In de Verenigde Staten worden mini(atuur)paarden al als huisdier gehouden en in
Duitsland is er sinds kort ééntje aan de slag als blindengeleider. Bij ons
loopt het nog niet zo'n vaart, maar ook hier bestaat een heus "Stamboek van het
Belgisch Miniatuur Paard" met Diederik De Baets van 't Rozenhof uit Ursel als
één van de grootste fokkers. Ook hij is zondag present op de
hengstenkeuring op Agriflanders in Flanders Expo in Sint-Denijs-Westrem.
URSEL/GENT
Terwijl de trekpaarden zich zondag de hele dag van hun mooiste kant laten zien
op de klassieke Nationale Prijskamp van het Belgisch Trekpaard pakt de
landbouwbeurs Agriflanders op "de kleine piste" uit met een primeur: een heuse
hengstenkeuring van de allerkleinste tegenhangers van het robuuste trekpaard.
Diederik De Baets (52) baat aan de Korenmarkt in Gent Restaurant Du Progrés uit,
maar hij heeft één grote passie: al dertig jaar fokt hij paarden. En het
liefst zo klein mogelijk.
Hoe maakte u kennis met miniatuurpaarden?
Diederik De Baets:"Ik ben begonnen met het fokken van mini-Shetlanders, maar
zeven jaar geleden trok ik op reis naar de Verenigde Staten. In Forth
Word, in Texas, belandde ik toevallig op The Biggest Little Horse Show, een
wedstrijd voor Amerikaanse miniatuurpaardjes. Tot mijn verbazing bleek
zowaar een uitgeweken Belg, een telg van de familie Claeys uit Zedelgem, er aan
de basis te liggen van deze verkleinde versie van het Arabische volbloedpaard.
Hoewel zij in tegenstelling tot de mini-Shetlanders geen natuurlijk ras zijn -
ze zijn het resultaat van kruisingen - zijn de Amerikaanse mini-paardjes veel
eleganter, fijner en actiever dan Shetlanders. Ik heb meteen drie merries
en een hengst gekocht en naar België laten overvliegen."
Om zelf mini's te gaan fokken?
"Ik heb nu een vijftigtal mini-paardjes op stal staan. De meeste zijn
hier geboren. De maximale schofthoogte bedraagt 86 centimeter, maar ik
probeer ze nog kleiner te fokken. Hoe kleiner, hoe kwetsbaarder.
Voor een mini-merrie van 80 of 90 kilo is het geen sinecure om een gezond
veulentje van 6 tot 7 kilo op de wereld te brengen."
Niet zindelijk
Waarom worden de mini's gekweekt?
"Je mag een miniatuurpaardje beslist niet aanschaffen als een grasmaaier.
Ze zijn bijzonder lief en aanhankelijk en worden meestal aangekocht om deel te
nemen aan schoonheidswedstrijden of shows. Er zijn ook speciale jumpings,
waarbij de ruiter uiteraard naast het paardje meeloopt."
Ze zouden zelfs honden kunnen vervangen voor de begeleiding van blinden...
"In Duitsland loopt een experiment in die zin. Het grote voordeel is
dat mini-paardjes makkelijk drie tot vier keer langer leven dan
blindengeleidehonden. Ze zijn ook heel leergierig en kunnen die taak
perfect aan. Er is mijns inziens maar één probleem: de zindelijkheid.
Paardjes gaan heus niet aan de deur staan hinniken als ze een boodschap moeten
doen."
Zijn ze duur?
"De prijs schrikt velen af. Je moet toch op minstens 2.500 euro het
beestje rekenen. Ook de kleur speelt een rol. Tegenwoordig zijn
vooral de gevlekte Appaloosa's heel gewild."