De ondervraging van Bill Clinton in de zaak-Lewinsky hield enkele jaren geleden
de halve wereld aan het televisiescherm gekluisterd. Ook psychologen keken
zeer geïnteresseerd toe. Niet alleen de woorden van de president werden
gewikt en gewogen. Ook zijn oogbewegingen werden gevolgd. En daaruit
leidden de specialisten al spoedig af dat Clinton niet de waarheid sprak.
Ogen als spiegel van de ziel
Er bestaat namelijk een theorie die zegt dat de oogbewegingen die een persoon
maakt terwijl hij spreekt, meegaan met zijn gedachten. Die theorie wordt
vaak gebruikt bij psychologische tests. Ik vat ze kort samen.
Iemand die tegen jou aan het praten is, kijkt volgens de "theorie van de
oogbewegingen" niet recht voor zich uit als hij tegelijkertijd nadenkt. De
richting waarin de ogen afdwalen, verraadt het onderwerp van de gedachten.
Denkt de persoon aan iets uit het verleden, dan blikt hij naar links. Gaat
het over de toekomst, over iets wat hij wil realiseren, dan kijkt hij naar
rechts. Bij visuele gedachten zijn de ogen naar boven gericht; auditieve
gedachten doen ze opzij kijken. Gevoelens en emoties brengen de blik naar
omlaag.
Op die manier kun je een soort schema maken om gedachten te lezen. Het
lijkt nogal overdreven, maar volgens psychologen werkt het. Bij CIinton
stelden ze vast dat hij bijna constant recht voor zich uit keek. En
volgens de theorie van de oogbewegingen is het heel moeilijk om recht vooruit te
kijken en tegelijkertijd na te denken. Conclusie: Clinton dreunde een
lesje af.
Het zal wel allemaal relatief zijn, want een andere theorie zegt dat ook het
tegenovergestelde waar kan zijn: wie de ogen van de ander ontwijkt, zou best wel
eens kunnen liegen, tenzij hij gesloten of schuw is.
En dan is er ook nog de stelling dat mensen al of niet in de ogen kijken te
maken heeft met opvoeding en misschien zelfs met erfelijke aanleg. Er zijn
namelijk gezinnen waar oogcontact heel gewoon is en andere waar het veel minder
vaak voorkomt.
In elk geval staat het als een paal boven water dat onze ogen veel meer zijn dan
cameraatjes die vormen en kleuren herkennen en ons oriënteren in de ruimte.
Het zijn ook televisieschermpjes waarop piepkleine signaaltjes laten zien hoe we
ons voelen en wat we met onze woorden eigenlijk bedoelen.
De informatie die de ogen geven, is vaak veel betrouwbaarder en eerlijker dan de
mondeling gegeven informatie. Want onze woorden gaan meestal door de sluis
van ons verstand, terwijl lichaamstaal veel spontaner is en vaak buiten ons
bewustzijn om gaat. In de uitdrukking "een beeld zegt meer dan duizend
woorden" zouden we "beeld" dus gerust kunnen vervangen door "blik"...
Vandaar dat psychologen zoveel belang hechten aan de taal van de ogen.
Dwingende ogen
Oogcontact is iets heel speciaals. Ooit kreeg ik tijdens een les over
communicatie een ongewone oefening voorgeschoteld. Ik moest een onbekende
tegenspeler vijf minuten lang recht in de ogen kijken, terwijl er slechts een
meter afstand was tussen onze hoofden. Dat viel echt niet mee. Want
oogcontact is een vorm van aanraking, terwijl I je elkaar toch niet letterlijk
raakt. Elkaar langdurig in de ogen kijken, drukt intimiteit uit. En
dat willen we niet zomaar.
Bij gewoon contact met anderen bewaren wij altijd een beschermende cirkel rond
ons lichaam. De ander mag niet binnen die cirkel komen, tenzij om ons een
hand te geven. Maar zelfs vanop "reglementaire" afstand kunnen ogen
blijkbaar moeiteloos door de cirkel dringen.
