een belangrijke rol. Ik begon als griffier bij de
rechtbank in Utrecht. Alles moest nog op een typemachine uitgetikt worden.
Het ging eigenlijk niet. De rechtbank wist niet wat ze met de situatie aan
moesten, ze hadden me kunnen wegsturen. Gelukkig was er precies op dat
moment een president van de Haagse rechtbank, die zich mijn positie aantrok.
Ik kon daar conceptvonnissen komen schrijven en mijn opleiding afmaken. Je
bent op zo'n moment ervan afhankelijk dat iemand op een belangrijke post wat in
je ziet en je helpt om het probleem op te lossen. Zo is het bij mijn
benoeming tot rechter-plaatsvervanger in Amsterdam ook gegaan: mensen op
strategische posities durfden het avontuur wel aan. Als die er niet zijn,
kan het om een suffe reden zomaar mislopen."
Zit dat gevaar er voor Stephan ook in, denkt u?
De Vries: "Stephan is er nog niet nu hij een baan heeft. Ik wil hem, zo
aan het eind van mijn eigen carrière, graag een kontje geven. Hij moet
zijn advocatenopleiding afmaken. Als hij dan advocaat is, is het al mooi."
De Wit: "Nee, pas als ik een góede advocaat ben, is het mooi."
De Vries: "Dat er in ieder geval iemand is die je de tijd geeft je te
ontwikkelen, daar hangt alles vanaf. Wij hebben een voorbeeldfunctie.
Het mag gewoonweg niet mislukken."