Sommige mensen gebruiken hun ogentaal heel bewust, om de ander te overtuigen, in
een bepaalde richting te duwen. Denk maar aan verkopers, of jongeren die
iemand willen veroveren op wie ze "een oogje hebben". Niet iedereen is
even sterk op non-verbaal gebied. Maar ogen spreken altijd: indien niet
bewust, dan onbewust.
Moderne brillen zijn zo ontworpen dat ze de taal van de ogen goed tot hun recht
laten komen. Wie daarentegen een donkere zonnebril draagt, lijkt zich
achter een soort gordijn te verschuilen. Je voelt je snel bedreigd bij zo
iemand: hij verbergt zich te veel, het is geen eerlijke situatie.
Voor een stuk is de ogentaal instinctief, want ook dieren gebruiken ze.
Zelfs in de omgang tussen mens en dier speelt oog contact een rol. Honden
en katten voelen zich bedreigd als je hen uitdrukkelijk in de ogen kijkt.
De blik van een hond staat dan weer voor trouw en aanhankelijkheid.
En ik las het verhaal van een man die 's ochtends op een bijzondere manier
gewekt werd door zijn kat: het dier sprong op bed en beroerde zacht met zijn
poot de gesloten oogleden van zijn baasje; want hij had begrepen dat die alleen
met open ogen wakker en actief kon zijn.
Ik zou het nog kunnen hebben over een speciale vorm van gelaatkunde die ziekten,
karaktereigenschappen en zelfs het lot afleest uit de iris van onze ogen.
Of over het oeroude bijgeloof van het "boze oog" dat onheil zou veroorzaken.
Maar laat ons bij de gewone werkelijkheid blijven, die al complex genoeg is.
Wat als je geen oogcontact hebt?
De vraag die zich hier nog opdringt, is wat het gebrek aan oogcontact betekent
voor mensen met een visuele handicap. Missen zij iets essentieels?
Nee, want er zijn gelukkig ook andere non-verbale talen die wél toegankelijk
zijn, zoals die van de stem. Intonatie, toonhoogte, timbre, kracht en
register van een stem weerspiegelen net als de ogen emoties en
persoonlijkheidskenmerken van de spreker. En ook die signalen komen soms
helemaal niet overeen met de boodschap die de spreker wil overbrengen, of geven
extra informatie. Zo kan een plotse stijging van het spreektempo wijzen op
onzekerheid. Blinden zijn vaak heel goed in het interpreteren van stemmen;
ze hebben zich erin geoefend. Hypnotiserende ogen brengen hen niet van de
wijs. De Nederlandse politie heeft heel bewust blinde rechercheurs in
dienst genomen om afgetapte gesprekken van verdachte personen haarfijn te
analyseren.
Toch kunnen sommige blinden ook verrassend goed met hun ogen praten. Er
bestaan cursussen waarin je leert hoe je je ogen kunt richten naar die van je
gesprekspartner, door te letten op het geluid van zijn mond en je ogen in die
richting te draaien, maar iets hoger. Wie die techniek beheerst, heeft het
veel gemakkelijker om contacten te leggen en de aandacht te houden. De
ander vergeet dan immers dat je blind bent en voelt zich veel comfortabeler.
In het kader van het jaarthema "Zeg wat je ziet, dan zie ik wat je zegt"
onderzoekt Licht en Liefde welke trainingen we zelf kunnen organiseren op het
gebied van non-verbale communicatie. Reacties op de studiedag van vorig
jaar en op de artikels die over dit onderwerp al in Tribune verschenen, tonen in
elk geval dat er behoorlijk wat interesse is en dat zo'n lessen heel verrijkend
zouden zijn. AI was het maar omdat de cursisten op zijn minst een idee
zouden krijgen van wat al die mysterieuze non-verbale talen zoal inhouden.
We houden een oogje in het zeil en zullen je zeker blijven informeren!
Jan DEWITTE
(Bronnen: cursus "Communicatievaardigheden" van Annick Van Damme (logopediste en
communicatietrainster); artikel "Die Sprache der Augen " in het tijdschrift "Blind-Sehbehindert';
jaargang 2000 nr. 3)